zaterdag 20 augustus 2011

Méér dan recht - Mat. 5, 38-42 - Heilig Avondmaal

Deze zondag vieren we elkaar het Heilig Avondmaal. Iets anders dan gewoonlijk, volgt de meditatie ná het avondmaal. De vraag begint bij Ameneh Bahrami die volgens het Iraanse recht, het recht kreeg haar aanvaller met gelijke munt terug te betalen. Hierachter zit het principe: oog om oog, tand om tand.
Verwarrend genoeg schaft onze Heer deze wet (oog om oog...) af in de wetgeving van zijn nieuwe Koninkrijk en vervangt die door een andere (Mat 5, 38-42). Er vanuit gaande dat die wet ingaat vanaf het moment dat de Heer Jezus hem uitsprak, borrelt de vraag naar boven: 'kan dat ooit gaan werken in onze wereldsamenleving?"
Denk nou aan de beelden uit Engeland twee weken geleden....



Het verhaal van Ameneh Bahrami


Orde van de morgendienst HA
Zingen: B 121 Heer u bent mijn leven
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: Ps 72, 1, 2 en 3 
Wetslezing
Zingen: B 66 Vader, vol van vrees en schaamte 
Formulier HA
1. Tafel 1 Bijbelklasmedewerkers en kinderen: zingen - B 220 (Jezus is de Goede Herder)
Kinderen naar de Bijbelklas
2. Tafel 2 Ps. 85, 1 en 3 
3. Tafel 3 Gez. 284, 1 en 3
4. Tafel 4 B 153 Donker de nacht met sterren aan de hemel
5. Tafel 5 Ps 149, 1 en 2
6. Tafel 6 Gez 21, 1 en 7 
7. Tafel 7 (reserve) B 126 O kom nu en jubel (2x)
Dankzegging en Dankgebed
Korte meditatie: Mat 5, 38-42 
Zingen: Gez. 285, 1, 3 en 4
Gebed
Collecte - Kinderen terug uit de Bijbelklas
Zingen: Gez 257 Halleluja, eeuwig dank en  ere
Zegen

zondag 7 augustus 2011

De rand om ons bestaan - Psalm 42 – Preek – VB – 07-08-2011


Beluister Contrast
We hebben een heerlijke vakantie gehad! We kampeerden in Italië, vlak bij de Middellandse Zee. Vijf minuten fietsen en we waren bij het strand. Soms is het best wel warm daar, maar dan merk je aan het strand niets van. Met een zacht, koel briesje als je natuurlijke airco. En het uitzicht vind ik geweldig. Ik kan dan uren naar de horizon staren. De ruimte alleen al. Het mooiste dak boven je hoofd is het blauwe dak van de lucht. Zo even helemaal buiten zijn, los van alles en iedereen. Dat doe je gewoon te weinig zo door het jaar heen. Het leven toont zich van zijn mooie, warme, vriendelijke en vredige kant. Je zou bijna denken dat het leven alleen maar goed is.
De laatste dag hebben we echt nog even afscheid genomen op het strand. En dan reis je met dit beeld naar huis en mét het beeld reist ook het gevoel mee naar huis. Dat hoop je tenminste.

Maar eenmaal thuis lijkt de afstand naar dat mooie uitzicht en het gevoel wat daar bij hoort veel verder weg dan 1400 kilometer. Daar is maar weinig voor nodig. De aanslag van Breivik in Noorwegen dringt nu pas in zijn volle omvang tot je door en de honger in de Hoorn van Afrika komt de hele dag voorbij. In een Amerikaans onderzoek lees hoe ook daar veel jongeren de kerk vaarwel zeggen ‘net zoals eerder in Europa’. Dat zijn wij dus! Wij zijn het afschrikwekkend voorbeeld! Je ontdekt dat je moeder achteruit gaat, je bent weer veel dichterbij rouw en ziekte in de gemeente. En afgelopen donderdag morgen komt daar dan als een donderslag bij heldere hemel het bericht dat er bij Lieke opnieuw kanker gevonden is. Je hart slaat een slag over. Nee! Het lieflijke plaatje van de Middellandse Zee lijkt nu ineens heel-ver- weg. “t Is storm op zee…

Broers en zussen, gebeuren er dan geen goede dingen? Nou zeker, afgelopen maandag zijn er twee gezonde kinderen geboren. Maar toch kan de vreugde daarover niet onverdeeld zijn. Er loopt een rouwrand om ons bestaan, en we botsen daar steeds weer tegenop. En alle geluk dat we kennen, wordt begrensd door die zwarte rand. En het is maar hoe dicht je bij de rand bent, hoeveel je er van merkt. Als we het kunnen – als je maar ver genoeg van de rand bent dan kan dat ook - doen we het liefst maar een oogje dicht. Dan zien we het allemaal niet zo en kunnen we vakantie van de ellende houden. Alleen het mooie plaatje zien: mooi, warm, vriendelijk en vredevol.

Het gemis - dorst
Als we dat kunnen tenminste! Als je dichtbij die zwarte rand leeft, dan heb je die keus niet. Dan is de moeite veel dichterbij dan de schoonheid, de warmte en de vrede. Rachel en Lize, en dan nu weer Lieke om maar enkele voorbeelden te noemen. Onze gemeente heeft wel vrediger tijden gekend, maar het laatste jaar is er meer zorg en meer moeite dan eerder. En dat is het zwaarst voor onze broers en zussen die deze slechte berichten niet op een afstandje kunnen houden en er ook in hun vakantie aan moeten denken, omdat het zich in hun eigen leven afspeelt. Hoeveel kun je verdragen? Hoe kán de Here dit toch allemaal laten gebeuren? Wat voor bedoeling heeft Hij er toch mee?
Daarmee zijn we bij de vragen van de dichter van Psalm 42 aangekomen. Hij zit zo diep in de problemen! Dag en nacht houden ze hem bezig. De goede kant van het leven is voor hem helemaal uit beeld. ’t Is eén en al verdriet, want hij staat met de mond vol tanden. ’t Is al met al verdrietig genoeg wat hij meemaakt, maar de mensen om hem heen maken het hem nog moeilijker. ‘Hé joh, hoe kan God dit nou toelaten?’ ‘Waar blijft Hij nou?’ ‘Waarom help Hij je niet!” En hij weet niet meer wat te zeggen, dat doet hem nog het meeste verdriet. Dat hij met zijn mond vol tanden staat.
Het was eerst misschien helemaal niet zo zijn vraag. ’t Was wel moeilijk maar hij was niet wanhopig of zo. God komt me vast helpen, dacht hij. Wacht maar af, je zult het zien!” Laat die mensen maar praten! Maar er verandert niets, het wordt alleen maar erger. En hij begint nu echt te denken: ‘ik hou dit niet meer vol!” Ik kán eigenlijk niet meer!” Waarom helpt de Here me niet! De scherpe vragen van de niet gelovigen om hem heen, beginnen door zijn harnas heen te prikken. Het doet hem steeds meer pijn. Pijn, omdat Hij van de HEER houdt. Pijn omdat hij Hem vertrouwt. Want de HEER is toch mijn HEER? Hij laat me toch niet in de steek? Maar waarom gebeurt er dan niets? Zijn verdriet verdubbelt omdat Hij de hulp van de HEER zo mist. Zijn keel lijkt wel dichtgeschroefd; schor en droog. Hij heeft zo’n dorst naar Gods nabijheid, Gods ingrijpen, Gods zorg, Gods zegen. Dorstig als een hinde die maar nauwelijks op haar poten kan blijven staan. Op zoek naar water, water, water… Here help me toch…alsjeblieft 

Goede herinnering
Dorst heb je pas wanneer je water kent. Zo is het toch? Je mist de HEER als je weet hoe goed je het bij Hem kunt hebben. Want Hij kan je overladen met goede gaven. Een rijk leven, met vrienden en familie aan tafel, die vol staat met goede dat God ons op deze aarde kan geven. Gezelschap, gesprek, plezier. Zonder de HEER zou je het goede niet kennen. Hij heeft het uitgevonden. Jakobus zegt: Elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; (Jam 1:1 7NBV). In dat goede herken je God. Zo heeft Hij het bedoeld en gewild.
Wanneer je zo met elkaar feest viert, ben je dicht bij God. Want dicht bij het goede ben je dicht bij Hem. Na het feest ga vol dankbaarheid op weg naar de klik HEER in zijn huis, de tempel. In feeststemming! Samen met de anderen juich je: Hoera voor onze God, zing je: ‘loof de HEER want Hij is goed. eeuwig duurt zijn trouw– 2 Loof de allerhoogste God– eeuwig duurt zijn trouw– 3 Loof de oppermachtige Heer– eeuwig duurt zijn trouw– (Psa 136:1-3 NBV)…
De HEER geeft ons het leven… Godlof!
Een dierbare herinnering is het aan goede tijden met God en met elkaar. Dicht bij de HEER is het goed, dat weet je maar al te goed. Het door Hem gemaakte leven kan zo adembenemend mooi zijn!

Zo was het, wreed wordt je wakker uit je gedachten. Zo goed was het: licht, warm, feestelijk, vol vrede. Loof de HEER, zo was het. Je zou het nu niet meer uit je keel kunnen krijgen. Die is schor en droog en de woorden blijven in je keel steken. Je kunt het niet eens meer zingen, al wilde je het. Deze goede herinneringen laten je het gemis aan God nog eens diep, schrijnend voelen.
Ergens uit een hoek van je zelf, diep van binnenuit komt de gedachte: Als de HEER het eerder zo goed maakte, kan het toch weer zo worden. Ik moet de hoop niet verliezen, want de HEER is toch goed! Niet wat er gebeurt is beslissend voor mijn leven, maar Wie de Heer is: mijn Redder, mijn God. Verlies de hoop niet! Verlies de hoop niet…

Droefheid
Maar de herinnering en de hoop houdt geen stand. Want het is zo zwaar!
Er gebeurt zoveel al uw golven slaan zwaar over mij heen. (Psa 42:8 NBV), verzucht de gelovige in vs 8. Bijna een jaar lang leef je in angst en beven en net als je weer een beetje hoop begint te krijgen op genezing, slaat een nieuwe golf van slecht nieuws over je heen. En bijna ga je helemaal onderuit. En weer en weer… golf op golf
Je hoopt op het ‘water’ dat je dorst naar God lest, maar je krijgt de chaotische vloedgolven die je leven dreigen te verwoesten. Dit is het toch niet wat ik nodig heb HERE wil je wel uitschreeuwen. Pijnlijk snijdt het door je heen de teleurstelling van het niet kunnen begrijpen waarom dit toch zo gaat. En de schaamte die je door merg en been gaat, dat je niets hebt om die mensen om je heen – die je fel bestoken met hun vraag: waar blijft jou God nu dan! Dat je niets hebt om hun tot zwijgen te brengen. En zij blijven je bestoken met hun pijlen die dwars door het schild van je geloof heen slaan en pijnlijke wonden in je achterlaten.
En toch komt deze gelovige met al zijn onbeantwoorde vragen dichter bij zijn God. God die eerder zijn liefde toonde, die je tot zingen bracht –zelfs ’s nachts-Door Hem ging je danken en bidden. Je realiseert je: Hij is een altijd de vaste grond onder mijn voeten geweest. De mensen om me heen stellen me alleen maar pijnlijke vragen, maar God was er wel voor mij. Ik weet het nog zo goed! Juist mijn verdriet doet me aan de HEER denken. Want er is maar één die me echt kán helpen: de HEER, mijn rots.
En weer borrelt diep uit zijn wezen de hoop op: als iemand kán helpen, dan is Hij het. Er is maar één die me uit deze chaos kan redden! Laat ik de hoop niet verliezen: de HEER is toch mijn God. Hem ontgaat niets. Hij ziet me én kan mij ook redden. Zál mij redden. Al kan ik me niet voorstellen hoe.
Duidelijkheid
Als de ellende toeslaat in het leven gaat de één vloeken en de ander bidden, schreef iemand eens jaren geleden. Deze gelovige gaat bidden. Hij betrekt een ander in het gesprek met zichzelf: de HEER zijn Redder.
Zijn dorst en droefheid brengen hem tot bidden.
En de HEER doorbreekt het malen van zijn gedachten. Want ja, de dorst en droefheid brengen naar boven wat Hij diep in zichzelf al wist van God: Hij is mijn God. Ik begrijp niet wat er nu gebeurt, maar u bent wel mijn God. U zúlt me redden.
En het gebed brengt de duidelijkheid die de hoop zo nodig heeft!
Nee, niet over alles wat er gebeurt en hoe je het moet verklaren. De chaos in het leven wordt er niet duidelijker van. Maar wél wie God is:
God is rechtvaardig, Hij vecht voor mijn zaak, Hij zal mijn vijanden met hun scherpe vragen tot zwijgen brengen.
Als er iemand kan helpen, kan Hij het. Hij is het licht in het donker van de chaos, Hij is de waarheid die de leugens zal ontmaskeren. Ik weet niet hoe de HEER dat doet, maar wel dát Hij dat doet. De komst van zijn Zoon is allesbelovend! De HEER is zelf het antwoord op mijn dorst en droefenis.
Hij is Zelf de duidelijkheid in zijn bedoelingen met deze wereld, met mij!
Om Wie Hij is weet ik dat ik weer bij Hem zal zijn, dat ik Hem weer zal loven.
Mijn dorst wordt gelest, voor mijn droefheid is er troost.
Want zo is onze God. De God die mij ziet en mij redt.

Dat is duidelijk!

Amen



Liturgie
1. Zingen: Gez. 479 Aan U behoort, o Heer der heren
Zingen: B 60 Als een hert dat verlangt naar water
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: Ps. 125, 1 en 2 
4. Vermaning: Dubbelgebod
5. Zingen: B 67 U verzadigt mij met uw liefde Heer 
6. Kinderdeel + zang: B 221 Ik zag een kuikentje
7. Gebed
8. Lezen:  Ps. 42/43
9. Preek
11. Zingen: Ps. 42, 1-3
12. Gebed
13. Collecte
14. Zingen: Gez. 456,1 en 2 Zegen ons, Algoede
15. Zegen
16. Zingen: Gez. 456, 3 Amen, amen, amenBeluister

zondag 10 juli 2011

Richt. 15/16 – preek – VB – 08-7-2011 - Simson

Simson 2 – God overbrugt de kloof
doop: Liselot Janse, Nina Runhaar en Jessie Pietersma



Jack Sparrow Deze figuur kennen jullie vast wel (wie?).
Voor wie hem niet kent (mensen thuis): dit is Jack Sparrow, de hoofdpersoon uit de serie piratenfilms: ‘Pirates of the Carribean’. In mei ging alweer de vierde film over deze piraat in première. Dat is veel voor films: vier delen met in principe het zelfde verhaal. En toch deze films lijken daar niet onder te lijden. De bezoekcijfers breken opnieuw records. Wéér méér dan de vorige keer. Dat komt vooral door deze kapitein Jack Sparrow. Hij is zonder meer de populairste figuur in deze films. Een grote publiekstrekker.
Waarom is hij zo populair? |Verhalen over zeerovers zijn immers nogal gedateerd.
Ja, Sparrow wordt gespeeld door een uitstekende acteur, maar dat is volgens mij niet de enige verklaring voor het succes van deze films. Jack Sparrow is zo populair, omdat hij een held is zoals veel mensen die tegenwoordig graag zien. Het type held datin onze tijd past. Een anti-held. Sparrow is geen held maar een schelm, die vooral voor één persoon heel goed zorgt: en dat is voor zichzelf. Hij is zo egoïstisch als het maar kan, een ietwat kwaadaardige schelm. Als je niet oplet besteelt hij je; in elke haven heeft hij een ander liefje dat hij iedere keer weer laat zitten; en als hij de kans krijgt verraad hij je. Veel mensen hebben een appeltje met hem te schillen en hij wordt dan ook regelmatig opgepakt, maar hij weet altijd weer te ontsnappen. Hij is een handige bedrieger, zelfs zijn metgezellen zijn voortdurend voor hem op hun hoede. Schaamte is hem vreemd en als hij weer eens op bedrog betrapt wordt, dan neemt hij dat met een verontschuldigende grijns. Jammer mislukt, helaas ontdekt, volgende keer beter. Niemand kent zijn hart, heel soms denk je even dat hij iets uit liefde doet. Maar daar ben je bij hem nooit helemaal zeker van. Maar hij doet dat allemaal in stijl en met gevoel groot voor humor.
Die combinatie maakt hem geliefd.
Maar eigenlijk is het een trieste figuur. Hij durft niemand te vertrouwen en hij wordt ook door niemand meer vertrouwd. Heel anders dan iemand als David, de bijbelse koning, die wij als juist als held zien omdat hij niet aan zichzelf denkt en met gevaar voor eigen leven grote daden doet.
Maar misschien is Jack Sparrow wel meer de ‘held’ die in onze tijd past. Zoals hij zijn ook velen van onze tijdgenoten. Zij streven niet naar heldendaden: het beste wat ze kunnen verzinnen is goed voor zichzelf zorgen in dit leven. En daarbij moet je niet al te moedig zijn, dat zou je je eigen leven wel eens kunnen kosten en ook niet al te eerlijk... Al te eerlijk is buurmans gek. Je moet een beetje sluw zijn en gewoon zorgen dat dit niet ontdekt wordt. Veel tijdgenoten leven hun leven op hun manier en daarbij staan zijn zelf in het middelpunt van hun leven.
“I did it my Way’ (ik deed het op mijn manier), is een populair lied op begrafenissen en dat is niet voor niets zo. Het is tegenwoordig ‘in’ om een rebel te zijn. Is Sparrow daarom zo populair? En trekt ook daarom iemand als Herman Brood tien jaar na zijn dood daarom nog steeds zoveel aandacht? En dat terwijl hij met een bandeloze levensstijl zijn lijf verwoestte en toen maar een einde aan eigen leven maakte. Zijn vrouw en zijn kind liet hij alleen achter.
Men praat over hem als een held. Zijn dát onze helden? Vreemd toch…
Dat is dan lastig voor de ouders van opgroeiende kinderen, zeker voor de christelijke, dat Sparrow populair is, want dan willen onze kinderen vast zo zijn als hij dat is.
Onvrome ‘held’
Simson lijkt op Jack Sparrow.
Geen piraat, maar wel een anti-held. Officieel hoort hij bij de Here, toegewijd als een Nazireeër. Simson mag geen onrein voedsel eten, geen wijn drinken en zijn haren niet laten knippen. Hij geniet de zegen van de Heer als hij opgroeit. Maar eenmaal volwassen leeft hij zijn eigen leven. Geen onrein voedsel? Nou, Simson eet wel van de honing uit het karkas van de leeuw die hij verscheurd had (14,9). Daarmee wordt hij onrein. Geen wijn? Simson organiseert wel een drinkfeest als bruiloft (14,10). Het woord dat voor feest gebruikt wordt betekent ‘drinkgelag’. Zou hij zelf niet meegedronken hebben op zijn feest? Tenslotte verspeeld, zoals we allemaal weten Simson zelf het laatste teken van zijn wijding aan God als hij zijn haren kwijtraakt aan een Filistijns schatje (16,19).
Maar Simson springt niet alleen slordig met zijn wijding als Nazireeër om. Hij leeft op gespannen voet met de hele wet van God. Om maar een paar dingen te noemen: hij wil een heidin als vrouw (dat was nou net de zonde van Israël in die richterentijd), hij is zijn ouders ongehoorzaam (hij negeert hun protest); hij bezoekt de hoeren en gaat losse verhoudingen aan met vrouwen, zoals die met Delila. Gedrag dat in Gods wet gewoon streng verboden is: er staat zelfs de doodstraf op. Onbegrijpelijk voor een rechter van Israël. Wat een voorbeeld!
En zijn heldendaden inspireren ook al niet. Ja ze zijn wel indrukwekkend, maar hij doet ze niet voor de HEER. Hij doet ze ook niet voor het volk Israël. Hij doet ze voor zichzelf: om zichzelf te wreken op zijn vijanden. Steeds lees je dat weer, zelfs bij zijn bittere einde.
Ja je kunt echt van Simson zeggen: ‘He did it his way’. Hij trok zich van niemand wat aan, niet van God niet van gebod. Een rebel van het zuiverste water.
Als rechter van Israël is hij wel een heel slecht voorbeeld voor de anderen. Ik stel me voor dat sommige Israëlische ouders, zelfs in die slechte periode voor Israël, wel eens diep gezucht hebben met zo’n slordige, onverschillige en ongehoorzame machoheld als Simson. Stel je voor dat hun kinderen een voorbeeld aan hem gingen nemen.
Broers en zussen, in onze tijd lachen we vaak wat om schelmen als Jack Sparrow en Simson. Ook wij (gek is dat hè), wij zijn toch ook kinderen van onze tijd! Veel mensen vinden dat ergens wel stoer, zo’n macho-held, zo’n egotripper. Maar als je er over nadenkt in het licht van Gods wet, is het in feite diep triest: dit is niet wat God wil. Het is niet zijn bedoeling dat mensen een groot ego hebben en egoïstisch leven. En als dat soort rebellen in onze tijd in de mode zijn, moet je goed beseffen dat die mode ook invloed heeft op ons (…en op onze kinderen!)
Die willen dan ook zo zijn. Simson is geen voorbeeld voor onze kinderen, hoe stoer hij er ook uitziet. Nee, Simsons vroomheid is beslist geen voorbeeld voor ons… maar ‘t voelt soms anders. Je voelt de invloed van de mode. 

Simson is een gelovige!
Heel wat bijbellezers zijn dan ook ronduit verlegen met Simson. Vooral ook met zijn levensstijl. De gestudeerde bijbeluitleggers vergelijken Simson dan ook wel eens met een ‘kromme stok, waarmee de Heer toch een rechte slag kan slaan. Maar door Simson alleen maar een ‘kromme stok’ te noemen, een mislukt kind van God, doe je hem en doe je God tekort.
Het is heel spannend, maar er is hier meer aan de hand. Heb 11. zet Simson in het lijstje van de gelovigen (Heb 11,32v). Volgens mij wordt Simson bedoeld met ‘die gelovige die in de oorlog een machtige held werd.”
De HEER komt heel diep in zijn leven! Het is de ‘Geest van de HEER’ die hem tot zijn grote daden aanzet. In 13,25 lezen we dat als opschrift boven al die andere keren. Al die grote, en soms ook verschrikkelijke daden van Simson doet hij onder invloed van de Geest van God. Dat moeten we goed beseffen. Onder invloed van de Geest: verscheurt hij een leeuw (14,6); doodt hij dertig Filistijnse jonge kerels (alleen maar) om hun mantels (14,9) en scheurt hij de touwen van zijn lichaam (15,14). Pas als Delila zijn haar afgeschoren heeft, verlaat de Here Simson (16,20). Zo staat het er. Tot die tijd was Hij er dus gewoon bij, zelfs daar bij Delila. Als dat er zo staat dan weet je ook de Geest van de HEER Simson zelf bij al zijn krachtige daden nabij was. Dan kun je Simson toch geen ongelovige noemen. De Heer verbindt zich met hem.
En Simson leeft (op zijn manier) met de HEER, dat kun je ook horen aan zijn gebeden. Er zijn twee in Richteren terecht gekomen. Ja Simson bad! En dat maakt hem een gelovige.
In het eerst gebed, na de slag bij ‘Kaakheuvel’ waar hij 1000 Filistijnen doodt, klinkt hij stoer, maar hij erkent wel dat hij zijn kracht en zijn overwinning aan God te danken heeft.:
18 …: 'Aan u, Heer, heb ik deze geweldige overwinning te danken. Moet ik nu sterven van de dorst en alsnog in handen vallen van die onbesnedenen?'
 19 Toen liet God in de kom van het dal bij Lechi de aarde openbarsten. Er kwam water uit en Simson dronk ervan, zodat hij weer helemaal op krachten kwam. En hij noemde die bron, die tot op de dag van vandaag bij Lechi is te vinden, En-Hakkore.
(Richt 15:18-19)

Het tweede is vlak voor het einde van zijn leven. Simson heeft voor het eerst zijn eigen kwetsbaarheid en machteloosheid leren kennen en dat hoor je in de toon van zijn gebed 'HEER, mijn God, denk toch aan mij! Geef me alstublieft nog eenmaal genoeg kracht, zodat ik me voor minstens een van mijn beide ogen op de Filistijnen kan wreken.' (16,28) Simson is een biddende anti-held
Simson erkent dat de HEER zijn kracht is en zoekt hulp bij hem. Simson is een gelovig man! Al zou je dat niet zeggen als je naar zijn levensstijl kijkt. Maar de levensstijl van Simson zegt kennelijk niet alles, dat de HEER in Simsons leven aanwezig is, is hier beslissend. 

Belofte voor doopouders 

Beste doopouders, wat moeten jullie nu met Simson? Wat moesten de Israelische ouders met Simson? Zijn levensstijl is geen voorbeeld voor jullie kinderen. Maar spannend genoeg is hij wel een gelovige. De HEER is met Hem.
Hier schuilt een belofte in voor jullie, ouders, jullie en onze kinderen en voor ons.
In Simsons dagen is de afstand tot het normale geloven groot geworden. Er is een kloof ontstaan tussen wat ‘gewoon’ vroom is en de werkelijke levensstijl van veel Israëlieten. Als de Heer een rechter gestuurd had om hen daar aan te herinneren, zouden ze het denk ik helemaal niet begrepen hebben: zo vér waren ze van de HEER vandaan. God overbrugt de kloof en haalt hen op waar ze dan zijn en komt hen halen. Dus stuurt Hij hen Simson. Zijn rechter Simson komt dáár binnen waar een groot deel van het volk op dat moment ook leeft. Op grote afstand van God. Zijn levensstijl getuigt ervan. Dat is geen pleidooi voor ongehoorzame levensstijl. Maar wel voor de grote trouw van de Heer is. Zelfs als zijn volk vér van Hem wegdwaalt, komt hij het halen waar ze dan zijn. En spreekt ze aan op een manier die ze op dat moment kunnen begrijpen. Simson is de rechter die ze op dat moment verdienen. Op dat moment bij hen past. Je ziet er de toewijding in van God in, die zijn volk niet in de handen van hun vijanden wil laten. En hen en hun vijanden de Filistijnen wil laten zien dat Hij de grootste is. Hij begint met zijn macht te tonen, pas daarna kan Hij zijn volk aan de wet herinneren.
In onze tijd is het niet veel anders. Ik droom nog wel eens van vroeger. Die tijd dat we allemaal samen in de kerk zaten: hele families,hele gezinnen en hele vriendengroep. Alsof het heel gewoon was. Toen leek het nog zo gewoon. Samen in de kerk zonder al te veel vragen.
Die vanzelfsprekende vroomheid is er niet meer. En ook zitten we niet meer allemaal samen in de kerk. En het lijkt wel of er steeds meer vertrekken. Vooral jongeren. We zien overal lege plaatsen, en we missen mensen. Iedere zondag. Oh we missen ze zo: vrienden, familieleden en kinderen. Het is geen goede tijd voor de gemeente van Christus in Nederland. Naast zegen is en veel zorg. In deze tijd moeten jullie je kinderen opvoeden.
En gewone vroomheid komt niet meer over. Want we leven in een ongelovig klimaat. Je moet soms een heel andere taal spreken om de volgende generatie te bereiken. Vrome gebruiken van vroeger spreken velen niet meer zo aan.
Maar net zoals toen blijft de Heer trouw. Hij is een God die zondaren zoekt. Door de Heer Jezus Christus heeft Hij de weg gebaand en zal Hij ook steeds blijven proberen de kloof te overbruggen, zal hij ons halen waar we nu zijn. Steeds weer opnieuw als dat nodig is. Dat ziet er wel eens anders uit dan de vanzelfsprekende vroomheid van vroeger. Niet zo vanzelfsprekend christelijk als vroeger. Niet in die vormen, niet in die taal. We moeten van veel verder weg komen. En onze kinderen ook.
Maar de Heer overbrugt zelf die kloof en komt je halen, want zo trouw is Hij. Dat zie aan Simson. Dat zie je aan zijn Zoon Jezus. Die trouw is een grote belofte voor de ouders van nu.
God heeft zich aan jullie kinderen verbonden. Hij zal niet loslaten wat zijn hand begon. de doop van jullie kinderen heeft dus grote betekenis. Juist in deze tijd.

Amen.

Liturgie 
Intro: B 77 U die mij geschapen hebt (Aanbidding)
Ps. 18, 1 en 8 Ik heb U lief van ganser harte , HERE
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: B 42 Met vreugde zal ik tot U zingen, Heer
Doopformulier (pt)
vragen:
Kinderen
Zingen: B216 Weet je dat de Vader je kent
Doop:
Zingen: B 93 Heer U doorgrond en kent mij (Ps. 139)
Lezen:  Richt 15/16
Preek
Zingen: Gez. 451 Alle roem is uitgesloten
Gebed
Collecte
Zingen: B  136 Ik ben zo dankbaar Heer...

zondag 26 juni 2011

Genade op Genade - Simson 1 - Richt 13,1 - 14,3 - preek - 26-6-2011


Christelijk geloof is de vanzelfsprekendheid voorbij. Kinderen volgen hun christelijke ouders niet vanzelfsprekend in hun geloof. Dat lijkt een cliché. Er is al zoveel over geschreven, maar als je deze 'ex-christenen' in de praktijk meemaakt, voelt dat helemaal niet gewoon. Je voelt je als christen steeds vaker alleen staan, ook tussen je eigen familie. Vanmorgen een eerste preek over geloofscrises binnen het volk van God.

Angstige vraag
Laatst was ik op een feestje waar de christenen in de minderheid waren.
‘Niet zo bijzonder’, zullen jullie misschien denken, ‘dat zal tegenwoordig wel vaker voorkomen in ons land.’ Ja, dat is helaas waar! Wij zijn een post-christelijk land, zoals dat dan wel heet, ‘ooit-christelijk’. Dus zijn er veel ex-christenen om ons heen. En dan ben je al gauw in de minderheid.
Hier op de Veluwe kun je nog een andere indruk krijgen, er wonen hier nog veel christenen bij elkaar. En je zou kunnen gaan denken: dat is overal zo. Maar bijna overal elders in ons land ben je in de minderheid: in het bedrijfsleven, in de politiek, in de sportclubs en op de scholen. En hoe tegennatuurlijk ook, daar raak je aan gewend.
Toch vond ik het déze keer onthutsend om in de minderheid te zijn: want dit was op een familiefeest. 2/3 van de gasten was niet christelijk. En de helft daarvan niet meer christelijk. Met de meesten van hen heb ik samen in de kerk gezeten, van enkelen zelfs hun belijdenis meegemaakt. We hadden er soms hele gesprekken over met elkaar. Tegenwoordig niet meer. Wat eerder heel natuurlijk ging, voelt nu vaak ongemakkelijk. Vreemde gesprekjes zijn het: ‘Religie voor Atheïsten’, zegt hij me enthousiast, ‘ken je het?’ ‘Ik zag het in de boekhandel liggen en heb het gelijk meegenomen.’ ‘Het lijkt me héél interessant’. Ik kijk hem, pijnlijk getroffen, aan. ‘Ach’, denk ik, ‘wat heb je nou aan religie zonder de Heer Jezus.’ Een oude wond gaat open en ik val even stil. Zijn enthousiasme over het onderwerp, maakt me duidelijk, dat hij mijn reactie helemaal niet zou begrijpen. Dus laat ik het er maar bij. Met de volgende gast heb ik het maar helemaal niet over zoiets als christelijk geloof, hij is aangetrouwd en heeft het niet zo op christenen.
Samen bidden doen we niet meer, we geven elkaar er gelegenheid voor, als het er al van komt. Aan het einde van de middag voel ik me een vreemdeling midden tussen mijn eigen familie. Hoe vertrouwd en bekend sommigen ook voor me zijn, ik realiseer me weer eens dat we inmiddels óók vreemden voor elkaar geworden zijn. En dat kan ik die middag even niet meer van me afzetten! 

Ik moet denken aan een boek dat ik al jaren geleden gelezen heb en dat diepe indruk op me maakte. Het heet ‘De Gereformeerden’ en het is geschreven door Agnes Amelink. Het is de geschiedenis van een gereformeerde kerken aan de hand van de geschiedenis van een gereformeerde familie, de familie Zomer. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn de ouders nog zeer kerkelijk betrokken, orthodox gereformeerd. Maar hun kinderen en kleinkinderen zijn dat aan het einde van die eeuw niet meer. Er is nog iets onduidelijks over van hun geloof.
Broers en zussen, ik word er onrustig van. Wat staat ons te wachten? Zijn wij, christenen, straks niet alleen in Nederland maar ook in onze families in de minderheid? De meeste christenen ouder, de meeste ex-christenen jonger?

Of zoals Jezus zegt: ‘als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?' (Luk 18:8 NBV)
Andere tijden?
Broers en zussen, het is ook gewoon de tijd waarin we leven! De publieke opinie is onchristelijk. Er is maar weinig begrip voor typisch christelijke waarden en normen. Veel van onze medeburgers vinden ons gevangen zitten in achterhaalde opvattingen en willen ons daar voortdurend van bevrijden. Ook als wij daar helemaal niet om vragen.
We leven in een onchristelijk klimaat. En net zoals je nat wordt van de vele regen in een regenachtig klimaat, zo raakt je doorweekt door dit soort ideeën in een onchristelijke klimaat.
En je mag je afvragen: kan ons geloof daar wel tegen? Tegen dat onchristelijke klimaat. Is het gevaar niet groot dat steeds meer christenen de strijd opgeven en ex-christelijk worden?||
Als je zo om je heenkijkt, zou je denken van wel. Maar toch zijn er eerder in de geschiedenis van Gods volk zulke tijden geweest. Lezen Richt 13,1 -14,3
Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. (Richt 13:1 NBV) Het is de zesde keer dat dit zinnetje in het boek Richteren staat. En er staat ook nog twee keer: ieder deed wat goed was in eigen ogen. Broers en zussen, het was toen een slechte tijd voor gelovige Israëlieten. En het was geen korte periode, die Richterentijd duurde wel driehonderd jaar! Stel je voor van 1711 tot 2011 deden veel ‘gelovigen’ ‘wat slecht was in de ogen van God’. Driehonderd jaar lang! Okay, er waren periodes van bekering. Maar het gaat steeds weer fout. En als je alle 21 hoofdstukken van het boek Richteren in één keer overziet, steeds meer fout. Het lijkt op de grafiek van de resultaten van een slecht lopend bedrijf.

Wat gaat er fout? ||De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER betekent dat ze ‘andere goden’ dienden. Heel letterlijk is dat ze vertrouwen op goden als Baäl en Astarte. Vruchtbaarheidsgoden waar de mensen in het Midden-Oosten van toen heel veel van verwachtten. Broers en zussen, andere goden dienen is veel meer dan alleen ‘naar een andere kerk gaan’. Wat andere rituelen en zo! Het is voor je hele leven, je geluk ‘ergens anders’ zoeken. Nadrukkelijk niet bij de HEER maar ‘bij iemand anders’! Da’s precies zo als de ex-christenen in onze tijd doen: ze verwachten het niet meer van de Heer.
Toen kwam het al heel snel na hun bevrijding uit Egypte, met al die wonderen; snel na hun reis door de woestijn, waar ze de HEER echt goed hadden leren kennen en ook snel na de verovering van het hun beloofde land. De derde en de vierde generatie na de uittocht lijken hun vertrouwen in de HEER allang weer kwijt en gaan voor de mode van die tijd. Voor de gouden bergen die Bäal en Astarte hen beloven.
En als je dán nagaat dat ze HEER écht goed hadden leren kennen: een nauwkeurig uitgeschreven wet (de Tora), en precies voorgeschreven rituelen voor het dienen van de Heere, dan is het contrast enorm. Ze weten er eigenlijk niets meer van en ‘ze doen er nauwelijks nog wat aan’. Je kunt je het bijna niet voorstellen. In driehonderd jaar slijt het geloof in de HEER bijna helemaal weg: bij de jongeren maar ook bij de ouderen. Ze gaan hun eigen gang. En dat komt – net zoals voor ons nu- door de tijd waarin zij leefden.

Waar is God?
Er is er Één die ontbreekt in dit plaatje: waar is God hier ergens?
Is Hij ook nu bij zijn volk vandaan gelopen, zoals zij bij Hem vandaan gelopen zijn? Laat Hij het nu aan zijn lot over en moeten ze zich nu maar ‘op goed geluk’ zien te redden?
Paulus schrijft ergens: Als wij Hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet. (2Ti 2:13 NBV). Het antwoord op onze vraag, ‘waar is God hier ergens?’ is: ‘God-blijft-trouw’. Bekijk dit plaatje in Richteren maar eens goed. De HEER stuurt ongevraagd hulp. In het boek Richteren verloopt de geschiedenis volgens een vast patroon, steeds weer: zonde-straf-berouw-hulp. Daarin zie je Gods trouw, Hij geeft het niet op. Maar op dit punt in de geschiedenis –Richteren 13- is het volk kennelijk al zo ver van de HEER af komen te staan dat ze Hem geen hulp meer vragen (1-2). Het land wordt veertig jaar bezet door wrede Filistijnen, maar niemand bidt meer om hulp. Tenminste dat lezen we niet. Wat doet de HEER? Hij stuurt toch hulp, en laat het door een engel aankondigen. Die engel zag er niet uit als een engel, dat merk je aan de reactie, maar Hij komt wel met een boodschap van de HEER, die hulp belooft: U zult zwanger worden en een Zoon baren (3). Een bekend zinnetje, dat komen we later nog eens in de Bijbel tegen. Het schema verandert hier: zonde-straf-geen berouw – toch hulp! ‘de HEER blijft trouw.’
Maar je merkt wel dat het in een bijna, hopeloze situatie is. Hij laat de boodschap bij een vrouw brengen, in een volk waar de mán vaak als verantwoordelijk gehouden wordt. Die vrouw is daar onmiddellijk ontzettend blij mee, begrijpelijk ze was misschien al een hele tijd onvruchtbaar. Maar je merkt ook dat het voor haar ontzettend vreemd is ‘Hij leek wel een engel van God’ (6) Je hoort er haast in doorklinken, maar dat zal toch wel niet.
Haar man Manoach bidt, als hij de boodschap van haar hoort. Da’s mooi, toch nog een bidder in Israël! Maar ’t wel een vreemd gebed, hoor. Zijn vrouw heeft hem bijna letterlijk vertelt wat de boodschapper gezegd heeft. De hulp komt via hun zoon en dat zal een nazireeër zijn, een aan God gewijde. Die naam doet trouwens ook aan een andere Redder denken. Ze vertelt haar man ook precies wat dit betekent: geen wijn en niets onreins. Maar toch bidt Manoach: ‘wat moeten we doen wanneer de jongen eenmaal geboren is?’ (8) Hij vraagt naar de bekende weg. Helemaal al omdat Hij dat al had kunnen weten. Het Nazireeërschap staat in de Tora, de wet van God. In Numeri 6 staat het uitvoerig beschreven. Manoach hoort die wet te kennen, maar Hij kent de wet niet!
Hoe reageert de HEER? Hij stuurt de boodschapper gewoon nog eens een keer. Uiterst geduldig verdraagt Hij onbegrip en de onkunde van Manoach. Ik denk wel eens, ‘hoe zou ik op een verschijning reageren?’. Natuurlijk schrik je en vraag je je van alles af. Heb ik het echt gezien en echt gehoord? Maar je krijgt hier wel de indruk dat zelfs Manoach en zijn vrouw, de ouders van de redder, in dat ongelovige klimaat in het Israël van toen., zelf ook heel ver van de HEER vandaan gegroeid zijn. Ze kennen Hem eigenlijk maar nauwelijks, en herkennen een boodschapper van Hem dus ook niet. Vooral Manoach snapt niet wat hem overkomt, en hij komt toch uit een volk dat de HEER heel goed heeft leren kennen! Het is onthutsend!
Maar zelfs dan blijft de HEER trouw en geduldig bij zijn volk. Waar is de HEER? Nou, Hij is trouw zelfs als zijn volk dat helemaal niet is!
Perspectief
Broers en zussen, ik vind het soms schrikken als ik de ontwikkelingen in mijn familie zie: al zoveel ex-christenen. Heel anders dan ik dertig jaar geleden ooit had kunnen denken. Ik kan er soms niet echt bij. Sommigen zijn echt vér bij de HEER vandaan gegroeid. En in hun spoor leren andere, jongere, familieleden, de Heer helemaal niet meer kennen. Ze groeien zelfs zonder Hem op. Dat verbijstert me. En het wordt al zo’n grote groep met elkaar! Wat zou ik ze graag weer eens blij elkaar in de kerk zien! Wat zou ik ze graag weer samen bij de Heer zien.
Misschien is dat ook wel zo in jullie families! Het zal niet overal hetzelfde zijn, maar het komt véél meer voor, dat weet ik wel. Het is heel gewoon geworden om ook meerdere niet (meer) christelijke familieleden te hebben.

Dit is niet nieuw, begrijp ik uit ons bijbelgedeelte. Dit kwam ook al bij het oude volk Israël voor. Ik vind het dan heel bemoedigend te zien hoe God de Vader hiermee omgaat. Zijn volk blijft van Hem en Hij blijft bij zijn volk; ook als ze niet meer geloven stuurt Hij hulp. God is niet veranderd sinds die tijd: de grote Redder, onzen Heer Jezus Christus, kwam ook zonder dat zijn volk berouw had. En nog steeds stuurt God boodschappers in de levens van ex-christenen, ja zelfs in dat van atheïsten.
Andries Knevel schreef een boek met bekeringsverhalen van atheïsten: Niets is onmogelijk. Dat blijkt ook nog regelmatig voor te komen. Je merkt aan die verhalen dat de Heer in de buurt is. Broers en zussen: God heeft ons mensen lief, ook die mensen die niet meer van Hem houden! Want God is trouw.
Zelf in onthutsende situaties, zoals op ons familiefeest, mag je weten dat Hij daar ook bij is en dat weet.
Toen stuurde Hij ongevraagd Simson. Wonderlijk, maar toch de HEER toegewijd groeit hij als nazireeër op. ‘Voorspoedig’, want hij werd door de Heer gezegend. Toch lijkt Simson op sommige van onze familieleden. Zij groeiden ook vaak aan de Heer toegewijd op(dat gebeurt in de doop: in Christus geheiligd) op, onder Gods zegen, in de warmte van de gemeente en na toerusting op catechisatie en club en na jaren christelijk onderwijs soms. En toch zijn hun eerste stappen als volwassen mensen –soms al eerder- bij de HEER vandaan. Dat was ook zo bij Simson: het eerste wat hij doet is tegen alle geboden van God in, een vrouw zoeken onder de Filistijnen. Onder de niet-christenen, zouden wij zeggen. Een wonderlijke verlosser die Simson, wonderlijk voorbeeld voor de anderen. Daarover wil ik het de volgende keer nog eens hebben.
Maar zelfs als Simson ontrouw is, ook nu blijft de HEER trouw. Hij blijft bij zijn volk komen (4) en gaat verder op de ingeslagen weg. Dat is toch bij alle verdriet een grote troost. God is ook genadig voor afvalligen en blijft vasthoudend naar hen op zoek.

Dat weten we van die latere Redder die Hij stuurde: De Heer Jezus. Net zoals zijn Vader op zoek naar zondaren, ook naar ex-christenen. Zie je, Hij is nog altijd dezelfde: Zichzelf verloochenen kan Hij niet. God is trouw. Als we weer eens een familiefeestje hebben, moet ik daar maar aan denken. Als God het niet opgeeft, zou ik het dan wel doen? Ik ga er maar eens over na denken hoe ik daarin met de Heer mee kan werken.
Dat is vast en zeker hoopvol, want met zo’n God is niets onmogelijk. Amen

Liturgie
1. Zingen: B 56 Here der heren, Koning der koningen
Ps. 117 Looft, alle volken, looft de Heer
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: Ps. 146, 1 en 3
6. Kinderdeel + zang: B 224 Lees je Bijbel, bidt elke dag
7. Gebed
4. Bemoediging + Dubbelgebod Heb 11,1-3 ; 32-40
5. Zingen: B 77 U die mij geschapen hebt
8. Lezen:  Richt 13, 1- 14, 3
10. Preek
11. Zingen: Gez. 297 Toch overwint eens de genade
12. Gebed
13. Collecte
14. Zingen: Gez. 459, 1-8 AMVMVMVA (A= allen, M= mannen V = vrouwen)
15. Zegen

dinsdag 14 juni 2011

Gal. 5, 13-26 – preek – 12-6-11- Pinksteren


'Verlangen naar vrijheid' beluister
Openbare geloofsbelijdenis van:
 Petra Bouwman, Martijn Bouwman, Brain & Marriëlle Pietersma en Kai Boonzaijer 

Misbruik
Verkeerd gebruik kan grote schade geven.
Probeer maar eens een spijker met een schroevendraaier in de muur te slaan. Dat deed ik wel toen ik op kamers woonde. Nergens een hamer in de flat te vinden en te weinig geduld om er ergens één te gaan lenen, maar wel een schroevendraaier met een zwaar heft. De muur was zacht, de spijker kort en scherp, dat moet toch ook werken, denk je dan. De eerste klap is zowaar raak, de spijker zit al, de tweede jammerlijk mis: een brok muur valt met spijker en al op de grond, een gapend gat blijft achter. Daar kan ik voorlopig niets meer op hangen. Ik had die schroevendraaier ook niet voor spijkers moeten gebruiken. Daarvoor is die niet. Had ik maar…
Wat waar is voor de schroevendraaier en die spijker, is nog indringender waar voor een mes. Goed gebruikt kan een mes je helpen om in leven te blijven: je kunt er je brood mee smeren, je groente en vlees mee snijden, maar het mes kan -verkeerd gebruikt- ook een leven verwoesten: ik kan er iemand mee verwonden, ja zelfs mee doden. Dan is de schade onomkeerbaar. Veel erger dan met die schroevendraaier en die spijker.
Vrijheid kun je kennelijk óók verkeerd gebruiken. Verwoestend verkeerd!
Paulus waarschuwt:  misbruik die vrijheid niet ...(13), Paulus schrijft dit in een brief aan de christenen in de regio Galatië, in het Turkije van nu. Mensen die God al kennen. En toch bedoelt hij niet dat christenen eigenlijk niet vrij kunnen zijn, maar zich wel aan de regels moeten houden. Omdat vrijheid voor een christen verkeerd zou zijn, of zo. Dat kan hij namelijk niet aan. Sommige mensen kijken tegenwoordig ook wel zo tegen christenen aan: 'jullie mogen zeker niets" Want christenen zijn niet vrij. Maar Paulus vertelt hier een heel ander verhaal: jullie zijn (juist) geroepen om vrij te zijn. Vrijheid is onze- deze boodschap is ook voor ons bedoeld!- roeping. We zijn bestemd om vrij te zijn.
Paulus waarschuwt hier alleen voor misbruik. Verkeerd gebruik van vrijheid brengt grote schade toe. Er volgt een hele lijst. in eigentijdse termen: platte, liefdeloze, seks; angstig bijgeloof in nepgoden, witte en zwarte magie om je leven te redden, gekmakende eenzaamheid, moordende concurrentie, allesverterende verlangens die nooit eens, nee nooit eens bevredigd zijn, woeste feesten als uitlaatklep voor een ongelukkig leven. Nou ja, ga zo maar door. Paulus beschrijft een angstig, kil leven, dat zo nu en dan helemaal ontspoort, omdat het alleen onder invloed van seks, drank, nou van noem het maar op, vol te houden is. Verkeerd gebruikt, maakt vrijheid meer kapot dan je lief is.

Echt waar!
Hah, zullen sommigen misschien denken, daar heb je weer zo'n christen. Ze zeggen dat ze vrij zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze houden zichzelf voor de gek. "Vrij betekent, gewoon doen en laten waar je zin in hebt", hoorde ik Willem Paul zeggen in het programma Jong afgelopen week. Hij is als atheïst opgegroeid. Een vrije jongen, lekker los, ten minste, zo dacht hij er vroeger over. "Uitgaan, stappen, vriendinnetjes, met verschillende middeltjes experimenteren, ik had overal maling aan, weet je? 'En toch’ zei hij: “ik heb gemerkt dat als je altijd maar alles doet wat je wilt, dan loop je uiteindelijk tegen de lamp!" "Op een gegeven moment zijn mensen een beetje klaar met je, dan denken ze, je gaat maar lekker je eigen gang, maar zonder ons." "Als je dat heel lang hebt gedaan, dan betaal je daarvoor op een gegeven moment de prijs . Ik voelde me toen heel alleen en werd er erg ongelukkig van….
M.a.w. wie vrijheid alleen maar voor haar eigen verlangens gebruikt, blijft helemaal alleen over:  Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, (Gal 5:13 NBV) Paulus’ opmerkingen worden - -zelfs tegenwoordig nog- vanuit de praktijk bevestigd: 'als je los leeft ben je nog lang niet vrij.'
Ik denk dat je als zo los, voor jezelf, leeft, je ook tot jezelf veroordeeld wordt. Je in feite in jezelf gevangen komt zitten.
Uiteindelijk ben jij er alleen nog maar met jouw verlangens en kost het je steeds meer moeite die te bevredigen: losse vriendinnetjes, middeltjes, alcohol, geld, ze kunnen je een kick geven, je kunt je er even goed van voelen, vrolijk, los en vrij. Maar dat trekt snel weer weg. Voor de volgende keer heb je alweer méér nodig om dezelfde kick te krijgen. En uiteindelijk kun je er gewoon nooit genoeg van krijgen. ’t Is nooit genoeg en in je zucht naar bevrediging, raak je helemaal in je ban van jezelf. Je hebt niet eens tijd en energie om op anderen te letten. En de anderen lopen één voor één bij je vandaan…
Ik meen dit heel duidelijk te zien bij sommige wereldberoemde sterren. Ze hebben alles al en toch is het nog niet genoeg. Ik geloof niet dat deze mensen nog zoveel liederlijker zijn dan wij allemaal. Maar wel dat zij het leven vanuit een heel ander standpunt bezien. Voor ons blijft er veel te verlangen over. En wij denken nog vaak: ‘als we dat zouden hebben of dat zouden kunnen, dán zouden we helemaal gelukkig zijn.' Maar zij hebben alles al en zij weten inmiddels dat je ook als je alles hebt en bijna alles kunt, je verlangens nog steeds niet vervuld zijn. Wat Paulus zegt is echt waar: bevrediging van eigen verlangens brengen je geen vrijheid en geen vrede!

Een nieuw levensverhaal
Paulus vertelt ons een heel ander levensverhaal: “vrijheid is niet bedoeld om je eigen verlangens te proberen te bevredigen.” Het zal je niet lukken. Zodra je het probeert: begin je God kwijt te raken en je medemens en raak je –doodongelukkig- verslaafd aan jezelf. In beslag genomen door je eigen leven los van God: je eigen vlees.
Broers en zussen, eigenlijk is dit een heel bekend verhaal. Je hoort het al eeuwen overal om ons heen. In spreekwoorden als ‘geld maakt niet gelukkig en zo…’. En toch blijven we gevoelig voor de suggestie dat we het geluk voor onszelf, los van God en los van de meeste anderen, kunnen vinden: over geld zeggen we nog steeds dat het niet gelukkig maakt ‘ja maar ’t is wel fijn als je er genoeg van hebt.’ Onze verslaving is sterk.
We hoeven er niet meer aan toe te geven. Je Heer Jezus heeft je verlost van die verslaving aan je zelf. Sinds Eva zijn de mensen los van God en los van andere mensen, hopeloos met zichzelf bezig. Totdat de Here zijn volk een eigen land en zijn eigen Tora, zijn eigen wet, geeft. Die wet, die vingerwijzing leerde hen anders zien. Gods bedoeling met ons mensen, met zijn wereld, komt weer in beeld. In de geschiedenis van het oude Israël zie je dat: In het beloofde land vinden zij geluk in het contact met God en met hun medemensen. Daarvoor zijn ze geschapen! Heb God met alle macht lief en je buren als je zelf. Israël kende dan ook gelukkige tijden, en toch brachten ze het op de lange duur niet op om die wet, Gods vingerwijzing, te blijven volgen. Steeds weer haakten ze af op zoek naar geluk ergens anders. Ze raakten soms helemaal van God los, van hun volksgenoten los en in zichzelf verloren.
Totdat Jezus de Messias kwam: hij maakte mensen definitief los van de verslaving aan zichzelf. Van het verlangen voor zichzelf genoegen te vinden. Geluk voor zichzelf te zoeken in, nou ja noem het maar op. De Heer Jezus verloste ons mensen van zichzelf en van de torenhoge schuld die we inmiddels bij God hadden, van de machteloosheid om God te blijven zoeken. Hij maakte ons helemaal los van de banden waarmee we in onszelf gevangen zaten. Door Hem zijn wij weer vrij om te leven zoals God het bedoelt. Kunnen we Gods bedoeling weer zien en kunnen we ook zo leven… en door Gods ogen gezien gaat ons leven open en ontdekken wie we zijn: Gods kinderen geschapen om samen met de anderen voor Hem te leven.
Het is echt een wonder wat de Heer doet. Het is alsof je al jaren in hetzelfde huis woont, met de zelfde tuin, in dezelfde straat, in het hetzelfde dorp en in dezelfde regio. In hetzelfde dagelijkse leven Op een dag krijg je een boek in handen, een reisgids, en door die gids te lezen ontdek je –in je eigen o zo bekende omgeving; je dacht dat je alles al gezien had- ineens de weg naar het paradijs. Een begaanbare weg… een uitweg! Dat is er wat er gebeurt als de Heer Jezus in je leven komt: je komt los van dat je o zo bekende leven, dat van alles beloofd maar niets waarmaakt. Je krijgt een uitnodiging voor een ander leven in het Koninkrijk. Je wordt persoonlijk geroepen om vrij te zijn. Er gaat een wereld voor je open, want die vrijheid blijkt iets heel anders te zijn dan dat wat jij er eerst van begrepen had. Het is werkelijk een heel andere levensverhaal, broers en zussen, het staat dwars op wat wij soms nog als het toppunt van vrij leven zien: het is niet onafhankelijk, maar juist afhankelijk; geen zelfbediening, maar anderen dienen, niet graaien maar geven.
Je bent geen persoon die op zichzelf staat, maar hoort samen met de anderen thuis in Gods geestelijke werkelijkheid.
Onze Heer roept ons het leven anders te gaan zien, roept ons vrij te zijn bij Hem en vrede te vinden bij Hem. Verlost – vrij – vrede; de weg naar het nieuwe Jeruzalem.

De Gids (méér dan dat)
De Heer Jezus heeft ons van alle banden verlost. Er is maar één zaak waar Hij ons niet van verlost: onze eigen verantwoordelijkheid. We horen samen met de anderen bij God, Maar Hij verwacht dat wij daar zelf óók voor kiezen. God kiest voor ons, zonder onze keuze voor Hem af te pakken. Vandaar die oproepen in onze tekst Misbruik die vrijheid niet (…) om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde (13); 'Heb uw naaste lief als uzelf. (14); geef je zelf niet over aan de verlangens van wat je oorspronkelijke zelf wil (19-21); sla je oorspronkelijke, verslaafde zelf aan het kruis (24); zet elkaar de voet niet dwars en draag elkaar geen kwaad hart toe (26). Allemaal oproepen om nu ook zelf te kiezen, zelf verantwoordelijkheid te tonen.
En dat is ons zwakke punt: wie eenmaal verslaafd geweest is aan roken, is –zeker in de begintijd- nog steeds gevoelig voor sigaretten en dus voor nieuwe verslaving. Het blijkt altijd lekker ruiken. Zo is het ook met onze oude zelfzuchtige verlangen, het blijft aantrekkelijk. We zijn zo kwetsbaar om terug te vallen. En dan schrijft Paulus: “Denk erom, broers en zussen jullie zijn geroepen vrij te zijn". Dát is de reden van de waarschuwing.
De Heer Jezus en God de Vader laten ons in die kwetsbaarheid niet alleen. Zij hebben hun Heilige Geest gestuurd als onze Gids. Dat is Pinksteren! En weer ontnemen zij ons onze verantwoordelijkheid niet. De Geest komt naar óns toe, Hij wil ons leiden, maar wij moeten ons wel laten leiden: Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst (25). Klik laat jullie leiden door de Geest, dan zijn jullie niet gericht op jullie eigen begeerten (16). Láát je leiden

Daar zie je de tegenstelling in één oogopslag: de eigen begeerte die om aandacht schreeuwt en de Geest die ons daarvandaan leidt. De Geest is een geweldige gave van God aan ons mensen. Een stuk van Zichzelf – de Geest- is onze persoonlijke Gids. Die ons niet alleen wegroept bij ons oude zelf maar ook op het spoor zet naar Gods Koninkrijk en het leven daarin. Als wij bij Hem blijven en in zijn spoor gaan, zijn we met God verbonden En zo raken we ook met elkaar verbonden (FvG; Rachel).. En Hij, de Geest, is ook een verzorger die ons voorziet van wat we nodig hebben om goed met onze nieuwe vrijheid om te kunnen gaan, om onze buren te dienen in liefde. In zijn spoor groeien we naar ons werkelijke zelf toe. Het lijkt een boomgaard overladen met vruchten, langzaam groeit het naar rijpheid: vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
De Geest is onze Gids, Verzorger, Trooster, Inspirator en Krachtbron. De Geest is zo Gigantisch 

Petra, Martijn, Brian, Mariëlle en Kai: jullie door onze God geroepen en door onze Heer Jezus verlost. Geroepen om vrij te zijn zoals God het bedoelt. Door de Geest in liefde verbonden met Hem, de Heer Jezus en met al de anderen die jullie buren in het leven zijn. Het meest met je geloofsgenoten. Volg nu jullie geroepen zijn dan ook de richting die de Geest jullie wijst. Amen

Liturgie
Liturgie belijdenisdienst/Pinksteren Barneveld  12 juni 2011

Combo zingt van Sela: Belijdenis
1. Zingen: 
Kinderen:  Opw kids 57c Met gebaren: Vlammetjes
B 91 Heer ik kom tot U
2. Stil gebed, Votum en zegengroet
3. Zingen: Ps. 143, 1.9 en 10
4. Gebed (kinderen naar Bijbelklas)
5. Bemoediging: Han. 2, 1-13
6. Zingen: Gez. 477 Geest van hierboven
7. Tekst: Gal 5, 13-26
8. Preek
10. Zingen: B 137 Er is een dag (lied van vrijheid)
(Kinderen terug uit de Bijbelklas)
11. Belijdenis: Formulier/belijdenis/doop
Zingen: Opw 710 (aangepast: zegen hen)
12. Voorbede
13 . Collecte:
14. Zingen: B 107 Laat het feest zijn in de huizen
15. Zegen
16 Gez. 456,3
Combo zingt van Sela: Gebed om vrijheid

zaterdag 4 juni 2011

Zijn we er al bijna? Han 1,1-8 en de komst van het Koninkrijk



Ds. Harold Camping heeft ons er vanuit Amerika immers allemaal op aangesproken. Ook ons Nederlanders, op onze stations was de aankondiging ook aangeplakt, heb ik gezien. Vertaald, zodat ze voor iedereen goed leesbaar zijn. Net zoals in 44 andere landen, zo had ik begrepen. En dat met een bijbelse garantie als een soort waarmerk er bij. Dat zou je toch aan het denken moeten zetten! Stel je nou eens voor dat het écht zo ver is, dan ben ik één van die mensen die er helemaal niet op voorbereid is! En we hebben toch wat beelden gezien de afgelopen maanden: oorlogen en een vloedgolf. Nou toen ik dát zag…Inmiddels heeft Camping zijn berekening aangepast… het einde van de wereld komt op 21 oktober a.s.


Preek beluister

Dag van het oordeel?
“Zo, hij is niet gekomen!”, zei hij breed grijnzend. Ik moest even denken: wat bedoelt hij nou || Oh, de dag van het oordeel, natuurlijk, drong even later tot me door. Ik had er helemaal niet meer aan gedacht, die zaterdag 21 mei. Aan de voorspelling van de Amerikaanse predikant Harold Camping, dat de wereld op 21 mei zou vergaan. “Maar”, vroeg ik hem, “zouden er in ons land christenen zijn die hier wel rekening mee gehouden hebben?” “Nou”, zei hij, ‘hij had wel van mensen gehoord die afgelopen zaterdag best gespannen waren geweest.”
Toen hij dat zo zei, aarzelde ik wel even. Ben ik nu zó ongevoelig geworden voor dit soort boodschappen, dat ze me in feite helemaal niet meer raken? Ds. Camping had ons er vanuit Amerika immers allemaal op aangesproken. Ook ons Nederlanders, op onze stations was de aankondiging ook aangeplakt, heb ik gezien. Vertaald, zodat ze voor iedereen goed leesbaar zijn. Net zoals in 44 andere landen, zo had ik begrepen. En dat met een bijbelse garantie als een soort waarmerk er bij.

Dat zou je toch aan het denken moeten zetten! Stel je nou eens voor dat het écht zo ver is, dan ben ik één van die mensen die er helemaal niet op voorbereid is! En we hebben toch wat beelden gezien de afgelopen maanden: oorlogen en een vloedgolf. Nou ik dát zag…Inmiddels heeft Camping zijn berekening aangepast… het einde van de wereld komt op 21 oktober a.s. En nog steeds ben ik niet erg bezorgd. Dat is geen onverschilligheid, maar dat heeft te maken met mijn vaste vertrouwen in de woorden van onze Heer Jezus: “het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik.” (7) Ook op andere momenten –al eerder- heeft Hij er erover gesproken: 23 Als iemand dan tegen jullie zegt: "Kijk, dit is de Messias," of: "Daar is hij," geloof dat dan niet. (Mat 24:23 NBV). Beide teksten gaan over zijn eigen ‘terugkomst’, maar ja dat koppel ik aan het vergaan van de wereld. We kunnen het tijdstip hiervan helemaal niet weten en iedereen die beweert dat hij dat wel kan omdat hij wèl extra informatie heeft, gelóóf ik gewoon niet. Dat gaat bij mij zo automatisch, dat ik er zelfs niet meer over nadenk! Als ik wat anders aan mijn hoofd heb –en dat had ik die zaterdag- denk ik er gewoon niet aan.
Maar ja, denk ik nu, is dat dan weer niet het andere uiterste? Reken ik wel voldoende op de komst van de Heer? Ga ik niet veel te veel op het in het leven in het hier en nu?

Spot?
Veel mensen lachen hierom natuurlijk. “Hé moet je die christenen nu eens zien! Die geloven écht dat het einde van de wereld komt. Ach natuurlijk, schreef een cabaratière: Want wie eenmaal is gedrogeerd door de beloften van de Lieve Heer, ontbeert elke vorm van realiteitszin. . Christenen geloven in sprookjes, die kun je helemaal niet meer serieus nemen. Lekker om christenen lachen, zij geloven nog dat de wereld vergaat.

Broers en zussen, ik ben het grondig oneens met mijn Amerikaanse collega! Dat 21 oktober zal ook weer niet blijken te kloppen. Maar toch is het ook niet goed, wanneer wij helemaal niet met de dag van het oordeel bezig zijn. Er nooit tijd voor hebben om daar eens over na te denken. En als het wel hadden, denken we er nog niet over na. En er ook geen besef van hebben wat dit voor onze levens betekent. We gaan op in ons leven hier en nu, en hebben voor zoiets als de dag van het oordeel eenvoudig geen ruimte in ons bestaan. En we beroepen ons daarvoor óók nog eens op de woorden van onze Heer zelf: “het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik.”
Zie je wel zeggen we, de Heer zegt het ook al.

Maar, dat zegt Hij niet alleen. || Hij kán ons toch óók weer tot waakzaamheid oproepen: 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. (Mat 24:42 NBV) 44 Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht. (Mat 24:44 NBV). Hij wil niet dat we het proberen uit te rekenen, maar wel dat we erop rekenen . Hij heeft ons er zelfs een gelijkenis over verteld: die van de vijf wijze en de vijf dwaze bruidsmeisjes in Mat 25. En het is mooi wel zo dat die vijf dwazen, die niet klaar stonden, buiten het Koninkrijk moeten blijven!

En zo ontdek je, als je naar alles luistert wat de Heer Jezus hierover zegt, dat het is als balanceren op een evenwichtsbalk . Als je te vér overhelt naar één van de twee kanten, val je! Je moet zien in evenwicht op de balk te blijven. De spanning moet er wel in blijven. En ontdek ik nu, vlak vóór zijn hemelvaart vertelt de Heer Jezus zijn apostelen hoe zij hun evenwicht moeten bewaren. Zij moeten de laatste dag niet proberen te uit rekenen, maar er wel op blijven rekenen
Hoe doe je dat dan? Daarvoor moet ik eerst iets over het boek Handelingen vertellen.

Het leven van de Heer Jezus 2
Het boek Handelingen zou je ook 2 Lukas kunnen noemen. In het eerste boek worden de daden die de Heer Jezus deed en het de lessen die Hij ons leerde beschreven. En dit tweede boek is het vervolg op de daden en de lessen van de Heer Jezus te lezen . De naar de hemel gegane Heer is geen dode Heer, maar de levende Heer die regeert vanaf de ereplaats naast zijn Vader. Je zou het boek met goed recht niet alleen de Handelingen van de Apostelen, maar de Handelingen van de Heer Jezus kunnen noemen: Het leven van de Heer Jezus, deel II. Want daarover gáát het in dit boek: over wat Hij nog altijd doet. Belangrijk om dit goed te beseffen: we hebben geen dode Heer maar een levende Heer, die actief is in deze wereld.
We denken niet alleen terug aan de tijd dat Heer er was, maar we lezen hier over hoe de Heer in onze wereld er is en actief blijft. Anders dan eerder, maar Hij is er nog altijd. Ik kom daar straks nog eens op terug. 2 Lukas, over de daden en lessen van de Heer 2. Ik vertel dit zo uitgebreid omdat het belangrijk is dat we ons dit goed en scherp voor ogen houden en we in de praktijk niet gaan leven alsof onze Heer gestorven is voor onze wereld. Als dat zo zou zijn, dan zou dit avondmaal ook geen zin hebben!

Boodschap?
In het begin van dit tweede deel lezen we hoe de Heer Jezus zijn discipelen, die ook al een hoofdrol speelden in het eerste deel, nu in het tweede deel met Hem om moeten gaan. Hun rol is veranderd: ze zijn niet langer alleen maar leerlingen, zij zijn nu vooral apostelen. ‘Zendelingen’, zouden wij zeggen.

Ze worden er binnenkort op uitgestuurd met een boodschap.

Maar eerst, zegt de Heer Jezus, moeten jullie hier in Jeruzalem blijven wachten op de belofte van de Vader, nl. de doop met de Geest. [bijbel erbij pakken 4/5] Ja zo lezen wij, maar zo luisterden zijn discipelen niet.
Maakte het woord ‘belofte’ in hun de volgende vraag los?
Het lijkt er wel op. Voor een Israèli in die tijd was de grootste belofte het herstel van het Koninkrijk Israël door de Messias. Met wéér een koning zoals David en Salomo: de Heer Jezus en weer wereldroem zoals in de tijd van David en Salomo. Dat was voor hen de belofte en de boodschap…; en misschien ook de positie die zij zelf in dat nieuwe Koninkrijk Israël zouden krijgen (daar was het al eerder over gegaan!)

Hun vraag aan de Heer Jezus is dan ook: “zijn we daar al bijna?” Net zo als kinderen in de auto vragen, “hoe ver is het nog?”Het antwoord klinkt streng: “dat gaat jullie niet aan!” “Dat is de verantwoordelijkheid van God de Vader… “Jullie taak is het van Mij te getuigen”.

Getuigen zoals voor een rechtbank, een ooggetuige verslag geven. Maar ook zoals bij een sollicitatie: een goede getuigenis van de Heer geven. Ja zelfs zoals bij verkiezingen: aanprijzen om voor Hem te kiezen en niet voor anderen. Zelfs als die anderen daar niet blij mee zijn. Want dat roept ook vijandschap op. En dan toch blijven getuigen! Dat betekent getuigen allemaal.
Maar wat is de boodschap die zij van de Heer moeten doorgeven? Wat moeten zij van Hem vertellen. Wat denken jullie? … denk daar eens rustig over na.

Koninkrijk
Volgens mij denken wij dan vaak dat dit de boodschap van het lijden en sterven en opstanding van de Heer Jezus is, en van vergeving van zonden en geloof of niet?

Maar het is een bredere boodschap, dat is een onderdeel van een groter verhaal: er is een nieuwe Koning en zijn Koninkrijk, dat is dit keer de hele wereld (veel groter dan het oude Israël), komt van nu af aan Hem toe komt. Zijn apostelen, zijn gezanten, zijn de herauten die deze boodschap moeten rondbrengen over de hele wereld. Niet alleen in Jeruzalem en Judea, maar zelfs in het heidense Samaria, ja nog verder: over de hele wereld moet de boodschap gebracht worden: Jezus is de Heer, de nieuwe Koning van de wereld.
Broer en zussen en zussen dat was in die tijd altijd de manier waarop het nieuws van de troonsbestijging van een nieuwe vorst werd bekendgemaakt. Zonder kranten, radio, tv, telefoon en internet was men op deze herauten aangewezen. In een groot rijk, zoals het Romeinse Keizerrijk, kon het dus tijden duren voordat alle rijksdelen door herauten van de troonsbestijging van een nieuwe keizer op de hoogte waren gebracht. En zo’n groot rijk komt dus ook pas langzaam onder het gezag van nieuwe keizer. In het geval van onze Heer Jezus duurt het nog tijden voordat iedereen het weet en zijn gezag aanvaard. Dat is nu nog steeds niet zo. Tot aan de dag van vandaag zijn er mensen –opvolgers van de apostelen- die dit nieuws van het Koninkrijk van God aan het brengen zijn. Nu nog wel vaak aan het uiteinde van de aarde, maar steeds vaker ook weer bij ons! Opnieuw: denk erom Jezus is Heer!

Broers en zussen het gaat dus om de boodschap van het Koninkrijk. Zoals de apostelen dachten, maar dan toch anders. Alleen, dat staat ons vaak niet zo helder voor de geest. Nou lees het NT er maar eens op na: het gaat er over de komst van de Koning en van zijn Koninkrijk. Dat is het belangrijkste nieuws en dat is het gespreksonderwerp die veertig dagen tussen zijn opstanding en zijn hemelvaart. Lees maar in vers 3 gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.
Ik heb de indruk dat wij dit in onze traditie niet meer zo scherp zien: dat de komst van de Koning, onze Heer Jezus Christus, en de aanvaarding van zijn regering, zijn Koninkrijk het grote nieuws is. Het gaat niet alleen om de verlossing van onze zonde, maar daaraan aansluitend ook om het nieuwe leven in zijn rijk.
Evenwichtige verwachting

Broers en zussen wanneer wij op deze manier ook ‘getuigen’ van onze Heer, Jezus, zijn, dan blijven we met onze verwachting vanzelf in evenwicht.
Als in jouw leven Jezus al Heer is, wordt je niet overrompeld door zijn terugkomst. Het gaat niet om de terugkomst van de Koning alsof Hij daarvoor geen koning is: onze Heer Jezus is allang Koning van deze wereld, al eeuwen. Het gaat om de bekendmaking van de Koning, om anderen duidelijk maken wie deze wereld regeert. Het gaat om de aanvaarding van zijn gezag. Duidelijk te laten zien dat wij zijn gezag aanvaarden en anderen oproepen dat ook te doen.

Hebben we dan niets meer te verwachten? Jawel, eerst stuurt Hij zijn herauten, ook ons: zo is Hij met zijn Geest Koning van de wereld. Iedereen mag zelf beslissen of hij of zij zijn gezag aanvaart. Maar op een dag komt Hij ook lichamelijk terug naar deze aarde en dan is de gezagsovername voltooid en komt de aarde zoals die was aan haar einde en breekt het Koninkrijk van God in al zijn pracht helemaal door. Daarop wachten we: op de voltooiing van het Koninkrijk. Niet op de komst van de Koning…, maar op het bezoek vd koning.

Als je zo leeft, zul je nooit verrast door de lichamelijke komst van de Heer Jezus. Want in je leven is Hij al Heer… het kan alleen nog maar beter worden als iedereen dat gaat zien.
Denk aan je kinderen en neem een voorbeeld aan hen, leef vol verwachting naar de voltooiing van het Koninkrijk toe, zoals zij kunnen vragen: ‘wanneer zijn we er.’ En doe intussen gewoon wat je moet doen: getuigen zijn van Koning Jezus. Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. (Mat 24:46 NBV) Amen.

Liturgie Avonddienst 5-6-2011
1. Zingen: Gez. 285 Geef vrede, Heer, geef vrede
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: B 118 Zo vriendelijk en veilig als het licht
4. Avondmaalsviering met aansluitend aan tafel zingen Ps. 150 (reserve voor een eventueel tweede tafel: Ps. 66, 1 en 3)
6. Gebed
7. Lezen:  Han. 1,1-8
8. Preek
9. Zingen: Gez. 300 Eens als de bazuinen klinken
10. Gebed
11. Collecte
12. Belijdenis (zingen) B 119 'k geloof in God, Hij is mij Vader
15. Zegen
16. Zingen:  Gez. 456, 3

woensdag 25 mei 2011

Joh 10,14-16 Rachel, tot ziens!

Overdenking bij de begrafenis Rachel van Ginkel  21-04-2004 - 19-05-2011 Beluister




Goede Herder?
Wat een mooi verhaal is dat, dat over de Goede Herder!
Waar we hier eigenlijk maar een stukje van lezen, het verhaal is veel groter.
Dat onze Heer zo persoonlijk naar ieder van ons omkijkt. Erop uitgaat om al zijn schaapjes te zoeken, om ons allemaal, stuk voor stuk, te vinden. Wat een liefde! Wat is het mooi om te horen dat Rachel dát er nu net uithaalde toen ze het verhaal een tijdje geleden in de klas hoorde vertellen. Ze moest er van huilen. “dat de Heer Jezus zoveel van me houdt.”, zei ze.

‘Jezus is de Goede Herder’, kunnen wij het nu beleven zoals Rachel dat kon?
Het lijkt zo tegenstrijdig vandaag! Hoezo, Goede Herder die voor zijn schaapjes zorgt! Waarom werd Rachel dan zo ziek? En net die ziekte? En waarom werd ze niet beter? Waarom is de inspanning van het ziekenhuis niet beloond? Er is zo hard is er voor haar gevochten!
En misschien wel het allermeest: we hebben zóveel gebeden. Vier bidstonden uitgaande van onze gemeente. Andere waren er óók, uitgaande van andere gemeenten, heb ik gehoord. Er zijn velen die thuis soms dag en nacht gebeden hebben. Ik denk dat er misschien zelfs wel mensen meegebeden hebben die anders helemaal niet zoveel bidden. Maar nu was het een goede reden dat wel te doen.
Was al dat bidden nu voor niets? Jezus is de Goede Herder, kun je dat vanmorgen nog hardop zeggen?

Belofte!
Rachel was zo ernstig ziek, dat er werkelijk een wonder nodig was om haar te redden. Dit ging de kunde van artsen te boven. Om dat wonder hebben we gebeden. Het is ons niet gegeven. Wat een teleurstelling! We hadden het allemaal liever anders gezien! Erik, Mirjam en Eva voorop. En sommigen denken misschien: als Jezus echt een Goede Herder is, waarom heeft Hij dan niet gereageerd op al onze gebeden?

Als je dat zo beleeft, ik kan me de vraag voorstellen op een verdrietige morgen als deze, lees dan deze tekst over de Goede Herder nog eens mee. ‘Ik ken mijn schapen’…, Hij is persoonlijk bij ieder van zijn kinderen betrokken. Ja méér dan dat: Hij is bij ze betrokken zoals alleen God dat kan! Diep en echt op een goddelijke manier. Dit is veel dieper en hechter dan wij dit kunnen. ‘Net zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken, ken ik mijn schapen.” Zo diep! De Heer Jezus vergelijkt de band die Hij met zijn kinderen, met ons heeft (groot en klein), met de relatie die Hij met zijn eigen Vader heeft. Dat is nog al een vergelijking die Hij daar maakt. M.a.w.: we horen bij het gezin van God! Rachel ook! En lees dan ook de belofte die daarna komt: dan zal er één kudde zijn, met één herder. Is dit nu veranderd met het sterven van Rachel?

Nee!

Onze Heer Jezus is nog steeds haar Heer, nog steeds diep en hecht met haar verbonden en zal haar samen met al zijn andere kinderen –samen met ons ook- bij die éne kudde brengen. Dat is zijn doel! Die belofte staat nóg. Ook na het sterven van Rachel. Zelfs de dood kan haar niet scheiden van de liefde van haar Heer en Herder, zoals in Romeinen 8 staat. Alleen van ons, niet van Hem. Hij heeft de dood overwonnen. Hij is ook Heer aan aan de overkant van de grens van de dood!


Onze wereld
We zijn maar kleine mensen met een beperkte blik; soms zien we niet meer dan we voor ogen hebben. We leven ons leven op deze wereld hier en hopen op geluk. Dat delen we met alle mensen. En God die in de hemel woont moet voor ons zorgen en ons helpen. Als het niet goed gaat moet God ingrijpen. Een beetje zoals de directeur voor zijn bedrijf verantwoordelijk is. Wij doen wat wij moeten doen – bidden- waarom doet Hij niet wat Hij moet doen?

Maar juist nu, nu het Erik, Mirjam en Eva (om er maar drie te noemen) zo’n pijn doet en ons –om hen heen- dus ook, we zijn met hen verbonden: wij delen in hun verdriet. Juist nu, moet je blijven beseffen dat er méér is dan we kunnen zien. Onze wereld is maar een stuk van de werkelijkheid. En niet het beste stuk. Onze wereld is een deuk in de werkelijkheid: een beschadigd stukje werkelijkheid. En wij leven met zijn allen in die deuk. Ongeveer zoals op de bodem van een dal. Het is hier en nu nog niet goed, dat kun je overal aan merken. Veel van onze medemensen zijn bedreigd, arm en onveilig. Sommigen worden ziek en heel veel daarvan ongeneeslijk. Soms ook kinderen. En dan raakt het ons des te meer. Dát hoort niet! Inderdaad zo hoort het niet! Een zuiver gevoel. Beste mensen, je mag er over verbaasd zijn dat wij in onze beschadigde werkelijkheid soms nog zo gelukkig kunnen zijn. Want als je oplet zie je hoeveel er mis gaat. Ook in ons welvarende, doorgaans zo gelukkige, land. Erik en Mirjam vertelden me dat in het Sophiaziekenhuis in Rotterdam de traumahelikopter af en aan vloog. Dat zie je normaal niet zo, daar lét je niet op, maar het is er wel de hele tijd. Misschien hebben we ons zelf wijsgemaakt dat het al zo is, als wij graag willen. Maar het is een feit dat wij in een deuk in de werkelijkheid leven en dat die beschadiging grote gevolgen heeft. Vandaag zien we hoe groot die kunnen zijn. Hartverscheurend! Maar helaas, niet uniek.

Waarom?
Maar waarom doet God daar dan niets aan? Nou ja, ten diepste is dat niet zo. Want Hij heeft dat al gedaan!. Als je onze tekst leest, dan kom je er achter hoeveel! Het allerbelangrijkste is volbracht. Deze Herder, de Heer Jezus Christus, is voor zijn kudde gestorven. Hij geeft zijn leven voor de schapen, juist om ze te redden. En dat heeft Hij gedaan. Onze verlossing is een feit, de bevrijding van onze wereld nog niet. Maar ook die bevrijding komt steeds dichterbij.
Wanneer Gods Koninkrijk in zijn volle kracht doorbreekt, wordt onze werkelijkheid van de zinloosheid bevrijdt (Rom.8). Geen moeite, zorgen, ziekte en rouw. Ja zelfs vind je er troost voor al het verdriet dat geweest is (Openb 7).

Bij de Hemelvaart van de Heer Jezus vroegen zijn discipelen Hem, wanneer zal dat Koninkrijk in zijn volle kracht en pracht komen? Dan begrijpen van de Heer Jezus dat dit Vaders verantwoordelijkheid is niet de onze. Maar ’t moet nog komen, dat begrijp je wel.
Maar wij kunnen al wel getuigen van de verlossing van onze zonde en van het begin van een nieuw leven zijn. Nu al beginnend, maar straks pas zijn onze geest én ons lichaam verlost. Van de Geest die geloof geeft, krijgen we diep geloof en een ander kijk op de werkelijkheid waarin in wij leven. Wij beseffen dat er voorbij de horizon van onze werkelijkheid nog een andere is. En dat Rachel daar nu leeft geborgen bij haar Heer. Er is méér… dat zien kinderen vaak veel beter dan wij dat doen. Laten we hun voorbeeld volgen!


‘Kinderlijk’ geloven
"Iedereen moet huilen, behalve Rachel”, schreef een klasgenootje van Rachel. Wel verdrietig dat we afscheid moeten nemen, natuurlijk, maar Rachel is er nog en die heeft geen verdriet meer
Kijk eens hoe enthousiast kinderen kunnen zijn over God.
“Noem mij maar Gek: ‘Gods Eigen Kind”, zei Rachel. Ze vond het prachtig.
Zo wil je wel gek zijn. En ze was zo blij met haar Goede Herder, dat ze er van moest huilen. Dat de Here zoveel van mij houdt.
Rachel voelde heel scherp dat Hij een Goede Herder is, een Fijne Herder. Dat je bij Hem toch veilig en vertrouwd bent.

14 Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij,
 15 Zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken., zei de Heer Jezus.

Rachel is zijn schaapje! Niet alleen kent Hij Rachel, zij kende (kent!) Hem ook: diep en echt. Dat konden we aan alles merken. Diep met haar Heer verbonden en met zijn Vader. Dat is het geloof dat de Geest in haar had wakker gemaakt.

Erik, Mirjam, Eva, Sara, Loïs… familie, vrienden, broers en zussen, bijna niemand staat meer zo kaarsrecht als een kind kan staan. Eenmaal groter, gaan onze schouders, gebukt onder leven, niet zelden hangen en zakt onze blik vaker naar beneden. En dan zien we alleen nog ons leven hier. In die deuk in de werkelijkheid. Misschien laten we ons verleiden om dáár vooral ons geluk te zoeken. Dat is immers alles wat we nog zien. Kinderen staan kaarsrecht en kijken omhoog over de rand van dit dal, voorbij de horizon –zoals in je in de bergen voorbij de horizon en ander dal kunt vermoeden. Kinderen kunnen zich best voorstellen dat Rachel nu bij haar Goede Herder leeft. We hebben het ze gisteren gevraagd. Sommigen zijn zelfs een beetje jaloers op wat Rachel nu kan zien. Ze geloven dat zij samen met Hem wacht op de bevrijding de wereld.

Natuurlijk leeft Rachel al is ze voor ons gestorven
Rachel, schaapje van de Goede Herder

En Hij maakt zijn belofte waar! Aan haar, aan ons.
Laat wij met onze kinderen meekijken, dan zien wij het ook weer: één herder, één kudde en daartussen daar loopt warempel Rachel. Ja ’t is haar. Wie kan haar scheiden van de liefde van haar Heer? De dood, neen hoor! Die kan haar alleen maar scheiden van ons en niet meer dan tijdelijk.


Afscheid?!
Erik en Mirjam, Eva. Sara en Loïs. Vandaag moet jullie en wij –die in een bredere kring om jullie heel staan- mét jullie afscheid nemen van Rachel. Maar het is een beperkt afscheid. Want Rachel hoort bij haar Heer en jullie blijven via Hem met haar verbonden. In Hem vind je elkaar weer.

Sinds haar doop draagt ze de namen van de Vader, de Zoon en de Geest.
Op haar geboortekaartje stond: “Gods handen die jou zo kunstig hebben toebereid, blijven je omvangen tot in eeuwigheid.” En zo is het ook.

De laatste echte zin die Rachel uitsprak klonken op die eerste dag in het ziekenhuis (3 mei): “Mama, ik ben klaar!” Ik schrok er van toen Mirjam het mij vertelde, de eerste keer dat wij elkaar zagen. Net zoals Erik en Mirjam zelf. Wist Rachel iets dat wij nog niet wisten. Heeft het de artsen, verpleging, naaste familie, vrienden, gemeente en anderen nog meer dan twee weken gekost om dat te gaan zien? Rachel is hier klaar!
Feit is dat Rachel hier nu klaar is –hier wel!- en dat we ook van God weten dat het Hem niet uit de hand loopt: elke dag was geteld (Ps. 139). En ook weten we dat deze Herder goed is zonder zich te hoeven beperken.
Hij gaf Erik en Mirjam zeven jaar de zorg voor hun heerlijke dochter Rachel, samen met Eva. Sara en Loïs. En toen ze ziek werd de behoefte en de kracht om dat met ons te delen en zo konden wij met ook hen delen. We hebben intens meegeleefd de afgelopen weken. Diep verbonden met elkaar in gebed, in meeleven en de hoop op een wonder. Diep verbonden met de Heer Jezus en zijn beloften. Joh, 10 in de praktijk zeg maar, die diepe verbondenheid. Over die verbondenheid ligt de glans en warmte van het Koninkrijk van God. Dat hebben we samen ervaren, ondanks alles.. Er wordt iets zichtbaar dat we normaal niet zo zien. Juist nu we het zo nodig hebben. Gedragen door alle gebeden konden Erik en Mirjam Rachel woensdagavond 18 mei aan Gods Vaderarmen toevertrouwen, toen de artsen nog niet zover waren. In het geloof dat ze het bij Hem goed heeft.
Laten wij met hen blijven meebidden en meeleven in de hoop op de opstanding. Diep verbonden met elkaar en met de Heer Jezus en met zijn beloften.
Want uit Gods Vaderarmen zullen ze Rachel ook weer terugontvangen.
Op de dag die daarvoor staat.
In dat licht nemen we vandaag afscheid van Rachel. Voorlopig afscheid.
In de verwachting van wat er nog komt.
Want ze leeft bij Hem – veilig in Jezus’ armen- om ooit weer met ons te leven.

Daarom, Rachel, tot ziens!

Amen