vrijdag 15 oktober 2010

Missionair 4, Wat is het Nederlands Missionair peil?

Wat wordt er Missionair nu concreet van ons verwacht? Een volgende stap op onze missionaire weg.


We hopen: 
Sarah Gabriëla Sophia van Ommen, Mathijs Peelen en Yerah Vink te kunnen dopen



Liturgie

Intro: B 135 Groot is hij
Ps. 146, 1 en 2 Zing mijn ziel voor God uw Here

Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: B 83 Heer, wil mij op uw vleugels nemen
Doopformulier
vragen:
Gesprekje kinderen
Zingen: B 213 Jezus zegt, dat Hij hier van ons verwacht
Doop:
Zingen: B 139 Machtige Heer, grote Verlosser
Kinderen naar de Bijbelklas
Aansporing: Dubbelgebod: Fil. 4,4-9 Zingen: Ps. 133 Lezen:  Mat 25, 31-46
Preek
Zingen:  Gez. 285 Geef vrede, Heer, geef vrede
Gebed
Collecte
Kinderen terug uit de Bijbelklas
Zingen: Gez. 456,1, 2 Zegen ons algoede Zegen
Zingen: Gez 456,3 Amen, Amen, Amen


maandag 11 oktober 2010

Bevestiging ds. Henk van der Velde - Joh. 10,1-10

 

Welke leiders?
150.000 pinguïns op een hoop, een kakafonie van vogelgeluid.
Maar moeder pinguïn vindt feilloos haar jong terug! Midden tussen al die vogelstemmen, herkent ze die van haar kind.
Zouden wij dat ook zo kunnen? Nou moeders herkennen heel zuiver het gehuil van hun kind tussen de tientallen andere.

Herkent een christen nou ook zo het geluid van zijn Heer?

Want er klinken zo langzamerhand heel wat stemmen ons ons heen, kun je de zijne er nog wel tussen uithalen? Hij spreekt ons immers meestal aan via medemensen –zo is zijn stijl-, maar je vraagt je wel eens af: via welke eigenlijk? Is het vooral via de New Yorkse predikant, die zulke scherpzinnige boeken over geloven schrijft, of is het meer die Anglicaanse bisschop met zijn boeken over het NT? Is het de internationaal bekende bijbelleraar die zijn ideeën over gebedsgenezing naar de hele wereld exporteert. Zijn het de Doorbrekers, is het New Wine, of is het de Voorzeide Leer? Is het allemaal tegelijk?
Zeg het maar! In welke stem herken je de klank van Christus? Immers niet allemaal wijzen ze dezelfde richting! En dan bevestigen we vandaag op 10-10-10 ook nog eens een tweede predikant in onze gemeente. Komt er weer een stem bij! Vanaf nu klinkt zijn stem in dit geheel mee, samen met die van mij. Welke leiders moet je nou volgen en waarom? Dat lijkt me vandaag geen overbodige vraag. Het kan je als christen heel onrustig maken: de één maakt je enthousiast voor iets en de anders waarschuwt je er juist weer voor. En natuurlijk we hebben de Bijbel, maar wie legt hem nu goed uit? Wie moet je nou volgen?
Wie spreekt namens de Herder van de gemeente, namens de Heer Jezus? Vroeger had je het spelprogramma ‘Wie van de Drie’ op de TV. Steeds drie mensen die beweerden een bepaald beroep te hebben en het spelpanel moest dan met sluwe vragen proberen ontdekken welke de échte was. Aan het einde werd dan gevraagd: wil de echte … opstaan? En dan wist je het
Konden wij het ook maar zo vragen: wil de echte herder opstaan?
Maar wij moeten er anders achter zien te komen. Hoe?

In Johannes 10 schetst onze Heer Jezus ons een enorm geruststellend plaatje:
‘De stem van je Heer (?) die herken je uit duizenden.’
Hij neemt ons mee naar een schaapskooi uit die tijd . Dat is een muurtje zonder dak. Daar kunnen meer dan één kudde in, zo komen ze veilig samen de nacht door. De eigen herder komt dan ’s morgens bij de kooi en roept zijn eigen schapen. Zwartkop, eenoog, pluimstaart, kom dan. En alleen zijn eigen schapen herkennen zijn stem en gaan met hem mee. Hij vertrekt met de schapen die bij hem horen, de anderen blijven achter. Simpel,… lijkt het.
3x 10
De stem van Herder is wel te herkennen, maar waar moeten wij dan op letten?
Want het gaat voor ons niet op de klank af, zoals de schapen die klank kennen en vol vertrouwen terugdenken aan die andere keren dat deze stem hun naar een goede weide bracht. Wij moeten meer op de inhoud letten.
Er zijn tenminste drie dingen waaraan wij de stem van de Heer herkennen. Je ziet ze bij elkaar staan in vs 10. Je herkent zijn boodschap aan: 1. De stijl 2. Richting en het doel 3. Aan het belang dat gediend wordt: 3 x vs 10 dus.
1. De Stijl
“Ik ben gekomen…” (10), zegt de Heer Jezus. Hij is geen Heer op grote afstand maar komt persoonlijk. En spreekt je zelf aan. Drie jaar lang is Hij in Israël op zoek geweest naar zijn volk. Hoeveel mensen heeft Hij daar niet persoonlijk gesproken? Geen boek uit de hemel, maar een Persoon. En als Hij naar de hemel gaat, stuurt Hij zijn apostelen er ook op uit met een persoonlijke boodschap voor de rest van de wereld. Die is hier ook op de Veluwe persoonlijk afgeleverd. Waar de Heer je aan wil spreken ontmoet je al snel één van zijn dienaren. Zo doet hij dat nog altijd. Gemeentes over heel deze wereld mogen er op daarom op rekenen dat de Heer mensen in hun midden brengt die door Hem geroepen zijn om zijn boodschap persoonlijk bij hen te brengen. En vanmorgen vieren we dat zo’n geroepen dienaar op de door zijn Heer aangewezen plek komt.
De leiding van deze gemeente loopt dus in de eerste plaats via ds. Henk van der Velde en ja –alles wat ik zeg gaat ook over mezelf- en via mij. Wij zijn die geroepen herders hier. Zo werkt dat in Gods Koninkrijk. En al die andere leiding – hoe waardevol ook- staat iets meer op een afstand.
Nou zeg…Betekent dat zoiets als kadaverdiscipline?
Juist niet! In dat persoonlijke komt nl. nog méér mee. In de tijd dat de Heer dit voor het eerst zei, waren er Warlords, bendeleiders (dat zijn die dieven en rovers), die zich zelf uitriepen als leider over Israël. Zij stelden zichzelf als Messias aan en met veel geweld probeerden ze hun koningschap waar te maken: ze zaaiden dood en verderf. Iedereen was bang voor hen.

De Heer overweldigt je niet met machtsvertoon. Hij dwingt je niet in een bepaalde richting. Nee Hij overtuigt je! En langzamerhand wint Hij je vertrouwen, je geloof. Op deze manier raakt je ervan overtuigd dat Hij je Heer is. Om het maar eens anders te zeggen: je hoeft de boodschap niet onbegrepen aan te nemen, maar je mag vragen stellen! Zo deed de Heer dat zelf, zo doen de door Hem aangewezen leiders dat. Want Hij zet ons niet op een voetstuk! We staan midden tussen de andere gemeenteleden. Zo wil Hij dat … net zo aanraakbaar als hun Heer.
In het Koninkrijk van God gaat het er niet om wie de macht heeft, maar dat je overtuigd raakt van je Heer en in Hem kunt geloven. Daarom die persoonlijke behandeling.
2. Richting en doel
Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. (Joh 10:10 NBV)
De vertrouwde stem van de herder, hoeft niet te betekenen dat het allemaal heel comfortabel is in zijn buurt. Dat zou je je voor kunnen stellen bij dit idyllische plaatje. ’t Is allemaal zo bekend en zo vertrouwd, bij de Herder.

Maar zo bedoelt onze Heer dit niet. Zijn stem stelt je niet gerust, omdat het allemaal zo bekend en vertrouwd is. Toen de Heer op aarde kwam riep Hij zijn volk juist op uit hun vertrouwde leventje te stappen en Hem als Koning te aanvaarden. Als hun verwachte Messias. Kom je mee naar mijn rijk, dat is pas leven. Maar daar zagen zij nog helemaal niets van. Die herders die de Heer er op uitstuurt, komen met net zo’n boodschap.

Ga mee met de Heer en zoek eerst zijn Koninkrijk.

Dat betekent juist dat je uit je comfortabele leventje weggeroepen wordt naar een leven dat veel meer rijkdom beloofd. Zeggen ze, maar daar zie je nu nog niet alles van. Wat je bezit, je huis, je lichaam, je vrienden, je relatie, je reputatie en je werk je nooit blijvend kunnen geven, kan je Heer je wel geven is de belofte: Vrede met God en een echt rijk leven in het Koninkrijk van God. Hij roept je juist op uit je comfortzone vandaan te komen.
Je herkent zo’n herder dan ook niet aan zijn uiterlijk vertoon, aan zijn charisma, aan zijn tomeloze werklust, aan zijn leiderschapskwaliteiten, dat hij je altijd zo op je gemak weet te stellen of dat hij zo goed zijn weg weet in de samenleving. Hij is juist niet zo thuis in deze samenleving – een beetje wereldvreemd- hij heeft het immers steeds over een andere samenleving. Je herkent hem er aan dat hij in dezelfde richting gaat als zijn Heer en je uitnodigt ook mee te komen naar dat Koninkrijk. Een geweldig doel, maar de weg er heen kan best moeilijk zijn. Door lastig berglandschap en langs smalle paden en je moet ook veel achterlaten. De stem van de herder stelt je niet gerust omdat hij zo vertrouwd klinkt maar omdat je gaat vertrouwen dat het doel dat hij je wijst zo heilzaam is. En dat je dan dat vertrouwde juist achter je durft te laten op weg naar het heilzame: Gods Koninkrijk.
Hij aait je niet over je bol maar wijst je wel waar je wezen moet. Een échte herder is altijd onderweg naar het Koninkrijk en wil dat je met hem meegaat.
3. Het belang
Je leest hier nog over één belangrijk kenmerk.
Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. (Joh 10:10 NBV) Het ging de Heer, niet om Hem zelf, zoals een dief, maar om de kudde. Hij was bereid alles te doorstaan voor zijn kudde. Zo mag het één van zijn herders ook niet om hemzelf gaan. Kijk naar het plaatje: het schaap staat in het centrum.
Een herder hoeft niet rijk te worden vd. kudde: geen broodprofeet zoals de leiders in Jezus dagen. hij hoeft er niet bekend van te worden, hij hoeft niet in het middelpunt te staan (moeilijk voor een dominee, je raakt aan de aandacht gewend). Het gaat om de schapen en hun Heer. Als ze Hem maar leren kennen. Da’s ook zijn belang.
Daar wil een herder voor waken en dan kost het hem maar wat.
Aan een herder van de Heer merkt je dat hij niet het middelpunt van de kudde wil zijn. Het gaat niet om zijn eigen belang maar om dat van zijn Heer.
Identiteitsbewijs van een herder 

Broers en zussen, zo herken je nou een herder van Heer, een echte

Aan zijn leiding in de stijl van Christus: persoonlijk en overtuigend
Aan zijn gedrevenheid door de Geest van Christus naar Gods doel: het Koninkrijk
Aan zijn gezindheid net zoals die van Christus.

Zoek naar zulke leiding en je komt bij je Heer zelf uit.

Henk, je bent een ervaren herder, die ingezet wordt op een nieuwe plek in het Koninkrijk. Spannend, maar je weet het. Je hoeft niet te schitteren door eigen licht, niet te spreken op eigen gezag, je hoeft deze gemeente niet te veroveren, je hoeft als herder alleen maar zelf ook een schaap van de Goede Herder (Jezus) te blijven. Gewoon een schaap met vier poten. Als zijn andere schapen dat herkennen is, krijg je vanzelf de leiding. Want dan is er opnieuw een echte herder opgestaan. Amen

zondag 3 oktober 2010

Missionair 3: 'Om' wie draait het in je geloof? 1 Petr. 2,9-10

Licht van de Barneveldse berg (Voorthuizense heuvelrug)
Konden jullie er iets mee?
Met die oproep in de vorige preek?
Sta op en schitter! Jesaja [60,1-3]!
Of in de woorden van onze Heer Jezus: ‘Laat jullie licht schijnen voor de mensen?” [Mat. 5, 16]. ||
Begrijpen jullie het beeld dat de Heer Jezus gebruikt? een stad die boven op een berg ligt dat dit een beeld van onze gemeente is (en van alle andere gemeenten)? Begrijpen jullie dat wij als het ware de kerk op de Barneveldse Berg zijn? ||

Ik zou me kunnen voorstellen van niet.
Zo praten we niet zo vaak over in onze kerkelijke gemeente. Van jongs of aan heb ik er tenminste niet zo over leren denken. Ik heb het niet van huis uit meegekregen. Nee veel meer: de kerk is een gebouw waar ik regelmatig heen ga.
Dat is belangrijk, want dáár hoor ik over mijn verlossing door de Heer Jezus Christus. Ik ga er heen om te luisteren.
Ook om God eer te brengen, door te zingen, te bidden en te belijden.
Maar dat wij als kerk, als geheel, een uitstraling horen te hebben, daar dachten wij vroeger niet zo over na! En jullie?
Zoals ik al zei: ik zou me kunnen voorstellen van niet.
Het is maar net welk beeld van de kerk je van jongs of aan hebt meegekregen!
Laat ik dat eens proberen te verduidelijken met een ervaring.

Gods huis?
Het is al weer jaren geleden, maar deze week moest ik er weer aan denken.
Aan die Schooldag in Kampen dat ik almanakken probeerde te verkopen voor de studentenvereniging FQI. Daar was ik toen lid van.
Voor de mensen die dit niet kennen: de Schooldag is de jaarlijkse toogdag van de vrijgemaakte Theologische Universiteit in Kampen.
Daar kwamen toen gemiddeld zo’n 6000 mensen op af.
Allemaal potentiële klanten voor onze almanak.
Daar konden we onze verenigingskas flink mee spekken!

Ik had een mooi plekje gevonden, bij de deur van de Bovenkerk in Kampen.
Geweldige akoestiek die kerk! Zodra de samenkomst daar afgelopen was en de mensen naar de uitgang begonnen te lopen: begon ik te roepen: ‘verse almanakken, verse almanakken.” Dat klonk… nou! Het galmde door het hele gebouw [...] Inderdaad sommige mensen lachten toen ook, maar er waren ook andere die me heel zuinig aankeken. En dat had niet alleen met hun portemonnee te maken. Ze vonden het onbehoorlijk wat ik deed.
De hervormde koster die snel aan was komen lopen, bracht onder woorden wat zij dachten: ‘wil je daar onmiddellijk mee stoppen!’
Dit is oneerbiedig in het huis van God. Het is hier geen markplaats!
Zo had ik er nog niet tegenaan gekeken. De Bovenkerk als huis van God. Ik was het daar niet mee eens en ging nog in discussie. Maar dat kon ik natuurlijk niet winnen, want kosters krijgen altijd gelijk. Ook als ze het niet hebben.

Toch denk ik dat er wel meer zo tegen een kerkgebouw aankijken.
Dat kan ik me wel een beetje voorstellen, want zo’n kerkgebouw straalt wel wat uit: het hoge gewelf brengt voor je gevoel dichter bij de hoogheid en heiligheid van God. Een ruimte doet wat met je. Gevoelsmatig kan ik het me dat heel goed voorstellen dat mensen zo’n kerkgebouw beleven als ‘het huis van God’
Toch is het vreemd aan de bijbel.
Want het NT kent geen heilige plaatsen meer.
Voor de oude tempel is nooit meer een vaste plek in de plaats gekomen.
De Heer verbindt zich niet meer aan één vaste plek, maar heel exclusief aan zijn volk. Waar Gods volk is, is God.
Petrus noemt de gelovigen aan wie hij deze brief schrijft dan ook een geestelijke tempel. Broers en zussen, wij zijn het gebouw waar God wil wonen,
Wij zijn het huis van God op aarde.
Het is belangrijk om ons dat goed te realiseren.
Want de Heer heeft er voor gekozen zich door ons te laten vertegenwoordigen onder de mensen. Als wij ons dat niet goed bewust zijn en dat dus niet doen, dan kun je rare taferelen krijgen.

Eigen heil?
Dat krijg je als je alleen voor je eigen heil naar een kerkgebouw gaat.

Dan krijg zoiets als een vertegenwoordiger die in jouw bedrijf op bezoek komt,
geen enkel moeite doet de producten van zijn baas aan de man te brengen,
Maar jou wel vraagt of ze in de bedrijfskantine ook kroketten hebben.
En als jij dan ja zegt naar de kantine vertrekt om eens even lekker te gaan eten.
terwijl hij jou verbouwereerd achterlaat in je kantoor.
Hij vertegenwoordigt zijn baas helemaal niet, maar alleen zichzelf
Broers en zussen, als wij hier in een dienst zoals die van vanmorgen, alleen voor ons zelf zitten, voor ons zieleheil, dan vergeten we de bedoeling van onze Heer.

Immers wij zijn een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. [1Pe 2:9 NBV]

In deze tekst vallen twee dingen op:

1. Wij zijn door de Heer Jezus Christus gered met een doel. Dat is niet alleen dat wij persoonlijk vrij zijn van onze zonden en een goede toekomst tegemoet gaan in Gods Koninkrijk.
Maar die is –meer dan dit – dat de hele wereld God weer gaat erkennen.
Hem leert zien in zijn grootheid en die grootheid erkent.
“grote daden’ staat er. Als het in de bijbel over Gods grote daden gaat, dan gaat het altijd over God die zijn volk redt[1]. In het OT: uit Egypte en uit ballingschap. In het NT van de zonde en van een zinloos leven.
De hele wereld moet kunnen zien dat God goed is, ons wil redden en wat dat dan in de praktijk voor het leven betekent.

2. Hoe kan de wereld dat zien? Niet in de eerste plaats aan ons persoonlijk geloof, maar aan ons gezamenlijk geloof en leven , het leven van het volk van God.
In deze 10 verzen gaat het steeds in het meervoud over het ‘volk van God’.
Dat gezamenlijke staat hier heel sterk: Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk (1Pe 2:10 NBV). Jullie zijn nu pas een volk. Vóór jullie redding waren jullie losse individuen die heel vaak zelfs helemaal niet samen konden leven. Na jullie redding zijn jullie een eensgezind volk, met een herkenbare levensstijl en één duidelijk doel: het Koninkrijk van God. Paulus kan schrijven: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. (Eph 4:4-6 NBV).
Een praktijk voorbeeld daarvan lazen we drie weken geleden op startzondag: de eerste gemeente in Jeruzalem waaraan je kon zien dat ze gered waren. Ze waren samen (!)aan een heel nieuw leven begonnen. En dát maakte indruk: mensen eerden God om zijn ‘grote daden’.
Alle generaties gelovigen krijgen die opdracht. Wij erven die van onze broers en zussen uit het OT, van het Israël van toen. De Heer Jezus maakte dat al duidelijk: Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt (Mat 5:14 NBV). Het licht van de Barneveldse Berg (denk aan de preek twee week geleden), moet van ons samen komen.

In deze brief van Petrus lees je dat ook nog eens weer. De titels van het oude volk Israël erven over op het nieuwe volk Israël: de messiasbelijdende joden en ex-heidenen samen. Ze -we, laten we het maar op onszelf toepassen- heten nu: een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, (1Pe 2:9 NBV). Petrus decoreert ons met de titels van het oude volk Israël.[2]
Dat is een grote eer, en ook een grote verantwoordelijkheid.

Om wie draait het?
Petrus maakt ons duidelijk dat onze redding draait om de eer van onze goede God. Dat God onze hele wereld toekomst wil geven. Dat wij door Hem zijn geselecteerd (een uitverkoren geslacht) om aan de anderen te laten zien wat Hij met onze wereld van plan is. Is dat aan ons als gemeente gezamenlijk te zien?
Om Wie draait het in ons kerk-zijn?
Om ons respect voor Gods grote daden? Om zijn reddingsplan voor de het wereld? Om dat het nieuwe aantrekkelijke leven van een verloste gemeente voor iedereen zichtbaar is?
Of zijn we dat in de loop van onze geschiedenis, toch min of meer kwijtgeraakt! Of zijn we in de loop van de geschiedenis in onszelf gekeerd geworden en veel meer bezig met onze persoonlijke redding dan met de bedoeling van God ermee? Om Wie draait het in ons geloof? Om onszelf of om God!

We zijn als kerk al lang -2000 jaar- onderweg naar de voltooiing van Gods Koninkrijk. Misschien is er in de geschiedenis van onze kerk in ons land, een tijd lang niet zoveel reden geweest om zo zichtbaar kerk te zijn. Omdat we dachten: iedereen kent God toch al. Misschien denken sommigen dat hier nog wel eens: ‘in de Gelderse Vallei gelooft iedereen en op de Veluwe ook’.
Maar we weten dat dit allang niet meer zo is. Om ons heen niet, maar ook hier niet meer. Ook mensen in de Gelderse Vallei en ook die op de Veluwe hebben redding nodig. En wij zijn –als gemeente- samen met de andere christelijke gemeenten, door God geselecteerd (uitverkoren) om te laten zien wat voor een belofte Gods verlossing voor onze regio betekent. Wij moeten in de eerste plaats zichtbaar maken wat het in de praktijk betekent dat Jezus Heer is over het Koninkrijk van God! Wat zijn verkiezingsprogramma kan betekenen voor onze regio in nood.

Broers en zussen, om W(w)ie draait het in ons geloof?

Een persoonlijke vraag, die ik vanmorgen aan iedereen mee wil geven!
Denk daar nou eens een tijd over na en probeer en dan eerlijk antwoord op te geven voor jezelf.
Onze God wil dat wij met Hem verder kijken voorbij ons eigen belang naar het zijne en dat van onze medemensen. Wij willen dat vast ook! Maar doen wij het ook.

Wat is verlossing?
Petrus geeft aan het begin van ons leesgedeelte een definitie van redding/verlossing. Als dat leest dan begrijp je dat redding geen alleen voor jezelf bestemde toezegging is. Maar een door God gegeven en door de Heer Jezus Christus verworven mogelijkheid om weer te leren om in zijn stijl te gaan leven.
Ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij, 2 En verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. 3 U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is? (1Pe 2:1-3 NBV)

Gods selectie wordt opgeroepen dienst te doen in zijn tempel. Dat betekent binnen het gezamenlijke volk van God. En gezamenlijk (als volk) aan het nieuwe leven te beginnen en zo onze redding te bereiken staat er. Je merkt hier dat onze verlossing een heel proces is, dat begint bij een overtuiging (geloof), maar pas voltooid is in een vernieuwde levensstijl.

Dierbare broers en zussen. Misschien zijn we de afgelopen jaren wel veel te veel kerkbezoekers geworden bij wie het vooral om de eigen verlossing gaat.
Dat kan zo gebeuren, maar weet dat dit niet zo kan blijven.
Onze God heeft veel grotere plannen met ons
Hij wil dat wij voor iedereen zichtbaar priesters zijn in zijn tempel
Een dankoffer van een nieuw leven brengen,
waarvan het licht een baken is voor onze hele regio

God leeft en God redt, laat je ook redden.

Broers en zussen, om W(w)ie draait het?

Amen

[1] Ps. 77:13’, Ps. 78:7, 11, Joel 2:20f, Acts 2:11, 22, Heb. 2:4, 1 Pet. 2:9
[2] Ex. 19,6, Deut. 7,6, Deut. 14,2, Jes. 43,21

donderdag 30 september 2010

Missionair 3: 'Om' wie draait het in je geloof?

Komende zondag zullen we het hebben over het derde onderwerp in de serie 'een missionaire gemeente'
Misschien moest je de vorige keer een beeld bijstellen: ons gemeenteleven is niet bedoeld als 'vertrouwd onder onder zijn', maar als oriëntatiepunt voor anderen. We zijn net zo zichtbaar als een stad die boven op een berg ligt en stralen een boodschap uit (of niet!).
In Gods boodschap is dat geen nieuwe gedachte, zoals teksten uit het Oude Testament (Jes. 60,1-3) en het Nieuwe (Mat. 5) laten zien. Maar voor ons misschien wel. Je mag de vraag stellen: is ons gemeenteleven niet veel te veel naar binnengekeerd? Kunnen anderen zich eigenlijk wel op ons oriënteren? Misschien vraag je je af: zijn wij daar niet veel te zondig voor?
Deze zondag de vraag: voor wie is die verlossing eigenlijk bedoeld? En hoe ver gaat die? Om wie draait het eigenlijk allemaal? Deze preek veel aandacht voor het woordje 'om'




Liturgie voor zondag 3 oktober 2010



1. Zingen: B 138 Licht van de wereld 


B 146 Jezus, hoop van de volken
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: B 151 Wie is als Hij?
4. Voor de kinderenl + zang: B 249 Wereldnieuws Kinderen naar de bijbelklas
5. Gebed
4. Vermaning: Dubbelgebod +Fil 2, 12-18
5. Zingen: Gez. 281 Jezus zal heersen waar de zon
8. Lezen:  1 Pet 2, 1-10
10. Preek
11. Zingen: Ps. 67, 1.2 en 3
12. Gebed
13. Collecte
Kinderen weer terug in de dienst
14. Zingen: B 133 Over al wat leeft
15. Zegen

woensdag 22 september 2010

Vraag over missionair gemeente!


Afgelopen zondag ging het in de preek over de 'uitstraling' van onze gemeente.
De Heer Jezus maakt ons duidelijk dat we 'als een stad op een berg zijn'. Zichtbaar voor iedereen dus.
Welke indruk maken wij - de NGK van Voorthuizen-Barneveld- op onze omgeving?
Natuurlijk denk je dan aan warmte en medemenselijkheid. Maar we geven ook een indruk van onze Heer Jezus?
Johan Oskam (zie hieronder) concludeert dat we een veelkleurige gemeente zijn en dat dit een eensgezinde uitstraling kan hinderen  Wat denken jullie? Schrijf eens een kort portretje van onze gemeente.

zondag 19 september 2010

Missionair 2: het licht vanaf de Barneveldse Berg? (Jes. 60,1-3; Mat 5,13-20)

Vanmorgen de tweede preek in de serie over een missionaire gemeente! Duidelijk is dat wij een opdracht geërfd hebben van het oude volk Israël: "wees een licht voor de wereld!" 'Sta op en schitter!", profeteert Jesaja. Een andere leerpunt krijgen van via de Heer Jezus: 'een stad op een berg kan niet verborgen blijven!" M.a.w. woorden, we hebben een hoge positie. Het is voor ons de vraag hoe we die invullen. Zeg maar, wat voor licht schijnt er vanaf de Barneveldse Berg (de Voorthuizense Heuvelrug) over de Gelderse Vallei?
Wat denken jullie? Ik zou dat graag weten! Zet eens een reactie op deze website, of mail me eens.
Wat gaat er goed, wat komen we tekort! Wat kan er beter?


Het licht van Schiermonnikoog
Ik kom uit het Groningse dorp Niezijl (Nijziel).
Een klein arbeidersdorp midden tussen de weilanden en de akkers.
Nou niet echt vakantiegebied: echt platteland.
Toch is het toerisme vlakbij, het ligt maar net 25 km naar het Noorden.
Daar ligt het eiland Schiermonnikoog
Maar daar merk je normaal gesproken niets van in Niezijl.
Behalve op een heldere avond.
Dan zie je het licht van de vuurtoren van Schier langs de horizon strijken.
Vier keer en dan even niets en dan weer vier keer.
Als ik dat vroeger zag, dan gaf me dat een enorm vakantiegevoel.
Schiermonnikoog is hier toch vlakbij!
Ja, zo is dat in Nederland: thuis zie je gewoonlijk niets van de rest van Nederland. Van de Veluwe merk je hier niets, al woon je er vlakbij.

Karmel
In Israël is dat anders.
Dat merkte ik toen ik op de berg Karmel stond.
Da’s die berg van het offer van Elia.
Vanaf die plek kon ik een hele serie Israëlische steden en dorpen zien.
Niet vanuit de lucht, maar in de lucht: want ze liggen op de toppen van de heuvels om de Karmel heen. Tot mijn verbazing wees de gids ze zó aan: Nazareth, Naïn, Kana.
Ik kon ze recht vóór me zien liggen.
En als ik gewacht had tot het donker werd zou ik hun lichtjes vanaf de heuveltoppen hebben gezien
Zo is dat in Israël, op elke plek in het land zie je ook nog van alles van de rest van het land.

Licht voor de wereld
Dáár moet je aan denken bij die profetie van Jesaja.
Want daarover gaat het in Jes. 60. Jesaja profeteert Israël:
‘jullie zullen opnieuw het licht van de wereld worden”
Het beeld daarvan is de aanblik van Jeruzalem op de heuveltop.
Wonderlijk eigenlijk. Zitten ze daar dan op te wachten?
Het grote nieuws is toch dat het volk naar zijn eigen land mag terugkeren.
Dat zou je toch denken: opnieuw een eigen staat Israël.
Na de jarenlange gevangenschap in het buitenland eindelijk weer alle vrijheid om als volk van God te leven. Kosher voedsel eten, de feesten in Jeruzalem vieren, en ieder kan weer onder zijn eigen wijnrank en onder zijn eigen vijgenboom zitten(Mic 4,4).
Niet langer gevangen in de wereld,
De wereld ligt weer veilig buiten de grenzen.
Eindelijk weer thuis.
Maar nee, Jesaja profeteert: Sta op en schitter, je licht is gekomen (60,1).
en: volken laten zich leiden door jouw licht (3).

Niet, ‘gelukkig weer veilig thuis, de wereld is weer ver weg.
Nee, je mag weer schitteren als het licht van de wereld!
Vanaf de heuvels waarop je steden en je dorpen liggen.
Zichtbaar voor iedereen.
Dat is je taak Israël: oriëntatiepunt voor de rest van de wereld zijn.
zoals een vuurtoren dat is voor de schepen op zee.
Aan jouw leven ziet de rest van de wereld wat de HEER met ons allemaal voorheeft.

Zo,… de hele wereld voorlichten?
Dat is nogal een verantwoordelijkheid.
Ja dat is zo, ze moeten zelf opstaan: sta op en schitter.
Maar waar haal je de energie vandaan om zo te kunnen schitteren?
Nou, die hoeven ze niet zelf op te wekken.
Dat licht komt van God.
Maar over jou schijnt de Heer,
zijn luister is boven jou zichtbaar
Van boven die heuvels, komt het licht van de HEER,
Israël hoeft het alleen maar te weerspiegelen.
Maar dat moeten ze wel weer gaan doen,
want de rest van de wereld heeft een oriëntatiepunt nodig.
Volken laten zich leiden door jouw licht, profeteert Jesaja.
En als je even verder leest zie je dat ook gebeuren:

Overal vandaan komen ze naar Israël
Niet alleen de ooit gevangengenomen Israëlieten komen thuis,
In hun spoor komen er anderen uit de hele wereld achter hen aan.
Naar het nieuwe Jeruzalem

Modelvolk
We denken vaak: Israël was een besloten volk.
God laat de rest van de wereld aan haar grenzen staan.
Die horen er niet bij. Het zijn goijim: heidenen.
Maar hier begrijp je dat die beslotenheid niet het doel, maar een middel is.
Eerst moet dat éne volk met de HEER leren leven,
en dan spreekt de HEER via dit volk ook de rest van de wereld aan.
Sta op en schitter, je licht is gekomen.
Israël is geen reservaat, maar een modelvolk.

Erfopdracht
Wij, in het spoor van het volk Israël, erven deze opdracht.
Modelvolk te zijn.
In Mat 5 kun je dat lezen.

De mensenmassa – nu nog veel Israëlieten- die zich om Jezus heen verzamelt, krijgt van Hem opnieuw en nog steeds de opdracht: Sta op en schitter.
In de taal van de Bergrede: Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mat 5:16 NBV)
De opdracht is van het grootste belang: het gaat om de eer van de hemelse Vader.
Wij, Gods modelvolk nu – inmiddels ook velen van buiten Israël afkomstig- zijn aangewezen om voor de Vader in de hemel eer te verzamelen.
Dat doen we door in de stijl van het Koninkrijk te leven, zo dat iedereen het kan zien.
Onze nederigheid, zachtmoedigheid, ons verlangen naar recht, onze barmhartigheid, ons zuiverheid, ons streven naar vrede moet van ver af te zien zijn.
In deze vaak donkere, bedreigde, gewelddadige, niet zelden kille, gevaarlijke en onvriendelijke en oneerlijke samenleving is daar zo’n behoefte aan. Mensen zijn eenzaam, zitten gevangen in conflicten, zijn bezorgd over hun gezondheid, bang voor bedrog, zijn ongetroost en voelen zich onveilig. Mensen verlangen naar het licht van het Koninkrijk in deze nog zo donkere wereld.
Naar eerlijkheid, betrouwbaarheid, naar recht en naar vrede.

Maar de Heer Jezus voegt daar nog iets aan toe.
Het volk van God hoort te schitteren voor de anderen, als oriëntatie in het donker.
Maar, je bent niet pas zichtbaar als je schittert.
Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. (Mat 5:14 NBV) 
Als volk van de Heer, als zijn gemeente, ben je zichtbaar of je nu straalt of niet!
Net zoals ik dat in Israël kon zien, steden die op een berg liggen kunnen je niet ontgaan. En als daar ’s avonds de lichten niet gaan branden, valt dat op.
Men zou kunnen denken: het is vast een ongure plek waar je je na zonsondergang maar beter niet kunt komen.
Broers en zussen, het gaat hier niet over wat wij moeten worden.
Maar over wat wij in de ogen van de anderen zijn.
Stralen we hoopvol licht uit of doen we dat niet? Beide worden gezien.
Welke indruk krijgen de mensen van ons en welke krijgen ze dus van onze Heer?

Vraag 
Zoals in de preek van vorige week ook werd gezegd:
het gaat in missionair gemeente-zijn niet over wat we moeten, maar over wie we zijn.
We zijn missionair of we dat nu willen of niet, onze medemensen zien ons.
Letten op ons, verwachten iets van ons.
Met ons gemeenteleven stralen we een boodschap uit! De vraag is alleen welke?
Broers en zussen, als de mensen onze gemeente zien? Wat denken ze dan?
Welke boodschap geven we met zijn allen af?
Stralen we als gemeente een hoopvol licht uit, dat de anderen aantrekt.
Omdat het warmte in de kou en licht in het donker is?
Dat is wel onze opdracht!
Verwijzen wij naar het Koninkrijk van God?
Zijn we aantrekkelijk voor onze medemensen?
Leren ze God kennen als ze ons ontmoeten?

Welke boodschap gaat er van ons de NGK van Voorthuizen-Barneveld uit?
Want we zijn als een stad op een berg bestemt om te schitteren in een donkere wereld, maar doen we dat ook? Probeer die vraag de komende tijd nu eens voor jezelf te beantwoorden. Laten we dat ook samen proberen. Zet je indruk eens op de website.

Het is een belangrijke vraag: want als Gods mensen niet aantrekkelijk zijn,
hoe kan God dan aantrekkelijk zijn voor de anderen, die Hem nog niet kennen.

Mogelijk 
Broers en zussen, dit is niet teveel gevraagd.
Mét de opdracht van het oude volk van God ontvangen ook wij de mogelijkheden.
Net als zij zijn wij gered. Meer nog dan zij van onze zonde en onze onmacht.
Door Jezus Christus zelf!
Vandaag verzekert Hij dit ons nog weer eens:
Mijn lichaam en mijn bloed voor jullie…
Broers en zussen,  jullie zijn vrij, maar dat is niet zonder reden.
Sta op en schitter!
Amen.

zondag 5 september 2010

Waar trek je de grens? - Daniël 1




Vraag a/d lezer van deze preek: de hoofdvraag in de preek is: 'waar trek je de grens?' in de hectiek van het dagelijkse leven als het gaat om het dienen van God? Hoeveel tijd mogen anderen van je vragen, hoeveel blijft er over voor het Koninkrijk van God? Wéét je dat van jezelf heel nauwkeurig? Hoe ga je daar in de praktijk voor jezelf mee om? Ik zou best eens willen weten wat jullie ervaring daarmee is. Voel je vrij om te reageren! Hieronder, rechtstreeks in een mail. Je mag me ook eens aanschieten...Ik ben benieuwd!

Vakantie voorbij 
Voor de meeste mensen zijn de vakanties nu wel weer voorbij. Het seizoen is weer begonnen, mensen: we zijn weer aan het werk. Er staan weer files op de snelwegen. ’s Morgen zie je rijen fietsen onderweg naar school. En ook allerlei andere activiteiten komen weer op gang: sport, muziek, dans en … ook de kerkelijke: kerkenraad, moderamen, kring, bijbelstudie, commissies, catechisatie club. Nou ja, vul maar in!
Ja en dan ben je even heel druk met je agenda! Die loopt al weer verrassend snel vol, dus moet je keuze’s maken… en welke maak je er dan? En waarom die en niet andere?

Boos boekje
Dit voorjaar verscheen er een boekje van Dr. Bram van de Beek, een theoloog aan de VU. Een dun boekje deze keer, als hoogleraar schrijft hij er meestal dikkere. Maar dit is een dun, boos, boekje. Waarom is hij zo boos? Zijn boosheid welt op uit zijn verontwaardiging over de levensstijl van kerkmensen. Een citaat:

Overal worden aan jongeren eisen gesteld en wel de hoogst haalbare eisen. Waarom dan niet in de kerk? Er zijn minder belangrijke dingen in het leven. Waarom zou van jongeren niet verwacht, sterker geëist mogen worden dat ze er gewoon zijn op catechisatie en hun les hebben geleerd?
Een kerkelijke leerplicht voor gedoopten zou volgens mij de gewoonste zaak van de kerk moeten zijn (…)
Wat is er belangrijker, de geloofsopvoeding of de school? De catechese, (of) de hobby, de tv, het internet, de vriendenclub? Hoe staan jongeren daartegenover? Hoe staan ouders daartegenover?
Wat is het belangrijkste in het leven van je kinderen?
Dr. A. van de Beek, Is God terug? Zoetermeer: Meinema 2010, p. 102v



Nou ik heb maar niet alles opgeschreven: hij is eigenlijk nog bozer en in je boosheid spreek je al gauw sterke taal. Maar dat hij wel eens iets doorschiet in zijn boosheid wil nog niet zeggen dat zijn verontwaardiging geen grond heeft.

Je mag ons tegenwoordig best vragen naar onze prioriteiten: Wie is het belangrijkste voor ons en wat heeft dus de hoogste prioriteit in ons leven?
Kun je van ons zeggen dat dit ‘natuurlijk’ onze Heer is en ‘natuurlijk’ zijn koninkrijk?

Wat komt het eerst?
Zodra we het daar over krijgen hoor je ons op zulke momenten nogal eens zeggen: ja maar we kunnen niet anders. Ons werk stelt hoge eisen aan ons: half werk is echt niet genoeg. Dat accepteert mijn werkgever niet. En wat je tegenwoordig aan huiswerk moet verzetten, dat liegt er ook niet om. En je wilt toch ook verder komen in het leven? En als je met sport nou eindelijk een leuk niveau bereikt heb, moet je gewoon op de trainingen komen, anders wordt je uit het team gezet. Heb je daar dan al die jaren voor gewerkt! Inderdaad er wordt heel wat van ons verwacht. Zoveel dat ik me wel eens afvraag, kunnen we nog wel echt kerk zijn in deze samenleving? Ik bedoel méér dan zondags twee keer naar de kerk gaan. Als je de trend van het kerkbezoek ziet tegenwoordig: in veel kerken waar ik kom gaat –zeker in de middagdiensten- gaat het aantal bezoekers gestaag achteruit! Kun je jezelf zelfs afvragen: lukt het ons zelfs met die kerkdiensten eigenlijk nog wel?
Sommige samenlevingen geven uit zichzelf geen plaats aan de Heer en zijn Koninkrijk! Ook de onze niet! We zullen zelf ruimte voor de Heer moeten maken, dat is onze verantwoordelijkheid. Slagen we er in dat zelf te doen? Wat krijgt bij ons de hoogte prioriteit? Daarover gaat deze preek. ‘Waar trek je de grens?’ Kunnen we een voorbeeld nemen aan mensen uit de Bijbel? Ja, neem nou Daniël


Ballingschap
Gods volk heeft wel vaker zo in het nauw gezeten! Bijvoorbeeld in de tijd van de ballingschap. Toen werd het Koninkrijk Juda veroverd en bezet door de wereldmacht Babylonië. Dat ging nog veel verder dan bij ons. Bij ons denk je soms: de HEER is in onze samenleving onbelangrijk geworden en zijn kerk ook. Maar in die tijd was Hij in de ogen van de mensen compleet achterhaald.
Stel je voor buitenlandse militairen konden zo maar de tempel van Salomo binnenstampen. Ook de Voorhof, waar heidenen niet eens mochten komen. De HEER had er niets aan kunnen doen. Misschien waren ze het Heilige wel binnengelopen in het tempelgebouw zelf. En hadden ze zijn heiligheid geschonden. Daar mochten alleen de priesters komen, de Joden zelf niet eens. En er was die militairen niets overkomen, geen bliksem uit de hemel. Ze hadden zo naar buiten kunnen lopen met gouden en zilveren bekers en ander tempelgerei als buit. De HEER had er niets aankunnen doen, zo leek het.

Kinderen van christenen vragen zich, denk ik, wel eens af, wat doet de HEER er nog toe in ons land? Maar heel weinig mensen houden rekening met Hem. Nou, de Joodse jongeren van die tijd moeten die plundering van de tempel met afschuw aangezien hebben en zich vertwijfeld hebben afgevraagd: ‘hoe is dit toch mogelijk?” “Waarom doet de HEER niets?’ Waarom laat Hij zich zo vernederen, waarom laat Hij ons zo vernederen? Kan niemand die Babylonische bruten dan tegenhouden?
Nee niemand, ook in regeringskringen is men machteloos. Hun kinderen: begaafde jongens uit de Koninklijke familie en uit de adellijke families van Juda staan er verslagen bij te kijken. Hun toekomst is voorbij. Zij zullen hun vaders niet opvolgen in regeringsdienst. Ze kunnen nu niets en straks niets doen. Een diepe vernedering: de vijand rooft je huis leeft en verkracht je zussen en beledigt je HEER je kunt er alleen maar naar kijken. Machteloos.


Daniel
Méér dan dat. Misschien hebben ze wel moeten toekijken, hoe Koning Nebudkadnezar de spullen van de HEER naar binnenbracht in de tempel van zijn eigen god Marduk. De boodschap is duidelijk: de HEER is verslagen, bijgezet als trofee in een museum. Volkomen achterhaald.

Hoe komt dat over op jongens van veertien jaar? Want Daniël en zijn vrienden waren niet veel ouder dan dat. Begaafde jongens uit de adellijke families bestemd voor een hoge opleiding en een carrière aan het Judeese hof, waren meegesleept naar het hof van deze Koning. Misschien zou hun carrière daar wel verder lopen. Want ze waren immers uitgenodigd om mee te dingen in een soort talentenjacht aan het hof van deze koning.
En dan moet je je goed realiseren dat koning Nebukadnezar geen domme bruut was, maar een heel intelligente en moderne regeringsleider. In het hele land staan bouwwerken van hem en de stad Babel is onder zijn leiding uitgegroeid tot een stad met één van de zeven wereldwonderen van die tijd: de hangende tuinen van Babel. Eigenlijk waren er twee, de poort van Isthar had ook al een tijdje op die lijst gestaan. (Werelderfgoedlijst)
Zelfs vandaag is er nog meer ongeschonden over van Babel, dan van de tempel van Salomo In Jerzualem waar we niets meer van hebben. Zelfs nauwelijks iets van de tempel van Herodes. In een museum in Berlijn kun je nog altijd de poort van Ischtar zien, helemaal gaaf. Daniël en zijn vrienden werden inwoners van een wondermooie wereldstad, waar de grootsheid en macht van de koning Nebukadnezar hen overal in de ogen blonk. Het centrum van de toenmalige wereld.
Hoe hebben de jongens daarop gereageerd? Zeker nu ze een kans krijgen een topcarrière te maken in het regeringscentrum van deze wereldstad.
Jongens en meiden, hoe zouden jullie daarop reageren? ||


Verbabyloniseerd?
De jongens wekken de indruk er helemaal in mee te gaan. Ze worden gekleed en gekapt volgens de laatste babylonische mode. Ze spreken Akkadisch met elkaar, een Babylonische taal. Die taal leren ze ook lezen en schrijven. Ze krijgen les in de wetenschap en cultuur van Babylonië en die is net zoals tegenwoordig –al wordt dat vaak gezegd- niet neutraal. Zij zullen een nieuwe theorie over het ontstaan van de aarde hebben geleerd, volgens de Babylonische mythen. Misschien hebben ze zelfs wel les gehad in de astrologie: het raadplegen van de sterren voor belangrijke beslissingen op regeringsniveau.
Ja zelfs het meest eigene, hun namen, raken ze kwijt. Daniël, God is mijn rechter wordt Beltesassar, naar Bel een babylonische God. Azarja, de HEER is mijn helper wordt Abednego: dat betekent ik ben de dienaar van Nebu (Nebukadnezar…) Stel je nou eens voor die vier jongens in die grote moderne wereldstad. Ze horen er helemaal bij, ze zijn in niets meer te onderscheiden van de anderen. Ze kunnen zo meedoen. De wereld ligt aan hun voeten: ze hebben een kans op een hoge carrière aan het hof. Er is niets meer dat aan Israël of aan de HEER herinnert.
Je leest van geen woord van protest, ze laten het zich allemaal welgevallen.
Stel je het eens voor? Wat zou jij gedaan hebben? ||


De grens
Maar ondanks alles is het geloof bij deze jongens niet weg. We leren ze hier kennen als gelovige jongeren. Ze trekken een grens. Je kunt er alleen een beetje verbaasd over zijn, wáár ze die trekken. Zodra ze moeten mee-eten van het menu aan het hof, trekt Daniël de grens. Dat alstublieft niet! Waarom trekt hij hier pas de grens en niet al eerder? Dat begrijpen wij niet, maar een moderne orthodoxe Joodse jongen zou het nog steeds begrijpen. Aan de tafel van Koning Nebukadnezar is het niet koosjer. Wat je eet zegt je wie je bent. En een Joodse jongen eet koosjer omdat hij zo laat zien: ik hoor bij het volk van de HEER. Ik hoor bij de HEER. Beltesassar (Daniel) zei daarmee: je kunt mijn lijf kleden in vreemde mode, je kunt mijn hoofd vullen met buitenlandse kennis, je kunt me een andere taal op de lippen leggen, je kunt me zelfs roepen met een andere naam, maar mijn hart hoort toe aan mijn HEER. Da’s de grens.
Hij vraagt het heel vriendelijk (principieel zijn hoeft niet te betekenen dat je bot wordt), maar hij is heel beslist. Hier loopt de grens, verder kan ik niet gaan!
Eigenlijk gaat hij (gaan ze) nog verder. Door alleen groenten te eten gaat hij verder dan de Torah van hem vraagt. Laat hij hier soms mee zien dat hij niet van de konings tafel afhankelijk willen zijn, maar van de HEER. De HEER kan mij zelfs voeden met alleen water en groenten. Het lichaam is meer dan voedsel en je leeft niet van brood alleen! Dat zei de Heer Jezus later ook.

Daniel zag wat je bijna niet kunt zien, dat de HEER ook nu de regie in handen heeft. Nebudnezar heeft alleen de macht omdat de HEER het hem geeft (2), Daniel kan gehoorzaam zijn omdat de HEER het mogelijk maakt (9), en Daniël kan zijn Heer groot maken omdat die Hem juist nu alles geeft wat hij daarvoor nodig heeft (17). Lees maar: zelfs in Babylon regeert de HEER.


Waar trek jij de grens?
Het nieuwe seizoen is weer begonnen en de agenda’s raken vol! En wij leven in zekere zin ook in ballingschap, voor veel mensen in ons land is de HEER immers een vreemde. Ze houden geen rekening met Hem en ook niet met zijn volgelingen. Op een Zondag als vandaag niet, ga maar kijken in een grote stad. En door de week ook niet. Wil er ruimte komen om Hem te dienen dan zullen we die zelf moeten maken. En ook wij mogen er zeker van zijn dat onze Heer nog steeds de regie in handen heeft, net zoals in Babylon. Dus kun je met vol vertrouwen (vast geloof) een beroep op Hem doen. Hij zal ons helpen, net zoals Hij Daniël en zijn vrienden hielp.
En nu onze agenda’s zich weer vullen is het voor ons de vraag: waar trekken wij de grens? Waar zeggen wij: ‘hier kan het niet verder?’ Hoe laten wij in ons dagelijkse leven zien: wij leven in het Koninkrijk van Nederland, maar wij horen in het Koninkrijk van God? Dat kunnen niet alleen die twee kerkdiensten op zondag zijn, de week is immers nog zes dagen langer!

Als er in die zes dagen maar nauwelijks ruimte is voor de Heer, voor zijn gemeente en zijn Koninkrijk is er iets vreselijks aan het misgaan
Kan het zijn dat er voor de Heer, voor zijn gemeente en de activiteiten van zijn gemeente geen ruimte meer is in onze agenda’s. Nee toch! Ik maak me soms zorgen als ik zo door de week de opkomst zie. En ook zorgen: hoe consequent ik bepaalde broers en zussen daar niet zie. Nooit! Soms maak ik me ook op zondag zorgen.
Waar trekken we de grens?

Zijn we het belangrijkste aan het kwijtraken?
Als er geen ruimte in onze agenda’s is, is er dan nog ruimte in ons hart?

Amen