zondag 19 september 2010

Missionair 2: het licht vanaf de Barneveldse Berg? (Jes. 60,1-3; Mat 5,13-20)

Vanmorgen de tweede preek in de serie over een missionaire gemeente! Duidelijk is dat wij een opdracht geërfd hebben van het oude volk Israël: "wees een licht voor de wereld!" 'Sta op en schitter!", profeteert Jesaja. Een andere leerpunt krijgen van via de Heer Jezus: 'een stad op een berg kan niet verborgen blijven!" M.a.w. woorden, we hebben een hoge positie. Het is voor ons de vraag hoe we die invullen. Zeg maar, wat voor licht schijnt er vanaf de Barneveldse Berg (de Voorthuizense Heuvelrug) over de Gelderse Vallei?
Wat denken jullie? Ik zou dat graag weten! Zet eens een reactie op deze website, of mail me eens.
Wat gaat er goed, wat komen we tekort! Wat kan er beter?


Het licht van Schiermonnikoog
Ik kom uit het Groningse dorp Niezijl (Nijziel).
Een klein arbeidersdorp midden tussen de weilanden en de akkers.
Nou niet echt vakantiegebied: echt platteland.
Toch is het toerisme vlakbij, het ligt maar net 25 km naar het Noorden.
Daar ligt het eiland Schiermonnikoog
Maar daar merk je normaal gesproken niets van in Niezijl.
Behalve op een heldere avond.
Dan zie je het licht van de vuurtoren van Schier langs de horizon strijken.
Vier keer en dan even niets en dan weer vier keer.
Als ik dat vroeger zag, dan gaf me dat een enorm vakantiegevoel.
Schiermonnikoog is hier toch vlakbij!
Ja, zo is dat in Nederland: thuis zie je gewoonlijk niets van de rest van Nederland. Van de Veluwe merk je hier niets, al woon je er vlakbij.

Karmel
In Israël is dat anders.
Dat merkte ik toen ik op de berg Karmel stond.
Da’s die berg van het offer van Elia.
Vanaf die plek kon ik een hele serie Israëlische steden en dorpen zien.
Niet vanuit de lucht, maar in de lucht: want ze liggen op de toppen van de heuvels om de Karmel heen. Tot mijn verbazing wees de gids ze zó aan: Nazareth, Naïn, Kana.
Ik kon ze recht vóór me zien liggen.
En als ik gewacht had tot het donker werd zou ik hun lichtjes vanaf de heuveltoppen hebben gezien
Zo is dat in Israël, op elke plek in het land zie je ook nog van alles van de rest van het land.

Licht voor de wereld
Dáár moet je aan denken bij die profetie van Jesaja.
Want daarover gaat het in Jes. 60. Jesaja profeteert Israël:
‘jullie zullen opnieuw het licht van de wereld worden”
Het beeld daarvan is de aanblik van Jeruzalem op de heuveltop.
Wonderlijk eigenlijk. Zitten ze daar dan op te wachten?
Het grote nieuws is toch dat het volk naar zijn eigen land mag terugkeren.
Dat zou je toch denken: opnieuw een eigen staat Israël.
Na de jarenlange gevangenschap in het buitenland eindelijk weer alle vrijheid om als volk van God te leven. Kosher voedsel eten, de feesten in Jeruzalem vieren, en ieder kan weer onder zijn eigen wijnrank en onder zijn eigen vijgenboom zitten(Mic 4,4).
Niet langer gevangen in de wereld,
De wereld ligt weer veilig buiten de grenzen.
Eindelijk weer thuis.
Maar nee, Jesaja profeteert: Sta op en schitter, je licht is gekomen (60,1).
en: volken laten zich leiden door jouw licht (3).

Niet, ‘gelukkig weer veilig thuis, de wereld is weer ver weg.
Nee, je mag weer schitteren als het licht van de wereld!
Vanaf de heuvels waarop je steden en je dorpen liggen.
Zichtbaar voor iedereen.
Dat is je taak Israël: oriëntatiepunt voor de rest van de wereld zijn.
zoals een vuurtoren dat is voor de schepen op zee.
Aan jouw leven ziet de rest van de wereld wat de HEER met ons allemaal voorheeft.

Zo,… de hele wereld voorlichten?
Dat is nogal een verantwoordelijkheid.
Ja dat is zo, ze moeten zelf opstaan: sta op en schitter.
Maar waar haal je de energie vandaan om zo te kunnen schitteren?
Nou, die hoeven ze niet zelf op te wekken.
Dat licht komt van God.
Maar over jou schijnt de Heer,
zijn luister is boven jou zichtbaar
Van boven die heuvels, komt het licht van de HEER,
Israël hoeft het alleen maar te weerspiegelen.
Maar dat moeten ze wel weer gaan doen,
want de rest van de wereld heeft een oriëntatiepunt nodig.
Volken laten zich leiden door jouw licht, profeteert Jesaja.
En als je even verder leest zie je dat ook gebeuren:

Overal vandaan komen ze naar Israël
Niet alleen de ooit gevangengenomen Israëlieten komen thuis,
In hun spoor komen er anderen uit de hele wereld achter hen aan.
Naar het nieuwe Jeruzalem

Modelvolk
We denken vaak: Israël was een besloten volk.
God laat de rest van de wereld aan haar grenzen staan.
Die horen er niet bij. Het zijn goijim: heidenen.
Maar hier begrijp je dat die beslotenheid niet het doel, maar een middel is.
Eerst moet dat éne volk met de HEER leren leven,
en dan spreekt de HEER via dit volk ook de rest van de wereld aan.
Sta op en schitter, je licht is gekomen.
Israël is geen reservaat, maar een modelvolk.

Erfopdracht
Wij, in het spoor van het volk Israël, erven deze opdracht.
Modelvolk te zijn.
In Mat 5 kun je dat lezen.

De mensenmassa – nu nog veel Israëlieten- die zich om Jezus heen verzamelt, krijgt van Hem opnieuw en nog steeds de opdracht: Sta op en schitter.
In de taal van de Bergrede: Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mat 5:16 NBV)
De opdracht is van het grootste belang: het gaat om de eer van de hemelse Vader.
Wij, Gods modelvolk nu – inmiddels ook velen van buiten Israël afkomstig- zijn aangewezen om voor de Vader in de hemel eer te verzamelen.
Dat doen we door in de stijl van het Koninkrijk te leven, zo dat iedereen het kan zien.
Onze nederigheid, zachtmoedigheid, ons verlangen naar recht, onze barmhartigheid, ons zuiverheid, ons streven naar vrede moet van ver af te zien zijn.
In deze vaak donkere, bedreigde, gewelddadige, niet zelden kille, gevaarlijke en onvriendelijke en oneerlijke samenleving is daar zo’n behoefte aan. Mensen zijn eenzaam, zitten gevangen in conflicten, zijn bezorgd over hun gezondheid, bang voor bedrog, zijn ongetroost en voelen zich onveilig. Mensen verlangen naar het licht van het Koninkrijk in deze nog zo donkere wereld.
Naar eerlijkheid, betrouwbaarheid, naar recht en naar vrede.

Maar de Heer Jezus voegt daar nog iets aan toe.
Het volk van God hoort te schitteren voor de anderen, als oriëntatie in het donker.
Maar, je bent niet pas zichtbaar als je schittert.
Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. (Mat 5:14 NBV) 
Als volk van de Heer, als zijn gemeente, ben je zichtbaar of je nu straalt of niet!
Net zoals ik dat in Israël kon zien, steden die op een berg liggen kunnen je niet ontgaan. En als daar ’s avonds de lichten niet gaan branden, valt dat op.
Men zou kunnen denken: het is vast een ongure plek waar je je na zonsondergang maar beter niet kunt komen.
Broers en zussen, het gaat hier niet over wat wij moeten worden.
Maar over wat wij in de ogen van de anderen zijn.
Stralen we hoopvol licht uit of doen we dat niet? Beide worden gezien.
Welke indruk krijgen de mensen van ons en welke krijgen ze dus van onze Heer?

Vraag 
Zoals in de preek van vorige week ook werd gezegd:
het gaat in missionair gemeente-zijn niet over wat we moeten, maar over wie we zijn.
We zijn missionair of we dat nu willen of niet, onze medemensen zien ons.
Letten op ons, verwachten iets van ons.
Met ons gemeenteleven stralen we een boodschap uit! De vraag is alleen welke?
Broers en zussen, als de mensen onze gemeente zien? Wat denken ze dan?
Welke boodschap geven we met zijn allen af?
Stralen we als gemeente een hoopvol licht uit, dat de anderen aantrekt.
Omdat het warmte in de kou en licht in het donker is?
Dat is wel onze opdracht!
Verwijzen wij naar het Koninkrijk van God?
Zijn we aantrekkelijk voor onze medemensen?
Leren ze God kennen als ze ons ontmoeten?

Welke boodschap gaat er van ons de NGK van Voorthuizen-Barneveld uit?
Want we zijn als een stad op een berg bestemt om te schitteren in een donkere wereld, maar doen we dat ook? Probeer die vraag de komende tijd nu eens voor jezelf te beantwoorden. Laten we dat ook samen proberen. Zet je indruk eens op de website.

Het is een belangrijke vraag: want als Gods mensen niet aantrekkelijk zijn,
hoe kan God dan aantrekkelijk zijn voor de anderen, die Hem nog niet kennen.

Mogelijk 
Broers en zussen, dit is niet teveel gevraagd.
Mét de opdracht van het oude volk van God ontvangen ook wij de mogelijkheden.
Net als zij zijn wij gered. Meer nog dan zij van onze zonde en onze onmacht.
Door Jezus Christus zelf!
Vandaag verzekert Hij dit ons nog weer eens:
Mijn lichaam en mijn bloed voor jullie…
Broers en zussen,  jullie zijn vrij, maar dat is niet zonder reden.
Sta op en schitter!
Amen.

zondag 5 september 2010

Waar trek je de grens? - Daniël 1




Vraag a/d lezer van deze preek: de hoofdvraag in de preek is: 'waar trek je de grens?' in de hectiek van het dagelijkse leven als het gaat om het dienen van God? Hoeveel tijd mogen anderen van je vragen, hoeveel blijft er over voor het Koninkrijk van God? Wéét je dat van jezelf heel nauwkeurig? Hoe ga je daar in de praktijk voor jezelf mee om? Ik zou best eens willen weten wat jullie ervaring daarmee is. Voel je vrij om te reageren! Hieronder, rechtstreeks in een mail. Je mag me ook eens aanschieten...Ik ben benieuwd!

Vakantie voorbij 
Voor de meeste mensen zijn de vakanties nu wel weer voorbij. Het seizoen is weer begonnen, mensen: we zijn weer aan het werk. Er staan weer files op de snelwegen. ’s Morgen zie je rijen fietsen onderweg naar school. En ook allerlei andere activiteiten komen weer op gang: sport, muziek, dans en … ook de kerkelijke: kerkenraad, moderamen, kring, bijbelstudie, commissies, catechisatie club. Nou ja, vul maar in!
Ja en dan ben je even heel druk met je agenda! Die loopt al weer verrassend snel vol, dus moet je keuze’s maken… en welke maak je er dan? En waarom die en niet andere?

Boos boekje
Dit voorjaar verscheen er een boekje van Dr. Bram van de Beek, een theoloog aan de VU. Een dun boekje deze keer, als hoogleraar schrijft hij er meestal dikkere. Maar dit is een dun, boos, boekje. Waarom is hij zo boos? Zijn boosheid welt op uit zijn verontwaardiging over de levensstijl van kerkmensen. Een citaat:

Overal worden aan jongeren eisen gesteld en wel de hoogst haalbare eisen. Waarom dan niet in de kerk? Er zijn minder belangrijke dingen in het leven. Waarom zou van jongeren niet verwacht, sterker geëist mogen worden dat ze er gewoon zijn op catechisatie en hun les hebben geleerd?
Een kerkelijke leerplicht voor gedoopten zou volgens mij de gewoonste zaak van de kerk moeten zijn (…)
Wat is er belangrijker, de geloofsopvoeding of de school? De catechese, (of) de hobby, de tv, het internet, de vriendenclub? Hoe staan jongeren daartegenover? Hoe staan ouders daartegenover?
Wat is het belangrijkste in het leven van je kinderen?
Dr. A. van de Beek, Is God terug? Zoetermeer: Meinema 2010, p. 102v



Nou ik heb maar niet alles opgeschreven: hij is eigenlijk nog bozer en in je boosheid spreek je al gauw sterke taal. Maar dat hij wel eens iets doorschiet in zijn boosheid wil nog niet zeggen dat zijn verontwaardiging geen grond heeft.

Je mag ons tegenwoordig best vragen naar onze prioriteiten: Wie is het belangrijkste voor ons en wat heeft dus de hoogste prioriteit in ons leven?
Kun je van ons zeggen dat dit ‘natuurlijk’ onze Heer is en ‘natuurlijk’ zijn koninkrijk?

Wat komt het eerst?
Zodra we het daar over krijgen hoor je ons op zulke momenten nogal eens zeggen: ja maar we kunnen niet anders. Ons werk stelt hoge eisen aan ons: half werk is echt niet genoeg. Dat accepteert mijn werkgever niet. En wat je tegenwoordig aan huiswerk moet verzetten, dat liegt er ook niet om. En je wilt toch ook verder komen in het leven? En als je met sport nou eindelijk een leuk niveau bereikt heb, moet je gewoon op de trainingen komen, anders wordt je uit het team gezet. Heb je daar dan al die jaren voor gewerkt! Inderdaad er wordt heel wat van ons verwacht. Zoveel dat ik me wel eens afvraag, kunnen we nog wel echt kerk zijn in deze samenleving? Ik bedoel méér dan zondags twee keer naar de kerk gaan. Als je de trend van het kerkbezoek ziet tegenwoordig: in veel kerken waar ik kom gaat –zeker in de middagdiensten- gaat het aantal bezoekers gestaag achteruit! Kun je jezelf zelfs afvragen: lukt het ons zelfs met die kerkdiensten eigenlijk nog wel?
Sommige samenlevingen geven uit zichzelf geen plaats aan de Heer en zijn Koninkrijk! Ook de onze niet! We zullen zelf ruimte voor de Heer moeten maken, dat is onze verantwoordelijkheid. Slagen we er in dat zelf te doen? Wat krijgt bij ons de hoogte prioriteit? Daarover gaat deze preek. ‘Waar trek je de grens?’ Kunnen we een voorbeeld nemen aan mensen uit de Bijbel? Ja, neem nou Daniël


Ballingschap
Gods volk heeft wel vaker zo in het nauw gezeten! Bijvoorbeeld in de tijd van de ballingschap. Toen werd het Koninkrijk Juda veroverd en bezet door de wereldmacht Babylonië. Dat ging nog veel verder dan bij ons. Bij ons denk je soms: de HEER is in onze samenleving onbelangrijk geworden en zijn kerk ook. Maar in die tijd was Hij in de ogen van de mensen compleet achterhaald.
Stel je voor buitenlandse militairen konden zo maar de tempel van Salomo binnenstampen. Ook de Voorhof, waar heidenen niet eens mochten komen. De HEER had er niets aan kunnen doen. Misschien waren ze het Heilige wel binnengelopen in het tempelgebouw zelf. En hadden ze zijn heiligheid geschonden. Daar mochten alleen de priesters komen, de Joden zelf niet eens. En er was die militairen niets overkomen, geen bliksem uit de hemel. Ze hadden zo naar buiten kunnen lopen met gouden en zilveren bekers en ander tempelgerei als buit. De HEER had er niets aankunnen doen, zo leek het.

Kinderen van christenen vragen zich, denk ik, wel eens af, wat doet de HEER er nog toe in ons land? Maar heel weinig mensen houden rekening met Hem. Nou, de Joodse jongeren van die tijd moeten die plundering van de tempel met afschuw aangezien hebben en zich vertwijfeld hebben afgevraagd: ‘hoe is dit toch mogelijk?” “Waarom doet de HEER niets?’ Waarom laat Hij zich zo vernederen, waarom laat Hij ons zo vernederen? Kan niemand die Babylonische bruten dan tegenhouden?
Nee niemand, ook in regeringskringen is men machteloos. Hun kinderen: begaafde jongens uit de Koninklijke familie en uit de adellijke families van Juda staan er verslagen bij te kijken. Hun toekomst is voorbij. Zij zullen hun vaders niet opvolgen in regeringsdienst. Ze kunnen nu niets en straks niets doen. Een diepe vernedering: de vijand rooft je huis leeft en verkracht je zussen en beledigt je HEER je kunt er alleen maar naar kijken. Machteloos.


Daniel
Méér dan dat. Misschien hebben ze wel moeten toekijken, hoe Koning Nebudkadnezar de spullen van de HEER naar binnenbracht in de tempel van zijn eigen god Marduk. De boodschap is duidelijk: de HEER is verslagen, bijgezet als trofee in een museum. Volkomen achterhaald.

Hoe komt dat over op jongens van veertien jaar? Want Daniël en zijn vrienden waren niet veel ouder dan dat. Begaafde jongens uit de adellijke families bestemd voor een hoge opleiding en een carrière aan het Judeese hof, waren meegesleept naar het hof van deze Koning. Misschien zou hun carrière daar wel verder lopen. Want ze waren immers uitgenodigd om mee te dingen in een soort talentenjacht aan het hof van deze koning.
En dan moet je je goed realiseren dat koning Nebukadnezar geen domme bruut was, maar een heel intelligente en moderne regeringsleider. In het hele land staan bouwwerken van hem en de stad Babel is onder zijn leiding uitgegroeid tot een stad met één van de zeven wereldwonderen van die tijd: de hangende tuinen van Babel. Eigenlijk waren er twee, de poort van Isthar had ook al een tijdje op die lijst gestaan. (Werelderfgoedlijst)
Zelfs vandaag is er nog meer ongeschonden over van Babel, dan van de tempel van Salomo In Jerzualem waar we niets meer van hebben. Zelfs nauwelijks iets van de tempel van Herodes. In een museum in Berlijn kun je nog altijd de poort van Ischtar zien, helemaal gaaf. Daniël en zijn vrienden werden inwoners van een wondermooie wereldstad, waar de grootsheid en macht van de koning Nebukadnezar hen overal in de ogen blonk. Het centrum van de toenmalige wereld.
Hoe hebben de jongens daarop gereageerd? Zeker nu ze een kans krijgen een topcarrière te maken in het regeringscentrum van deze wereldstad.
Jongens en meiden, hoe zouden jullie daarop reageren? ||


Verbabyloniseerd?
De jongens wekken de indruk er helemaal in mee te gaan. Ze worden gekleed en gekapt volgens de laatste babylonische mode. Ze spreken Akkadisch met elkaar, een Babylonische taal. Die taal leren ze ook lezen en schrijven. Ze krijgen les in de wetenschap en cultuur van Babylonië en die is net zoals tegenwoordig –al wordt dat vaak gezegd- niet neutraal. Zij zullen een nieuwe theorie over het ontstaan van de aarde hebben geleerd, volgens de Babylonische mythen. Misschien hebben ze zelfs wel les gehad in de astrologie: het raadplegen van de sterren voor belangrijke beslissingen op regeringsniveau.
Ja zelfs het meest eigene, hun namen, raken ze kwijt. Daniël, God is mijn rechter wordt Beltesassar, naar Bel een babylonische God. Azarja, de HEER is mijn helper wordt Abednego: dat betekent ik ben de dienaar van Nebu (Nebukadnezar…) Stel je nou eens voor die vier jongens in die grote moderne wereldstad. Ze horen er helemaal bij, ze zijn in niets meer te onderscheiden van de anderen. Ze kunnen zo meedoen. De wereld ligt aan hun voeten: ze hebben een kans op een hoge carrière aan het hof. Er is niets meer dat aan Israël of aan de HEER herinnert.
Je leest van geen woord van protest, ze laten het zich allemaal welgevallen.
Stel je het eens voor? Wat zou jij gedaan hebben? ||


De grens
Maar ondanks alles is het geloof bij deze jongens niet weg. We leren ze hier kennen als gelovige jongeren. Ze trekken een grens. Je kunt er alleen een beetje verbaasd over zijn, wáár ze die trekken. Zodra ze moeten mee-eten van het menu aan het hof, trekt Daniël de grens. Dat alstublieft niet! Waarom trekt hij hier pas de grens en niet al eerder? Dat begrijpen wij niet, maar een moderne orthodoxe Joodse jongen zou het nog steeds begrijpen. Aan de tafel van Koning Nebukadnezar is het niet koosjer. Wat je eet zegt je wie je bent. En een Joodse jongen eet koosjer omdat hij zo laat zien: ik hoor bij het volk van de HEER. Ik hoor bij de HEER. Beltesassar (Daniel) zei daarmee: je kunt mijn lijf kleden in vreemde mode, je kunt mijn hoofd vullen met buitenlandse kennis, je kunt me een andere taal op de lippen leggen, je kunt me zelfs roepen met een andere naam, maar mijn hart hoort toe aan mijn HEER. Da’s de grens.
Hij vraagt het heel vriendelijk (principieel zijn hoeft niet te betekenen dat je bot wordt), maar hij is heel beslist. Hier loopt de grens, verder kan ik niet gaan!
Eigenlijk gaat hij (gaan ze) nog verder. Door alleen groenten te eten gaat hij verder dan de Torah van hem vraagt. Laat hij hier soms mee zien dat hij niet van de konings tafel afhankelijk willen zijn, maar van de HEER. De HEER kan mij zelfs voeden met alleen water en groenten. Het lichaam is meer dan voedsel en je leeft niet van brood alleen! Dat zei de Heer Jezus later ook.

Daniel zag wat je bijna niet kunt zien, dat de HEER ook nu de regie in handen heeft. Nebudnezar heeft alleen de macht omdat de HEER het hem geeft (2), Daniel kan gehoorzaam zijn omdat de HEER het mogelijk maakt (9), en Daniël kan zijn Heer groot maken omdat die Hem juist nu alles geeft wat hij daarvoor nodig heeft (17). Lees maar: zelfs in Babylon regeert de HEER.


Waar trek jij de grens?
Het nieuwe seizoen is weer begonnen en de agenda’s raken vol! En wij leven in zekere zin ook in ballingschap, voor veel mensen in ons land is de HEER immers een vreemde. Ze houden geen rekening met Hem en ook niet met zijn volgelingen. Op een Zondag als vandaag niet, ga maar kijken in een grote stad. En door de week ook niet. Wil er ruimte komen om Hem te dienen dan zullen we die zelf moeten maken. En ook wij mogen er zeker van zijn dat onze Heer nog steeds de regie in handen heeft, net zoals in Babylon. Dus kun je met vol vertrouwen (vast geloof) een beroep op Hem doen. Hij zal ons helpen, net zoals Hij Daniël en zijn vrienden hielp.
En nu onze agenda’s zich weer vullen is het voor ons de vraag: waar trekken wij de grens? Waar zeggen wij: ‘hier kan het niet verder?’ Hoe laten wij in ons dagelijkse leven zien: wij leven in het Koninkrijk van Nederland, maar wij horen in het Koninkrijk van God? Dat kunnen niet alleen die twee kerkdiensten op zondag zijn, de week is immers nog zes dagen langer!

Als er in die zes dagen maar nauwelijks ruimte is voor de Heer, voor zijn gemeente en zijn Koninkrijk is er iets vreselijks aan het misgaan
Kan het zijn dat er voor de Heer, voor zijn gemeente en de activiteiten van zijn gemeente geen ruimte meer is in onze agenda’s. Nee toch! Ik maak me soms zorgen als ik zo door de week de opkomst zie. En ook zorgen: hoe consequent ik bepaalde broers en zussen daar niet zie. Nooit! Soms maak ik me ook op zondag zorgen.
Waar trekken we de grens?

Zijn we het belangrijkste aan het kwijtraken?
Als er geen ruimte in onze agenda’s is, is er dan nog ruimte in ons hart?

Amen

vrijdag 20 augustus 2010

Ps. 139 Leven in de Leegte? (3) Waar is God (niet)?


Komende zondag morgen hopen we vier kinderen te kunnen dopen (de vijfde is helaas ziek geworden). Dan ook klinkt de laatste preek in de serie Leven in de Leegte?. Na antwoorden op de vragen 'Wanneer is God er bij' en 'Hoe leidt God ons?' Een zoektocht naar het antwoord op de vraag 'Waar is God?" Het antwoord daarop bepaalt ook hoe wij de werkelijkheid beleven. En geeft zicht op het antwoord op een andere vraag:
Houdt God meer van gedoopte kinderen dan van de andere?

Doop Julia de Graaff, Tom van Reenen, Sanne Priem en Mathies Pannekoek

De twee wegen
Hij moet bij mijn oom en tante thuis gehangen hebben.
Na haar overlijden hangt hij in de kamer van mijn vader.
En hij komt me zo bekend voor: hij heeft vroeger vast ook al ergens bij ons op school gehangen. En sinds die tijd ben ik hem in heel wat huizen tegengekomen:

De plaat van de smalle en de brede weg. (Wie kent hem hier?...)


Wat een bekend beeld hè. Weten jullie wat ik denk? Ik denk dat zo’n plaat best veel invloed heeft op onze kijk op God. Net zoals de platen in de kinderbijbel dat hebben.
Zulke platen laten je in één oogopslag een hele boodschap zien, die je nooit meer vergeet. Dat is de kracht van zulke platen. Net zoals een reclamespot. De zwakte ervan is dat een verkeerde boodschap ook zo een diepe indruk achterlaat dat je ook die nooit meer vergeet. Hier is de hoofdboodschap: kies voor de smalle = de moeilijke, weg. Die keus brengt je bij God in de hemel. Het hangt van jouw keus af waar je uitkomt. Nou, daar moet ik het nog eens over hebben, dat is een preek op zich. Maar denk nu alvast even aan Efeze 2 dat we zonet gelezen hebben, aan onze keuzen gaan die van God vooraf.
Er komt óók een andere boodschap in deze versie van de plaat mee: God kijkt van een afstand toe op ons leven en wacht op ons in de hemel.

Je reist zonder Hem haar de hel. Je hebt hoogstens medereizigers. Maar je reist ook zonder Hem naar de hemel, ook op die weg ontmoet je alleen medereizigers. God is daar niet! God kijkt van een grote afstand toe. Dat beeld van dat alziend oog kom je wel meer tegen. Bijvoorbeeld op de Dom van Aken. Het is dus al veel ouder en de gedachte dus ook. Ja het is eigenlijk van niet-christelijke oorsprong. Je komt het al tegen bij de Egyptische goden.
Is God voor ons dan niet meer dan een oog op afstand? 

De vraag?
Is God uit ons wereldbeeld verdwenen? Voor veel van onze medemensen wel, dat weten we ook wel. Zij leven niet met God, zij rekenen dus ook niet met Hem. Binnen de Gelderse Vallei mag je het niet zo opvallen, maar daarbuiten is dat wel degelijk zo. Voor veel mensen bestaat God eenvoudig niet. Maar welke plaats neemt God dan in óns –christelijk- wereldbeeld in? Is Hij een oog op afstand en gaan we in feite ook alleen door het leven?
Als je ons soms bezig ziet in onze zoektocht naar ervaring van God (vul in de Geest), krijg je wel eens de indruk dat Hij er voor ons gevoel normaalgesproken niet bij is. We denken soms dat Hij er niet meer bij is! ("De Geest is er niet vandaag", hoor je ons dan zeggen), en dan denken we dus ook dat Hij zich niet zomaar met ons levens bemoeit (We moeten op zoek naar Gods leiding) en we denken dat we eerst een stap naar Hem toe moeten zetten, voordat Hij in onze levens komt. Ik hoor tegenwoordig zoveel over de keus de we éérst moeten maken voordat…
Zo kwam ik aan het thema met de vraag: leven we voor ons gevoel dan óók in de leegte?

’t Zou wel begrijpelijk zijn, dat is ons menselijk probleem met God: wij zien Hem niet. Hij zou er voor ons gevoel niet zo goed niet kunnen zijn. En nu veel van onze medelanders leven alsof God niet bestaat, kan dat gevoel nog veel sterker worden. Iedereen lijkt dat te vinden. Zo’n gevoel alsof je helemaal alleen in de kerk achtergebleven bent. Daar is niemand meer, ook God niet meer. Maar waar is God dán?
Een bijbels beeld (Ps. 139)
Het is daarom -denk ik- goed van deze plaat over te stappen op een bijbels beeld van God en dat krijgen we in Psalm 139 te zien. Net als in Psalm 23 vorige week, treffen we weer een gelovige Israëliet. Immers Hij noemt God bij zijn verbondsnaam: YHWH, HEER. Deze God kan niet op een afstand blijven. Want Hij had zich immers al aan Israël verbonden.
Dus zoekt die dichter zijn vertrouwde God op. In deze psalm krijg je de indruk – lees de laatste versen- dat de dichter vals beschuldigd is en nu zijn Heer aanroept als getuige bij zijn rechtszaak tegen deze aanklagers. Here U kent mij. En vervolgens krijgen we een heel ander beeld van God dan op die plaat van die twee wegen. Hier lezen we niet over een verre Rechter, we lezen hier over een Levensgezel. Ja méér dan dat… Laten we de psalm eens in hoofdlijnen bij langs lopen en steeds goed op ons in laten werken. Zodat we dit beeld – een bijbelse poster- mee naar huis kunnen nemen als tegenwicht tegen al die andere beelden die over ons heen spoelen.

De eerste verzen [1-4] doen je nog wel denken aan dat oog hoog boven in de lucht. De dichter gaat er vanuit dat de Here goed op Hem let en Hem dus ook goed kent. We zien de Here als Iemand die het leven van zijn kind nauwkeurig observeert. Hij weet wat je denkt, Hij weet waar je mee bezig bent, Hij weet ook waar je bent. Meer dan dat Hij kent je. Hij is je vertrouwd met je gedrag. Hij weet hoe je reageert, zo goed kent Hij je wel!
Zo vertrouwd dat Hij je woorden niet eerst hoeft te horen om ze te kennen. Hij weet zo wel wat je gaat zeggen.
Laat dat eens op je inwerken…
Er is niemand die je beter kent.

De HEER is méér dan een oog op afstand. In de volgende versen komt Hij helemaal in beeld. Hij ziet je niet alleen, Hij is ook bij je. Hij is overal om je heen.
Vóór je, zodat je je kunt oriënteren op de richting die je wilt gaan en in je rug als bescherming, zijn hand rust je schouder. Zo dichtbij is God.
Probeer je dat weer eens voor te stellen. Misschien helpt het als je een hand op je schouder legt. Zo dichtbij is God
En bedenk dan dat God je nog beter kent dan jij je het voor kunt stellen [6]

Ja zelfs als je het zou willen: Je kunt de Here niet ontlopen. Waar wil je dan heen? Waar in deze schepping is God niet? Zelfs de hemel en het terrein van de dood zijn door Hem gemaakt en op aarde kom je Hem echt overal weer tegen. Er bestaan geen lege wegen naar de hel of naar de hemel. Want overal is God. Denk eens aan Jona, die dacht God ook te kunnen ontlopen.
Je wilt je voor God verbergen? Hoe dan? Voor Hem die overal om je heen is. Stel je dit weer eens voor…
Misschien denk je: er is een tijd geweest dat de Here niets van me kon weten, omdat ik er toen nog niet was. Maar voordat jij wist, wist Hij al wel. Niet zoals een arts een röntgenfoto of een echo beoordeelt van een afstand, maar zoals een Schepper zijn schepsel, een vader zijn kind ziet. Alleen deze Vader is machtiger. Hij heeft je al gezien toen Hij je bedacht had, Hij heeft je ontworpen. Hij heeft je liefdevol draad voor draad geweven. Hij maakte je lichaam, dacht zelfs na over je geweten (dat zijn die nieren). Hij is je oudste vriend. Wie je bent tot in je diepste wezen, zo ben je door God ontworpen.

Beste vaders en moeders, hoe zeer jullie er ook bij betrokken zijn, jullie kinderen zijn ontworpen door de Allerhoogste, zoals jullie dat zelf ook al waren.
De Engelsen hebben voor zulke jeugdvrienden een prachtige uitdrukking. He goes way back (Hij is van een heel eind terug!).
Het gaat nog verder. Onvoorstelbaar veel verder. Niet alleen: je lijf is door je Heer bedacht en gemaakt, en niet alleen je geest is door Hem gevormd, zelfs je leven is door Hem ontworpen: dag voor dag vóórdat de eerste dag aanbrak.
Hij heeft je dus gepland voor dat iemand het ook maar kon weten.
Onze is Here is met alles Wie Hij is en wat Hij kan en doet bij ons lichaam en onze ziel en ons leven betrokken.
Probeer je het nou eens goed voor te stellen.

Onze God weet dus wat je echt nodig hebt.
Hij kent de zin van je leven.
Je bestaat niet toevallig, je bent door je Heer gewild.
Hij is bij je betrokken.
Dus is Hij bij je (denk aan die hand op je schouder)
Dus hoef je niet eerst een stap naar Hem toe te zetten
Dus leidt Hij je leven
Dus ben je niet alleen
We leven niet in leegte? Zou het kunnen van God los? Ik denk het niet! Niet als het aan God ligt

Vragen bij de doop 
Je hoort tegenwoordig nogal wat vragen over de kinderdoop. Hoe kun je een kind nou dopen voordat het zelf een keus voor God kan maken?
Snap je het nu een beetje waarom dat wel kan: aan die keus voor God gaan een hele serie keuzen van de Here vooraf. Je bent ontworpen door Hemzelf met een duidelijk doel. Voordat je jouw hand in de zijne legt, ligt de zijne al op je schouder.

Ja maar, dat is toch voor iedereen zo? Wat maakt de kinderdoop dan voor verschil? Houdt God soms meer van gedoopte kinderen dan van ongedoopte kinderen?
Nee, God had de wereld zo lief dat Hij voor die hele wereld zijn Zoon stuurde, zonder dat wie dat dan ook verdiende. Ook toen ging Gods keus vooraf aan de onze. Dat is nou de genade van God. Hij kiest ons al, voordat wij Hem kiezen. Dat is uitverkiezing. Dat is nou ook één van die dingen die je niet kunt doorgronden en waar je een hoop verkeerde ideeën bij kunt krijgen. Maar ook als je niet kunt begrijpen is het nog wel zo. God kiest eerst! En er staat bij dat zijn beweegreden daarvoor zijn liefde voor ons is, niet de onze liefde voor Hem.
Toch blijft Hij alleen verbonden aan hen die in Hem geloven, zoals toen.
Niet omdat we geloven, het is niet onze keus. Ons geloof is ook door God ontworpen. Lees Efeze 2. Maar wel doordat we geloven, zijn we met Hem verbonden.
Je kunt niet zelfstandig kiezen voor geloof maar wel kiezen voor ongeloof, niet langer op de Heer vertrouwen, dan raakt die band met God van jouw kant uiteindelijk verbroken.

Gedoopte kinderen hebben een streep voor. Want door het geloof van hun ouders zijn ook zij –voordat ze zelf kunnen geloven- nu al verbonden met de Heer. Zo wil Hij dat. God hand ligt nu al op hen!
En die andere kinderen dan? Nou er is nog geen band met hen, maar Gods hand is wel in liefde naar hen uitgestrekt. Misschien moeten wij er nog een rol in spelen om ze dat duidelijk te maken. Gedoopte kinderen hebben een band en beloften, de anderen zijn uitgenodigd. Dat is het verschil.

Gelukkig leven we niet in de leegte. Gods hand rust op de schouders van de gelovigen en hun kinderen. Zomaar, niet om iets dat wij gedaan hebben, want onze God is een genadig God. Amen

Liturgie zondagmorgen 22 augustus 2010


Intro: B 121 Heer U bent mijn leven
B 164 Alleen bij U kom ik tot rust
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: Ps. 117
Doopformulier (pt)
vragen:
Gesprekje kinderen
Zingen: B 218 Ik ben veilig in Jezus' armen
Doop:
Zingen: B 140 Nog voordat je bestond
Kinderen naar de Bijbelklas
Bemoediging: Efeze 2, 5-10Zingen: B 158 Uit de diepten  (ps. 130)
Lezen:  Ps. 139
Preek
Zingen:  B 149 Bij U ben ik thuis
Gebed
Collecte
Zingen: Gez. 257 Halleluja, eeuwig dank en ere

vrijdag 13 augustus 2010

Ps. 23 Leven in de Leegte? (2) - Hoe leidt God ons?


Komende Zondagmorgen gaan we ons opnieuw bezighouden met het thema 'Leven in de Leegte?'








In de tweede preek over ons thema, aandacht voor de leiding van God.












Hoe leidt God ons en hoe kunnen wij richting vinden in ons leven?






Is de Heer te vergelijken met de VVV of is het toch anders…?



















Vooraf of achteraf?
Ik heb gewacht totdat je zelf zou komen! Dat is voor mij het teken van God.
Ik was stomverbaasd, waarom had hij dat nu gedaan?
‘Hij’ dat is een studievriend waarmee ik samen theologie studeerde. We praatten veel over gemeente-zijn. We hadden zo onze zorgen over de praktijk! Die vriend, laat ik hem Flip noemen, kreeg het geweldige idee om een weekendcongres over het thema’ de gemeenschap der heiligen ’te organiseren. Ik was wildenthousiast en maakte hem duidelijk daar ik daar graag aan mee zou werken.
Weken gingen voorbij en ik hoorde er niets meer van. Jammer. En net toen het hele plan uit mijn gedachten was, las ik een advertentie in de krant (het ND), waarin mensen werden uitgenodigd voor een weekendcongres over –jawel- ‘de gemeenschap der heiligen’. Graag aanmelden bij Flip… Ik was eerst verbaasd en toen verontwaardigd. Ging hij er nu helemaal alleen mee verder, we hadden er toch samen over gesproken! Ik greep de telefoon om om tekst en uitleg te vragen, maar hij reageerde heel kalm en was niet in het minst verbaasd en zei:
Ik heb gewacht totdat je uit jezelf zou komen! Dat is voor mij het teken van God.
Ik was wel verbaasd, stomverbaasd. 

Hij zocht heel actief naar de leiding van de Heer. Hij wachtte a.h.w. op een teken en mijn komst naar hem zou voor hem het bewijs zijn. Ik vond dat maar vreemd, de leiding van de Heer dat zag je toch meestal pas achteraf? Hij dacht daar anders over.
Vooraf of achteraf het bleef een meningsverschil dat we tot het einde van onze studietijd bleven houden.

Leiding?
De vraag naar de leiding van God is –in mijn beleving- de laatste jaren een kerkenbreed gesprek geworden. Op conferenties, congressen, maar ook gewoon op de gemeentevloer kunnen we de vraag horen naar de leiding van God. Vond je twintig jaar geleden als ‘achterafkijker’ nog de instemming van de meeste anderen om je heen, tegenwoordig groeit het aantal ‘voorafkijkers’ snel. Velen zijn heel actief op zoek naar de persoonlijke leiding van God in hun leven. ‘Een woord van God’, ‘een beeld van God’, ‘een ingeving van God’. Als je om je heen luistert, het zijn onder christenen gewone uitdrukkingen geworden, die je regelmatig kunt horen. En het is niet uitzonderlijk meer als iemand je vraagt wat je er van vind om een ‘Gideonsteken’ van God te vragen. (Dat ‘teken’ is gebaseerd op de geschiedenis van de richter Gideon, die met behulp van een wollen vacht een teken van God vraagt. Wordt de vacht nat terwijl de grond ’s morgens droog blijft dan beschouwt hij dit als een teken van de Here (Richt.6,36v).

Vragen
Vragen om leiding, dat roept allerlei gevoelens op! De één is bezorgd (waarom vooraf?), de ander enthousiast (ik voel me gedragen), weer een ander bang (hoe kom ik toch achter het plan van God voor mijn leven?) en weer een ander benieuwd (wat zou Gods boodschap voor mij zijn?) Goed om het er over te hebben!

En die aandacht voor wat God met ons wil is natuurlijk mooi! Hoe vaak nemen we onze beslissingen niet zonder God er in te kennen! Denk daar eens over na: hoe vaak heb je in je leven een beslissing genomen, zonder God er naar te vragen
Wie heeft God altijd om raad gevraagd?

Maar het roept ook vragen op: hoe onderscheid je tussen Gods boodschap en die van anderen? Er zijn immers nog meer zenders in de lucht? Hoe ga je om met je eigen stoorzender?
Vooraf of achteraf?, dat gaan we hier niet oplossen. Is het wel een goede tegenstelling? Maar wel kunnen we het hebben over de –algemenere vraag- hoe zit dat nou met Gods leiding? En dan kun je denken aan vragen als:

1. Hoe kom je achter het plan van God voor jouw leven?
2. Moet je wachten op een teken vóórdat je een beslissing neemt?
3. Leidt God ons leven ook als we Hem er niet naar vragen? 

Kun je de Heer vergelijken met een VVV kantoor? Of is het toch anders.
VVV kantoor?, hoe kom je daar nu weer op?
Nou bij die vraag hoort een verhaal. In de vakantie is onze telefoon gestolen, een smartphone. Heel handig als de weg wil weten of een camping wil opzoeken. Ineens was ‘tie weg en daarmee ook al onze informatie. Heel vervelend en ook heel lastig. Daarom fietsten van VVV kantoor naar VVV-kantoor. Die willen je graag helpen en kunnen je ook goed aan informatie helpen, maar je moet er wel heen? Als jij ze het niet vraagt, helpt de VVV je ook niet. Werkt dat nou ook zo bij de Heer? Beschouwt Hij het als onze verantwoordelijkheid dat wij Hem naar zijn plannen voor onze levens vragen.
Daar is veel over te zeggen, aan lang niet alles komen we vandaag toe. Maar wel vinden we alvast grond onder de voeten in Psalm 23…

Psalm 23
Deze is voor heel wat christenen een dierbare psalm. Op moeilijke momenten vinden wij troost in de woorden van deze psalm. Wij kennen hem denk vooral van ziekbedden, ja zelfs van sterfbedden. Begrijpelijk, juist waar wij onze geliefden niet kunnen volgen, troost de psalm ons met het besef dat God er wel bij is. Dit is een psalm voor kaarten, tegels en zelfs op strandhuisjes. Een dierbare belijdenis: de Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij (dus) aan niets.
Maar deze psalm die zo troost, is ook een psalm over de leiding van God. Over met Hem onderweg zijn. Letterlijk.

De psalm wordt toegeschreven aan koning David, die zijn God vergelijkt met een herder. En hij weet wat een herder is, omdat hij dat werk zelf ook gedaan heeft.
Geen luxebaan, als je dat mocht denken. Je ziet vaak van die idyllische plaatjes, waar de herder diep in gedachten op zijn stok leunt. En maar half op de kudde let. Je kunt je heel goed voorstellen dat het resultaat een psalm of zelfs een hele bundel met psalmen is. Dat is een vergissing, herder-zijn is een harde baan en gevaarlijk werk, dat grote oplettendheid vraagt.
Je zwerft alleen met een hele kudde aantrekkelijke schapenbouten tussen de roofdieren door. En in die tijd had je zelfs nog leeuwen en beren in Israël. Die moest je regelmatig bij je schapen vandaan zien te houden. Daarvoor had je een met ijzer beslagen knuppel (dat is die stok die nooit op die idyllische plaatjes staat) en ook wel eens een slinger. Dit vraagt uithoudingsvermogen (dag en nacht waken), kracht en moed (soms moest je een schaap uit de muil van een roofdier durven redden. Dat had David ook wel gedaan). Zonder liefde voor je beesten, breng je dat niet op. David vergelijkt de HEER met zo’n herder. Met iemand die er tussen springt, die wegen door de wildernis zoekt, die zich verantwoordelijk voelt voor de voeding van zijn kudde en die dag en nacht waakzaam is. Ja de HEER is iemand die zijn volk lief heeft en er dus voor wil zorgen.

Daar zit nog veel meer achter, dat merk je al aan de manier waarop David Hem aanspreekt. HEER, het valt ons niet zo op, maar het is de vertaling van Jahweh. Dat is een bijzondere naam van God, waar alleen zijn vrienden Hem mee mogen aanspreken. De naam voor de Verbondsgod van Israël. Over het verbond hebben we het tegenwoordig niet zoveel meer. Is het omdat het er in verleden misschien wel eens een beetje teveel over is gepreekt? Dat maakt onze generatie een beetje verbondsmoe. En de jongste generatie weet er, ben ik bang, bijna niets meer van. En dat is erg jammer, want dat verbond is heel bijzonder: de grote God en Schepper van hemel en aarde sluit een contract af met één volk. Vroeger Israël, nu met ons. Dat volk mag Hem bij wijze van spreke bij de voornaam noemen (HEER, Jahweh) en zich Gods volk noemen. Contract, daar legt de HEER zich dus op vast. Onze God is niet alleen maar welwillend om je antwoord te geven als je Hem er om vraagt (zoals het VVV-kantoor), nee onze Heer houdt van ons. Dat is veel meer: Hij let ook ongevraagd op ons. Hij is op zijn volk betrokken als een herder op zijn kudde. Dat zegt veel. Ook over onze vragen

David vergelijkt zichzelf met een schaap uit de kudde: dwaas en eigenwijs, maar ook behoeftig, afhankelijk en kwetsbaar. M.a.w. schapen hebben ook leiding nodig, maar ze zullen dat niet zo snel toegeven. Gelukkig maar dat God ze desondanks leidt. Dit schaap kent zijn herder zo goed, dat Hij weet dat Hem niets zal mankeren. Dat wil niet zeggen dat er geen gevaren zullen zijn. Maar uiteindelijk zal je in dit leven overvloed en rust vinden (groene weiden en meer water dan je op kunt). Je vindt jezelf er weer terug (Hij brengt mijn ziel terug vs 3 kracht). Je wordt opnieuw jezelf. Je krijgt weer hoop, je vindt je vertrouwen op Gods goedheid terug en in zijn beloften en de verdoving die het gevolg is van slechte ervaringen trekt uit je weg en in tijden van wrok over wat je is aangedaan wordt je liefde voor God en mensen weer hersteld; ja je vind je zelfbeheersing terug bent weer in staat een aandrang die een slechte gewoonte had kunnen worden te weerstaan. (sex of verslaving)

Als de route maar moeilijk te zien is, je hebt deze vakantie misschien wel langs van die tracks gelopen (karresporen zeiden we vroegen) ze zijn maar net te zien en je raakt zomaar de weg kwijt. Maar Hij weet je langs die tracks naar goed gebied te brengen Je zou ook kunnen lezen. Hij brengt je bij de waarheid. Hij brengt je bij: recht, eerlijkheid, oprechtheid, eerbaarheid, integriteit en trouw

Doet Hij dat nu pas als je Hem dat vraagt? Nee, Hij doet dit sowieso al omdat Hij je herder is. ||
In allerlei omstandigheden, ook de heel moeilijke is je God erbij. Als je echt bang wordt en geen uitweg meer ziet. Dan is Hij toch sterker (die knuppel)… Hij kan en zal er je er door heen brengen. Het besef dat Hij dat doet is een hele troost voor je. Geen vijand die er wat aan kan veranderen: je komt bij Hem aan tafel te zitten. Speciaal door Hem voor jou gedekt! Bij God aan tafel? Ja dat mag, want je hoort bij Hem!
Je hebt een plek bij God in zijn hart en aan zijn tafel.
Dicht bij Hem is het gewoon helemaal goed. Daar kom je echt niets kort.
Zo eindigt de psalm: de eindbestemming van je leven is goedheid en gunst. En daar kom geen eind meer aan. Mooi hè (Even inwerken….)

Leiding 2
Onze Heer (naam!) is onze Herder, dat is méér dan een vraagbaak (VVV). M.a.w. Je leeft niet in de leegte, de Heer, je Herder is bij je en let op je

Terug naar de vragen
1. Hoe kom je achter het plan van God voor jouw leven?
De Heer is je Herder. Dus zorgt Hij voor je. Daarom heeft Hij –voordat je het vroeg- al heel veel informatie over de bedoeling met ons leven gegeven. We hebben er een Bijbel vol van zijn zorg voor ons. Die Bijbel is dan ook het belangrijkste middel waardoor de Herder ons leidt.
Daarin wordt zijn plan voor de wereld beschreven. Daarin leert Hij je ook over goed en kwaad. Daarin leer Hij je over je Verlosser. Daarnaast heeft Hij je een verstand gegeven om daar over na te kunnen denken en broers en zussen om je heen voor advies en overleg.

2. Moet je wachten op een teken vóór dat je een beslissing neemt?
Zoals gezegd: Je Heer heeft je al veel informatie gegeven. Realiseer je dat de Heer alleen bij uitzondering aanvullende informatie aan je geeft: in de vorm van een persoonlijke boodschap. Maar het is niet de regel. Sta open voor een persoonlijke boodschap van je Heer, maar ga er niet van uit. Dus niet wachten totdat, maar opletten of…

3. Leidt God ons leven ook als we Hem er niet naar vragen?
Ja, natuurlijk!. Dat doet een herder. Daar hoef je eerst niets van te merken. God kan je leiden ook als je zelf niet in de gaten hebt dat Hij dat doet. Regelmatig zie je dat dus pas achteraf. Dan valt kwartje pas. Maar goed Hij is dan ook de Herder en jij bent het schaap.

Dan nog een waarschuwing en een bemoediging:
Waarschuwing Ga niet zomaar af op ‘een woord’, ‘een beeld’ of een ingeving. Pas op: er zijn ook andere zenders in de lucht. De heersers en machten van de duisternis [Ef 6,12]. Zij zullen je willen verwarren. Vergelijk een woord, een beeld of een ingeving altijd met de informatie die je al van je Heer gekregen had. Zoek raad bij je broers en zussen. Toets met hen samen de boodschap je meent ontvangen hebben op betrouwbaarheid [Oude christelijke gewoonte 1Co 14,29].

Bemoediging Wees niet wanhopig wanneer je een verkeerde keus maakt. Ook dan ben je ook dan ben je niets reddeloos verloren, want je Heer, je goede Herder, zoekt je ook weer als je verdwaald bent. En kan je ook dan terugbrengen op zijn weg.

Daarom: Wees alert op wat God je te zeggen heeft, maar durf er op te vertrouwen dat God je leven al leidt
En wees gerust De Heer is onze Herder Ons zal niet ontbreken.                                                        Amen




Liturgie voor de dienst
1. Zingen: B 78 Heer ik prijs uw grote naam
Gez. 21, 1.2 en 3 Alles wat adem heeft love de Here 
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet 
3. Zingen: B 64 Heer ik kom tot U 
4. Gebed 
5. Kinderlied: B 220 Jezus is de goede Herder 
Kinderen naar de Bijbelklas 
6. Bemoediging: Luk 11,5-13 Dubbelgebod
7. Zingen: Ps. 86 1 en 4 
8. Lezen: Ps. 23 
9. Preek
10.Zingen: Gez. 14 De Heer is mijn Herder 
11. Gebed
12. Collecte
Kinderen terug uit de Bijbelklas 
13. Zingen: Gez. 304 God is getrouw, zijn plannen falen niet 
14. Zegen


vrijdag 6 augustus 2010

Leven in de Leegte? (1): Wanneer is God erbij?


Preek Genesis 17 

‘De Geest was hier niet!`
Het was een middagdienst op een gewone zondag in het jaar.
Ik stond voor een goedgevulde kerkzaal. Vanaf mijn plek – de preekstoel- kon ik de mensen goed zien. Hun gezichten leken me wel geïnteresseerd toe, of was het toch routine? Je kunt het nooit met zekerheid zeggen. Je vergist je daar zomaar in. In ieder geval deed ik mijn uiterste best om mijn luisteraars te bereiken die middag.
Zij had de hele dienst boven bij het orgel gezeten. Ze zat er wat gelaten bij en leek mij er wat droevig uit te zien. Of vergiste ik me ook daarin? Maar nee!, ik had het goed gezien. Ná de dienst kwam ze naar me toe, keek me ernstig aan en zei: ik ‘de Geest was hier niet vanmiddag!”
Ik schrok, was het zó erg! Hadden we niet gezongen, uit de Bijbel gelezen en had ik daar geen preek over gehouden? Ongewild wordt het toch een beetje jouw dienst. Dus trok ik het me aan: ‘de Geest is hier niet!’ Had ik God zo slecht vertegenwoordigd die middag?
Maar ze had het natuurlijk niet alleen over mij. Ze bedoelde het geheel.
Toegegeven, het was een doorsneedienst geweest, geen bijzonderheden: zegen, bidden, zingen, lezen en luisteren. En ik kende haar als een gelovige zus in de Heer: doorgaans nam ik heel serieus wat ze zei. En ik dacht onzeker bij mezelf: Had het dan toch anders gemoeten…? Waren we samen niet geïnspireerd genoeg geweest?

Sinds die dag is het me wel vaker gezegd: ‘de Geest is hier niet!” Ook wel  omgekeerd: ‘Ik kon voelen dat de Geest er bij was…’
Beide opmerkingen maken me onzeker. Dat brengt me op de vraag van vanmorgen: ik hoe kun je eigenlijk weten dat de Geest –laat ik zeggen ‘God’- erbij is? (2X)
Eigenlijk stel je dan breder de vraag: ‘Hoe gaat God eigenlijk met ons mensen om?’ Laat Hij ons soms ineens alleen?
Er zijn bijbelse voorbeelden van te noemen dat de Here afstand neemt van zijn volk. Over de tijd dat Samuël nog jong was lezen we: ik “Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. (1Sa 3:1 NBV)”
Aan het einde van de regeringsperiode van Saul kunnen we lezen:  6 Hij raadpleegde de HEER, maar de HEER gaf geen antwoord: noch in dromen, noch door middel van orakelstenen, noch bij monde van profeten. (1Sa 28:6 NBV)
Je krijgt de indruk dat de Here resoluut afstand kan nemen van wat wij mensen doen. Ook als ze bij zijn volk horen. En dan lijkt Hij er niet meer bij betrokken te willen worden. Je vraagt je af: zou Hij dat tegenwoordig nog doen en merken sommigen van ons dat dan? Is Hij er, als wij niet betrokken genoeg met Hem omgaan, Zelf niet meer bij?
Maar dan moet je eerst de veel algemenere vraag beantwoorden: ‘Hoe gaat de Here eigenlijk met ons mensen om. Daarvan krijgen we een goede indruk in het leven van Abraham.

Abraham
De Here noemt Abraham zijn vriend (Jes 41,8). En we weten van Abraham dat Hij bij tijden een groot vertrouwen (dat is geloof!) in de Heer toont. Hij is uit zijn vaderland vertrokken op reis naar een onzekere toekomst alleen om wat de Here hem zei: ‘'Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. (Gen 12:1 NBV). Zelfs wij in de 21e eeuw met al onze reis- en communicatie-mogelijkheden, zouden van zo’n opdracht helemaal stil worden. Alles achterlaten om God te volgen. Abram doet het! Hij gelooft God als die hem een land, een groot volk als nageslacht en zijn zegen beloofd. Wat een reactie! Wat een geloof!
God zal wel dicht bij Abram zijn!, denk je dan. Hij toont immers zo’n vertrouwen in Hem. En ik denk dat je dit inderdaad mag zeggen. God zal wel dicht bij Abram zijn. Je merkt hoe Gods zegen met Hem meereist.

En toch wil dat niet zeggen dat Abram zich steeds van Gods aanwezigheid bewust is en geen enkele twijfel kent. Soms is Hij het vertrouwen in God zelfs helemaal kwijt. Hij zegt dat dan ook gewoon tegen God, op het moment dat God tegen Hem spreekt. Het is misschien al wel tien jaar later als God zegt: 'Wees niet bang, Abram: ikzelf zal jou als een schild beschermen. Je loon zal vorstelijk zijn.' Het zal je gezegd worden. Toch zegt Abram dan
 2 'HEER, mijn God,' (…) 'wat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus. 3 U hebt mij immers geen nakomelingen gegeven; daarom zal een van mijn dienaren mijn erfgenaam worden.' (Gen 15:1-3 NBV)
Goed, er is misschien wel tien jaar verlopen sinds de eerste belofte, maar toch nu net op dit moment spreekt de Here hem moed in. Maar Abram kan het toch niet meer geloven. Wat doet de Here dan bij zoveel ongeloof? Keert Hij zich van Abram af? Nee, integendeel, de Here draait zich nog meer naar Hem toe –slaat a.h.w. een arm om zijn schouders- en spreekt Hem opnieuw op indrukwekkende manier moed in:  'Kijk eens naar de hemel,' zei hij, 'en tel de sterren, als je dat kunt.' En hij verzekerde hem: 'Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.' (Gen 15:5 NBV)
Dat is genoeg, dan vindt Abram zijn vertrouwen –zijn geloof- in God weer terug.

Maar niet voor altijd…||
In het hoofdstuk er na lees je al hoe Abram en Sarai hun vertrouwen in Gods belofte alweer helemaal kwijt zijn. Ze geloven er niet meer in en Sarai verzint –praktische vrouw die ze is- een oplossing. Je denkt eerst even dit is een oplossing in sfeer van: ‘een beetje van de Here en een beetje van ons zelf’.
En soort eigen interpretatie van Gods belofte. Maar als je goed leest heeft Saraï de overtuiging: de Here houdt mijn moederschoot gesloten (16,2), laten we het zelf maar oplossen: je moest maar eens met mijn slavin naar bed gaan. Zij gelooft er niet meer in en Abram volgt haar daarin.
Je zou kunnen zeggen, het lijkt dat de Here het plan B dat Sarai en Abram bedacht hebben, volgt. Hagar, de slavin wordt zwanger, en Ismaël wordt geboren. Het geeft wat moeite in verhouding tussen Hagar en Saraï, maar je krijgt de indruk dat De Here er zijn goedkeuring aan geeft. Als Hagar voor Sarai op de vlucht slaat, stuurt de Here haar zelfs terug. Dertien jaren gaan voorbij, zonder dat de Here iets doet en je denkt Hij gaat er inderdaad in mee

Verbond met Abraham
Maar dan, dertien jaar later spreekt de Here Abram ineens wéér aan. Je denkt even: dit is een herhaling van zetten. Dit wéten we allemaal al. En dat is ook zo, maar we weten van Abram en Sarai dat zij er al niet meer zo in geloofden en er hun eigen draai aan gegeven hadden. Eindelijk reageert de Here op hun ongeloof, en die reactie leert ons veel over de Here (ook als het om onze vraag gaat). Laten we eens meelezen
De Here herhaalt zorgvuldig zijn oorspronkelijke belofte aan Abram, Hij doet er zelfs nog een schepje bovenop. ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.' (Gen 17:2 NBV) en  'Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. (Gen 17:4 NBV). Hij verandert zelfs Abrams naam, zodat die het nooit kan vergeten: Abraham, vader van vele volken [5]
En de Here blijft het maar herhalen… denk Hij soms dat Abram dat nodig heeft? Dit is  een eeuwigdurend verbond [7], kortom God verandert niet meer van gedachten. En dan bindt Hij Abraham op het hart dat Hij zich aan dit verbond – zo je wilt deze afspraak- met de Here moet houden. Abraham, zijn hele mannelijke familie en ook zijn nakomelingen moeten het (lit)teken van het verbond in hun lichaam meedragen. Eenmaal ik besneden dragen zij een onuitwisbaar merk van Gods belofte mee. Elke dag worden zij er in het vervolg aan herinnerd: De Here heeft een verbond met ons.
Ook 25 jaren na de eerste belofte blijft de Here zijn plan trouw. Hij hoeft niet voor een plan B te gaan, omdat Sara inmiddels te oud is en het allemaal niet meer zou kunnen. De Here is immers God de Ontzagwekkende [2]. En als Abram, inmiddels Abraham, er helemaal niets van gelooft en de Here eigenlijk uitlacht [17] ik en Hem fijntjes Ismaël nog eens onder zijn aandacht brengt –hij was denk ik zeer aan Ismaël gehecht geraakt- zegt de Here hem heel beslist: 'Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. (Gen 17:19 NBV)

Het lijkt alsof de Here er plezier in heeft om het Abraham nog eens goed onder zijn neus te wrijven dat hij het niet geloven kon: Hij moet zijn zoon Isaak noemen dat betekent: ‘Hij heeft gelachen!” Zijn hele verdere leven wordt Abraham aan zijn reactie op Gods woorden herinnert.

Conclusie
Welke conclusie kun je uit deze geschiedenis trekken.
God ziet anders dan wij dat doen. Abram zag –ondanks zijn soms indrukwekkende geloof (vertrouwen) in de Here toch vaak niet meer dan zijn eigen leven en dus zijn eigen gezin: Sara en ik krijgen maar geen zoon. Wát de Here hem ook belooft. ik Maar de Here is bezig met zijn plan voor de hele wereld, niet alleen met Abrahams gezin. Via Abraham zal Hij zijn hele schepping redden. Via Abraham komt er het volk van God. Via Abraham komt Jezus Christus, weten wij nu. Maar dat kan Abraham helemaal niet overzien,. Hij ziet vooral zijn eigen gezin. Maar al merkt Abraham er tijden lang -25 jaar!- maar weinig van en verliest hij regelmatig het vertrouwen, de Here gaat vastbesloten verder met zijn plan. Dat laat Hij niet van het geloof van Abram afhangen. En zo gaat Hij ook nog steeds met ons om.

Wij verliezen het overzicht ook weer snel. Een kerkdienst is een ontmoeting van Gods volk met hun Vader, God, en hun Koning, de Heer Jezus Christus. Wij zijn vrije mensen, door de Heer Jezus verlost om bij God te horen.
Wij horen al bij het nieuwe Koninkrijk met al zijn priviliges. Iedere kerkdienst is een voorproefje van ons leven in dat Koninkrijk. In een kerkdienst raken –als het goed is- hemel en aarde elkaar. Zo zal het straks altijd zijn. Geweldig als je dat beseft. Maar in onze ervaring kan zo’n kerkdienst toch weer veranderen in een plicht voor God die we wel doen maar niet harte. Net alsof we er punten mee kunnen verdienen. En we ons niet permitteren willen er punten mee te verliezen. Maar echt gemotiveerd zijn we natuurlijk niet. We zitten hier omdat het moet. Het gaat ons om de punten.
En een broer of zus in de Heer die dat van ons voelt zegt misschien: ‘ de Geest’ was er niet bij vanmorgen. Maar dat geldt dan alleen voor ons. Onze geest was er niet bij. Van Abraham leren dat God zijn plan niet van onze motivatie en van de grootte van ons geloof laat afhangen. En dat leren we ook van de Heer Jezus. Daarvoor is er teveel betaald door zijn eigen Zoon.
Onze geest is er misschien niet altijd bij,en dat kun je soms merken, maar de Heilige Geest is wel bij, ook als wij het niet voelen. Dat wij hier zijn: de bijbel openen, samen bidden, Hem samen loven, - hoe gebrekkig ook- is juist een bewijs dat de Geest hier is. Zonder Hem zouden wij dat nooit gedaan hebben.
ik Wij zijn hier aanwezig omdat de Geest hier is.

We moeten niet teveel op ons gevoel afgaan. Dat wil onze tijd wel.
Maar ik 9 Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? (Jer 17:9 NBV)

Jaren geleden, raakte een zuster in mijn gemeente –een andere!- ineens haar besef van God kwijt. Van de één op de andere dag. En wat ik in de weken daarna ook tegen haar zei en hoe we ook baden, niets kon die overtuiging veranderen. Gods was er voor haar eenvoudig niet meer. Tot de medicijnen begonnen te werken, toen was Hij er voor haar gevoel ineens weer helemaal.
Broers en zussen, wat ik ook nog wil zeggen. Wij zijn kwetsbare mensen, ons gevoel is soms gewoon beschadigt of zelfs ziek. Dat kan dan ons niet echt goed vertellen of de Geest hier wel is.

Laten we niet teveel alleen op ons gevoel afgaan? Ons hoofd, ons hart en onze ziel horen bij elkaar. Als Abrahams hart het laat afweten herinnert de Here aan zijn belofte en doet via zijn hoofd een beroep op zijn hart. En die belofte zet zijn hart weer in vuur een vlam.

Elke zondag brengt de Geest ons samen rondom het woord van God.
En op allerlei manieren komen Gods grote daden en dus ook zijn beloften weer voorbij. Hij wil ons ermee bemoedigen zoals Hij ooit Abraham bemoedigde.
Wij met ons vaak nog zo kleine kwetsbare geloof hebben dat nodig.
Of de Geest hier is hangt niet van ons geloof af. Gelukkig niet
Zou ons geloof ooit groot genoeg kunnen zodat de Geest hier daarom zou komen?

Wij kunnen het gevoel hebben dat wij in een leegte wonen, waar de Geest misschien wel wil komen als wij maar genoeg in Hem geloven. En als wij dat geloof dan maar genoeg tonen komt de Geest er ook bij. Nee zo is het niet (2x). Lees Romeinen. God heeft al voor ons gekozen toen wij nog helemaal niet geloofden. Hij is al in onze wereld, het Koninkrijk is al aan het komen. Ook als wij dat nog niet kunnen voelen! Ons gevoel zegt daar niet alles over.

Een pleidooi voor ongemotiveerde kerkdiensten?
Zeker niet: God verdient het beste dat wij hebben.
Maar ook als wij dat nog niet kunnen bieden blijft Hij ons trouw.
Gelukkig wel. We mogen bij zijn Koninkrijk horen.
God geve ons dat wij dit steeds meer gaan ervaren.
Amen.



A.s. zondagmorgen komt in de kerkdienst de vraag aan de orde: 'wanneer je mag verwachten dat God in een kerkdienst aanwezig is?' Soms vragen mensen zich dat hardop af: 'Is de Geest hier wel?"Wanneer is God erbij en wanneer niet? Heeft Samuël ons daar iets over te zeggen, Saul? of misschien Abraham?

De dienst
1. Zingen: B 61 'Heer onze God hoe heerlijk is uw naam" 




Gez. 457 Heilig, heilig, heilig? 
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet 
3. Zingen: Ps. 100, 1-4 Juicht Gode toe, bazuint en zingt 
4. Bemoediging: Rom.8,22-30 Dubbelgebod 
5. Zingen: Ps. 116,1-3 God heb ik lief want die getrouwe Heer 
6. Kinderlied: B 212 'k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God 
7. Gebed 
8. Lezen: Gen 12,1-5; Gen 15, 1-5; Gen 17 
10. Preek 
11. Zingen: B 93 Heer U doorgrondt en kent mij 
12. Gebed
13. Collecte 
14. Zingen: B. 58 Groot is uw trouw o Heer 
15. Zegen

zondag 6 juni 2010

Nieuwe Verzorgers (Ef. 4, 11-16)


Bevestigingsdienst


Nieuwe verzorgers 
Opdracht voor de kinderen: Ik heb hen allemaal andere namen bedacht. Luister eens goed en vertel me na de preek eens welke namen ik allemaal voor hun werk gebruikt hebt? (verzorger, provider, foerier, gewrichten, gewrichtsbanden… ) 
Wie is dit?
Pierre van den Akker (1969-1982)
Verzorger, psycholoog, praatpaal en materiaalman
Later nog wel eens gevraagd door voetballers zijn helende vingers te leggen op zere plekken. Reputatie
Onbekend pas bij zijn dood in 1998 landelijke belangstelling
Zo is het nu nog! Wie kent hier een verzorger van Oranje
Zo hoort het ook, want het gaat om het team en niet om de verzorgers.
Als wij nu de verzorgers wel zouden kennen en de voetballers niet, zou dat niet goed zijn.

Waarom praat ik hierover?
Dat heeft met hen (de ambtsdragers e.d.) te maken. Maar om dat verder uit te kunnen leggen moet ik het eerst over iets anders hebben. Wat het gaat niet om hen, net zoals het niet om die verzorgers van Oranje gaat, maar om het elftal. Zo gaat het hier ook niet om hen, maar om de gemeente...
Zij lijken op de verzorgers van Oranje. Zij spelen een rol op de achtergrond. Zij zijn er voor anderen, voor de gemeente… Het is geen erebaantje, om op het pluche te kunnen zitten. Zij verzorgen anderen zodat die dienst kunnen doen. Zo staat het in de tekst. Om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. (Eph 4:12 NBV)

Het lichaam 
Vraag: Hoe merken de mensen in de Gelderse Vallei iets van Jezus? (onze antwoorden) Wat zou het antwoord van de Bijbel zijn [lichaam - lichamen]
In de Bijbel lezen we over: de aanwezigheid van Jezus, door ons. Dat horen jullie goed, door ons. Wij zijn de vertegenwoordigers van Christus in Gelderse Vallei. Letterlijk het lichaam van Christus. Als mensen ons zien, zien ze Christus in de Gelderse Vallei. NB Niet alleen ( andere kerken, onderwerp apart), maar wij óók.

Grote vraag: is dat niet teveel gevraagd: wij die Christus vertegenwoordigen?
Kan dat dan? Het staat er gewoon. Wij zijn het!
Ef 1:1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. (Ef 1:1 NBV)
Eph 4,1: Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen (Eph 4:1 NBV) 

Christus maakte die keus voor ons (zo wil ik mezelf laten vertegenwoordigen) e n Paulus op roept ons op om in die roeping (want dat is het) mee te gaan.
Maar als wij ons dat niet zo bewust zijn en daar geen gehoor aan geven. Evengoed laat Christus zich door ons vertegenwoordigen. Dan zien wij er uit als een gehandicapt lichaam. En onze Heer ziet er in de Gelderse Vallei dan ook zo uit. Zoals wij samen lichaam zijn vertegenwoordigen wij onze Heer.
Al is het een eer dat onze Heer zich door ons wil laten vertegenwoordigen, het is wel schikken als je je realiseert hoe groot die verantwoordelijkheid is. Men ziet hier de Heer Jezus Christus, zoals wij Hem vertegenwoordigen.
Zo…
Hoe zou het moeten.
13 Totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
14 Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.
15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 
(Eph 4:13-15 NBV)

vs 13 eenheid
 geloof
 kennis van de Zoon
rijpe en echte mensen
zoals de volwassen Christus

vs 14 geen baby‘s
die niet voor zichzelf kunnen spreken
die stuurloos zijn = machteloos tegen bedriegers

vs 15 liefhebbende én waarheid sprekende, eenheid met de Heer
[Eph 4:13-15 NBV]
Hoe?
Zo dat is wat Dit redden we niet: eenheid en liefde, en dan ook nog waarheid (kennen wij die of denken we die eigenlijk te kennen?) Op wie oriënteren wed ons? Er komen berichten van alle kanten. Er zijn heel wat ‘deskundigen’ of zogenaamde deskundigen die een boekje schrijver over de gemeente, over de Geest enz. maar wie heeft er nou gelijk? Hoe doen we dat

Christus heeft gelijk, maar dat is voor ons niet altijd eenvoudig om te ontdekken. Hij geeft ons dus van wat we nodig hebben: Nl van Persoonlijke verzorgers. In vers 8 worden dat gaven genoemd. En die gedachte kom je veel vaker bij Paulus. Die gaven – zo blijkt hier- zijn niet alleen ‘geestesgaven’ (bijzondere kwaliteiten die de Geest voor de gemeente geeft), maar ook ‘geschenken’(dat woord wordt hier gebruikt en dat blijken dan medemensen uit de gemeente te zijn.
Geven medemensen niet altijd een kreupel beeld van Jezus? Inderdaad zullen wij zullen nog een hele tijd geen perfect beeld van Jezus geven, maar het is wel bedoeld dat het zo zal worden. Bedoeling dat zij daarbij helpen.

Hoe dan?
Hij schonk gaven aan de mensen (8)
En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, (Ef 4:11 NBV) geen uitputtend lijstje en ook niet zo bedoeld.
… je mag er anderen ‘gaven’ aan toevoegen: …en ouderlingen, diakenen, pastoraal werkers en jeugdpastoraal werker…
De Heer Jezus geeft mensen aan mensen…

Trend: Goed om je dat te realiseren! We hebben het tegenwoordig veel over de directe leiding van de Heer. Als je goed naar Hem luistert, zal Hij je duidelijk maken wat Hij wil. Maar je leest in het NT relatief weinig over directe boodschappen vergeleken de begeleiding die de Heer geeft via door Hem gestuurde mensen. Vergeet dus ook niet op hen te letten. Natuurlijk met een Bijbel open! In de kerk kennen we geen kadaverdiscipline! Maar je mag zeker weten -lees deze tekst- dat de Heer zelf deze mensen op je weg brengt. Het is dus goed je af te vragen: wat wil de Heer me via deze mensen zeggen.
Wat moeten die dan doen? Om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, (Eph 4:12 NBV) oftewel
het is hun taak om de mensen van God van de uitrusting te voorzien die ze nodig hebben voor hun assistentie van Hem. Zo kunnen zij aan het lichaam van de koning bouwen 
Mensen voorzien van – zou je bijna kunnen zeggen- het gereedschap dat ze nodig hebben. Zoals bij de uitrusting voor een expeditie. Daar zit van alles wat in
Verzorger (psycholoog, praatpaal en materiaalman,helende vingers te leggen op zere plekken), foerier (dat was de man die je in het leger je spullen verstrekte. P.S.U (vertellen), provider (dat is het bedrijf dat je voorziet van de mogelijkheid het internet op te gaan…)

Ik denk dat de schrik nu aan de andere kant komt te zitten. Kunnen wij dat dan. Tsjonge daar wordt veel van ons gevraagd. Ik heb helemaal geen voorraad om uit te delen. Dat hadden ze er niet bijgezegd…

Op welke manier kunnen zij dit?
Ja dit is een moeilijk vers:
Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. (Eph 4:16 NBV) Eenvoudiger: 
De Heer voorziet in de groei die het hele lichaam nodig heeft, onderling verbonden en samengehouden door ieder gewricht dat het ondersteund, terwijl ieder lid (naar vermogen) zijn eigen gewone werk doet. Dan bouwt het lichaam zichzelf op in liefde, 
Je ziet het. De groei gaat van de Heer uit (je als verzorger dit alleen maar door), jullie verbinden en houden samen. D.w.z. belangrijke punten in het lichaam werken jullie (de mensen die bevestigd worden) als versteviging. Gewrichten werden vroeger vooral ook gezien als gewrichtsbanden.

Gewricht, de idee die erachter is samenhang met elkaar en met Christus, maar ook voeding. Vroeger dachten ze ook dat gewrichten een belangrijke rol inde voeding van het lichaam speelden.
Maar de Heer doet het . Geen zorgen: Christus doet het werk via mensen. Hij zet ze op cruciale punten in zijn lichaam, om daar steun te geven: zodat de ander lichaamsdelen steun krijgen in hun taak.

Je denkt dan misschien, wat kan de ene gewone mens nu voor de andere betekenen? Inderdaad. Zonder de Heer valt dat nogal tegen. Maar Hij maakt er iets bijzonders van door er zelf bij te komen… In de driehoek tussen jou, je verzorger en de Heer Jezus gebeurt er iets heel uitzonderlijks.
Je stijgt als verzorger boven jezelf uit, je stijgt als lidmaat van de gemeente boven jezelf uit. Want in de aanwezigheid van de Heer (van Zijn Geest) kan dat. Dat heeft Hij beloofd:

19 Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren.
20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.' (Mat 18:19-20 NBV)
Onder die invloed van Christus aanwezigheid (de aanwezigheid van de Koning) krijgen de verzorgers en de verzorgden de gaven die ze nodig hebben. 
Het is wonderlijk wat de Heer met je kan doen. Maar ik heb vaak meegemaakt dat Hij je meeneemt naar de bedoeling die Hij met je heeft. 


Je kunt het dus rustig doen… en je mag er veel van verwachten.
Verzorgers en verzorgde maak je geen zorgen want de Heer komt er bij.
Gefeliciteerd
Je mag elkaar feliciteren met deze dag. Onze Heer zorgt voor ons. Heel concreet met deze gaven, Kado’s van de Heer voor zijn gemeente.
Daar mag je gewoon blij mee zijn!
Maak er enthousiast gebruik van!
Amen.

vrijdag 4 juni 2010

Nieuwe Providers


Komende zondag is een bevestigingsdienst van de voorzitter van de kerkenraad, ouderlingen, een diaken, pastoraal werkers en jeugdpastoraal werkers. Toch gaat het helemaal niet om hen. Waarom gaat het eigenlijk wel? Daarover zal het gaan in de dienst naar aanleiding van Efez 4,11-16

Hieronder de liturgie voor de dienst:

Zingen: B 126 O kom nu en jubel
B 133 Over al wat leeft
Stil gebed, Votum en groet
Zingen:  B157 Ik kijk omhoog
Gebed
Kinderen naar de Bijbelklas
Bemoediging:  Ef 1,1-11 = + dubbelgebod
Zingen:  Ps. 134, 1-3
Lezen:  Ef 4, 11-16
Preek
Zingen:  Gez 78
Kinderen terug uit de Bijbelklas
Bevestiging
Zingen: B 247 De Here zegent jou
Collecte
Zingen: B 148 U bent mijn anker
Zegen
Gez. 456, 3 Amen, amen, amen