vrijdag 11 maart 2011

Feest van Genade (3): Genade: hoeveel genade kun je aan? (Fillip 3,1-11)




Komende zondag gaan we verder met ons Feest van Genade. Dan snijden het het feestelijke thema genade aan. 's Avonds gaat het om het ongrijpbare van genade. Maar als genade voor ons zo ongrijpbaar is, kunnen we het dan wel aannemen? Of dreigen we het steeds weer in te ruilen voor iets anders? preek beluisteren


Jezelf niet aan de haren optillen
Je kunt jezelf niet aan je haren optillen…, dat is een waarheid als een koe! Wij proberen dat dan ook niet (meer). Als hier het water ineens zou binnenstromen, zouden we reddeloos verdrinken, als we onszelf zo zouden willen redden.
We kunnen onszelf niet aan onze haren optillen… dat is ook een geestelijke waarheid, belangrijk voor ons geloof. Maar dat zien we veel minder goed en begrijpen we daarom uit niet zo… want geestelijk proberen we ons wel steeds weer aan onze eigen haren op te tillen, onszelf te redden.

De Grote ruil
Bij genade (het Feest van Genade) gaat het om de ‘grote ruil
‘We verdienen de doodstraf maar we krijgen die niet’
 ‘Onze Heer Jezus krijgt die doodstraf, maar die verdient Hij niet’
‘Wij krijgen vrijspraak, maar die verdienen wij niet’
‘Als God naar ons kijkt, houdt Hij van ons zoals van zijn Zoon’
Wij krijgen Gods liefde maar dat verdienen wij niet. Nog steeds niet.
Laat dit eens op je inwerken! ...
Wat hier staat is het mooiste dat we kunnen krijgen. Het is voor ons een onvoorstelbaar voordelige ruil. Het levert ons grote winst op. Een gratis nieuw huis, is er niets bij. Het vermogen van Carlos Slim de afgelopen week in het nieuws met zijn 75 miljard dollar de rijkste man voor de wereld, ook niet. Zelfs genezen van een vrijwel ongeneeslijke ziekte – onnoemelijk veel waard voor ons- is niet zoveel waard als dit – deze wonderlijke ruil met de Heer Jezus. Het kapitaal dat we door Hem al hebben. We zijn dus ongelooflijk rijk. We hebben echt reden om feest te vieren. Groot Feest!
 Paulus schrijft in deze brief: ‘Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles". (Phi 3:8 NBV)

Toch is wat hier staat óók vreemd! Een vreemde ruil. Het vreemdste dat ons ooit is overkomen. In ons hele leven, en in de hele wereldgeschiedenis is in feite niet zo iets vreemds gebeurd. Een onvoorstelbaar voordelige, wonderschone, maar onverklaarbaar vreemde ruil.
Het pas in de sfeer van “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. (1Co 2:9 NBG)
Een prachtig citaat, maar ook onbegrijpelijk. Deze week probeerde iemand in het journaal uit te leggen hoeveel 75 miljard is, nou ja dat lukte gewoon niet. Toen hij al een hele boel genoemd had wat deze man zou kunnen kopen, was er nog steeds 50 miljard over.
Maar deze genade is helemaal nergens meer mee te vergelijken. En dan komt de vraag op: als genade zo groot is, dat we er ons geen voorstelling meer van kunnen maken, kunnen wij er dan er dan wel blij mee zijn?
Is het niet zo vreemd voor ons, dat wij het uit puur onbegrip er na verloop van tijd steeds weer voor proberen te betalen? Wat ziets krijg je toch niet zomaar? Waarom?
Het is met genade Alsof je een ei op de punt probeert te zetten, maar die toch steeds weer terugrolt in zijn eigen positie. Het past gewoon niet in onze werkelijkheid. En ik ben bang dat dit in ons geloofsleven net zo gaat. Het wonderlijke van zoveel genade voor niks, verandert steeds weer in 'maar je moet er wel iets voor doen', want zo werkt dit in onze werkelijkheid.

De ongerustheid van Paulus
Paulus heeft hier in zijn tijd ook veel mee te maken. Hij komt met de indrukwekkende boodschap van Gods (gratis) genade. Maar in zijn gemeenten blijkt steeds weer dat de genade van God zo wonderlijk is, dat er zo maar iets anders voor in de plaats dreigt te komen. Gratis genade wordt toch teruggeruild vanuit de gedachte: ‘ja maar je moet er ook zelf wel iets voor doen, natuurlijk’. ‘Natuurlijk’, zo werkt dat in onze wereld.
En volgens mij is het voor ons niet anders, jaar in jaar uit krijg ik dat antwoord op catechisatie als ik het over gratis genade heb: ‘ja maar je moet er toch wel iets voor doen, natuurlijk.’ Genade is moeilijk te begrijpen, het is nog moeilijker uit genade te leven.

Als Paulus merkt dat de gemeenteleden in de streek Galatië begonnen zijn hun hun gratis genade toch te verdienen, wordt hij ongelooflijk fel: Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? (Gal 3:1 NBV)

In deze brief, die aan de gemeente in Filippi, de eerste gemeente die op het Europese vasteland ontstond (de eerste na 'Kom over en help ons') overheerst de vreugde. Men noemt de brief ook wel de brief van de blijdschap. Hoe komt men zo blij? Dat komt door onze Heer Jezus Christus. En dat moet vooral zo blijven, begrijpen we van Paulus. Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee te herhalen wat ik u al geschreven heb; het is voor uw eigen bestwil. (Phi 3:1 NBV)
Paulus kan het niet vaak genoeg zeggen: Wees blij met de Heer! Of zoals hij verderop zegt: Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. (Phi 3:8 NBV). Dit is de centrale boodschap van dit briefgedeelte, dit is de centrale boodschap van vanavond. Dit is ook de moeilijke boodschap van vanavond, ja al zo lang moeilijk als de kerk van Christus bestaat.
Paulus is er hevig bezorgd over dat zijn lezers in Filippi, dat wij, niet boven alles blij met Jezus blijven. Hij waarschuwt in vlijmscherpe bewoordingen, drie keer achter elkaar: Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! (Phi 3:2 NBV)
Oftewel: Pas op voor de honden, pas op voor de ‘slechte werken’ partij, pas voor die verminkers. Nou dat liegt er niet om, wie bedoeld hij en waarom is hij zo bezorgd?

Niets wordt ‘toch’ iets
Hij is ongerust over christenen van Joodse komaf, die opnieuw een prijskaartje aan ‘gratis genade’ hangen. ‘Natuurlijk moet je er wel iets voor doen.”, is hun boodschap aan de christenen van heidense komaf. Ze hadden van die christenen niet zo’n hoge pet op. Beetje spottend werden ze door hen ‘christen-honden’ genoemd. Je moet wel laten zien dat je bij Gods volk hoort, natuurlijk. Net zoals je dat aan ons kunt zien. Je moet natuurlijk wel besneden zijn. Op die manier kun je zien dat je bij Gods volk hoort, een volk met een stamboom die wel 1500 jaar teruggaat tot op Jakob. Je moet de Torah natuurlijk wel kennen en je er aan houden. Wel mooi hoor dat die heidenen er nu ook bij horen. Maar, ze moeten er natuurlijk wel meer voor doen die heidenen. Verder bekeerd worden, eerst eens laten zien dat ze het waard zijn.
Aan de besnijdenis kon je zien dat het volk Israël bij God hoorde. Het was het teken van 'bij de Here horen'. Maar het was voor sommigen uit het Joodse volk steeds meer om die besnijdenis gaan draaien. Het werd hun persoonlijke trots: Het teken, de besnijdenis, schoof als een wolk voor de betekenis: ‘God zelf’. Ze waren meer met hun besnijdenis en dus met 'hun' afkomst dan met God bezig. Zoals een baby die je iets probeert aan te wijzen naar je vinger blijft kijken en naar dat wat je aan probeert te wijzen.
Paulus is ongelooflijk fel, een prijskaartje aan genade hangen: Pas op voor de honden, pas op voor de ‘slechte werken’ partij, pas voor die verminkers

Hij is bezorgd en boos. Want het lijkt er op –in de Joodse cultuur van toen was dat wel zo geworden- dat je het natuurlijk wel waard moet zijn genade van God te krijgen. Denk aan de Farizeeër en de tollenaar (Luk 18,10 e.v.) En dat is een aanval op het hart van het evangelie. Genade krijg je! Genade verdien je niet! Punt uit.
Want het kennen van Christus de Heer dat alles overtreft. Daar kan niets tegenop. Kennen is, steeds verder kennismaken met de Heer Jezus, zijn kracht voelen en ervaren, de kracht van zijn opstanding, met Hem sterven en met Hem uit de dood opstaan in een nieuwe leven. Maar dat draait om de Heer Jezus en niet om wat ik kan doen

[het voorbeeld van de emmer, de slakom en de kaars].

Als je er 'natuurlijk toch iets voor moet doen', lijkt op een drenkeling die trots tegen zijn redder zegt: ben ik toch helemaal alleen langs dat touw naar boven geklommen. Zag u dat! En dan zijn Redder vergeet te bedanken, door wie het touw er hing. Het is niet ‘ik verdien Christus’, Christus verdient mij’
Voor ons is dat nog duidelijker dan voor Paulus’’ tijdgenoten. Onze Heer Jezus Christuss stierf 2000 jaar geleden voor ons, daar kunnen wij zelf niets voor hebben gedaan, dat is toch duidelijk. Hij hing vér voordat wij geboren waren al voor ons aan het kruis!

Winst en verlies
Zelfs een geboren Jood Paulus, die toch iets voelde bij dat besneden zijn, bij de Torah, bij het houden van die wet, neemt er radicaal afstand van.
Hij ziet het als verlies, want al die zaken, op zich goede zaken!, gaan ten koste van zijn afhankelijkheid van Jezus Christus. En dat zou een groot verlies zijn. Want op zich goede zaken als besnijdenis, het horen bij het volk, de wet en het houden daarvan, kunnen je nooit geven wat de Heer Jezus je geeft.
En dan worden ze verlies, groot verlies. Want ieder stukje van jezelf neemt ruimte in waar Christus zou kunnen zijn.
Voor Paulus gaat dat dierbare allemaal naar de verlieskant, zijn winst is de Heer Jezus Christus leren kennen, met Hem leven, met Hem lijden en sterven, d.w.z. het oude achter je later en met Hem opstaan in een nieuw leven voortgeduwd door zijn kracht. Paulus wéét hoe ver hij zelf kan komen, hij wil nu meemaken waar de Heer Jezus Christus Hem kan brengen. Zijn conclusie is:  hoe meer van Christus, hoe rijker ik ben.

Onze verlies en winstrekening
Maar dat voor niets krijgen en zomaar aanvaarden dat is net zo tegennatuurlijk voor ons.
Altijd hebben wij het ook zelf willen doen (zelf zonder God). Ook in de geschiedenis van de kerk merk je steeds weer hoe genade van betekenis verandert. Gaan we toch weer zelf doen… Al dat zelf gaat ten koste van onze Heer. Kijk eens God, wat ik kan… (emmer)

Wat zou er bij ons er bij ons weer naar de verlieskant moeten? Want we moeten niet alleen berouw hebben van wat we verkeerd deden, maar ook van wat we goed deden om de verkeerde redenen (!). Want waarom deden we het? Deden we het voor God (godsdienst?) of toch voor ons zelf (religie). Waarom gaan we naar de kerk? Is het om de Heer beter te leren kennen, om dicht bij Hem te zijn of uit plicht? Zijn we bang dat we God boos maken, en dat we dan niet meer bij Hem mogen horen? Kunnen we dan iets zo goed doen dat we daarom bij Hem mogen horen? Waarom doen we werk in de kerk? Waarom zetten we ons voor onze naaste in? Waarom zijn we trots op onze bijbelvastheid?

Waarom doen we het allemaal? Is onze drijfveer zuiver: redenen: liefde voor God, liefde voor de naaste, de kracht van Christus opstanding (godsdienst), of is het toch plicht? Omdat het zo hoort, omdat je er iets voor denkt te krijgen? Laten we deze week eens ons onze eigen winst en verlies rekening maken.
En Christus onze Heer weer op de winstkant zetten en als dat nodig is onze goede werken aan de verlieskant te zetten en berouw tonen omdat we ze om de verkeerde reden deden. Om onszelf en niet om God
Hoe weet je dat? Als je het voor God doet dan krijg je er energie van (Christus opstandingskracht) als je ze voor jezelf doet kosten ze je energie.
Laat de Heer jullie vreugde blijven, broers en zussen. Amen



Liturgie zondagavond


Zingen: B 47 Daar juicht een toon, daar klinkt een stem 

Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: Ps. 16, 1 en 3 
Gebed
Lezen: Fil 3,1-11
Zingen: Ps. 33, 1,2,7 en 8
Preek
Zingen: Opwekking 428 Genade zo oneindig groot (= Amazing Grace)
Voorbede
Collecte
(Geloofsbelijdenis gesproken)
Zingen : B 57 'Heb geloofd en daarom zing ik 
Zegen
Zingen : Ps. 41,5 (Amenlied)

vrijdag 4 maart 2011

Feest van Genade (2): Zonde! Wie is onze Natan? 2 Sam. 12, 1-15


Op de tweede zondag van ons Feest van Genade, komt de 'zonde' aan bod. Wat hebben wij toch met zonde? En wat is het ergste wat ons kan overkomen? Rechtdoor achter de Heer Jezus aan naar God, dreigen we steeds weer af te dwalen naar links en rechts. Waarom doen we dat toch? Wat denken we wat het ons brengt? De weekbrief bij dit thema: Verduistering


De Preek beluisteren

Dorst
“Je dorst bewijst dat je geschapen bent voor een fontein van eeuwig leven”, dat is het laatste dat we gisteren hebben gelezen in ons groene boekje. Ons grootste geluk vinden we bij God! Maar die jongen uit het verhaal leste zijn dorst liever in een kroeg. Hij vond het niet bij God, maar in de drank, de hash en seks. ‘Ik ben veel te rusteloos om naar God te gaan’, dacht hij. Maar is hij gelukkig als hij wakker wordt na een nacht drinken, blowen en vrijen? Nee, ieder weekend begint het weer van voren af aan, maar nooit vindt hij echt rust…

Dan zegt zijn dominee: “Je dorst bewijst dat je geschapen bent voor een fontein van eeuwig leven” Je bent op zoek jongen, maar je probeert je dorst te lessen bij de verkeerde bron. Dat helpt je niet. Alleen bij God komt je tot rust, alleen bij Hem ben je vrij, alleen bij Hem vind je écht vrede.

 En het is niet moeilijk om bij God te komen. Onze Heer heeft de weg naar God toe gebaand. Die ligt open! Mooi, recht en goed begaanbaar. We zien nog niet alles van onze reisdoel, maar er is méér dan een vermoeden dat we achter de horizon alles vinden dat we nodig hebben. Die weg is niet moeilijk te gaan. We hoeven de weg niet aan te leggen, ook niet te zoeken, alleen maar te gaan.
En toch op ieder kruispunt onderweg laten we ons gemakkelijk afleiden. Links of rechts af denken we sneller gelukkig te kunnen worden dan rechtdoor die hele weg volgen en voor je het weet sla je dus af, een heel andere richting in en ben je op weg naar….
     Da’s nou zonde! Nee, da’s niet alleen ‘jammer’ zoals wij het woord vaak gebruiken. Een beetje sneu. Zonde da’s grondig mis! Zonde gaat dus helemaal niet over ‘de regeltjes overtreden’ , een misstap maken, God gunstig stemmen of Hem juist ergeren. Het gaat over de goede richting in je leven kwijtraken, je bestemming mislopen en ergens verdwalen ver van je Heer en ver van zijn Koninkrijk.
Zonde betekent letterlijk dat je je bestemming misloopt en heel ergens ander uitkomt dan waar je moet zijn. Een plek waar je bij nader inzien eigenlijk niet wilt zijn, waar je dingen doet die je eigenlijk niet wilt doen en waar je niet kunt vinden waar je zo naar op zoek was. Erg hè Zonde, da’s helemaal mis…
Hoe kunnen wij zo van de weg afraken? Terwijl er zoveel in ons geluk geïnvesteerd is, door God zelf. (Die weg ligt er niet voor niks) Tegen hoge kosten: zijn eigen Zoon. Terwijl ons grootste geluk rechtdoor ligt, slaan wij af naar een ander dichterbij gelegen doelen. Waarom? We weten het toch! De Heer heeft het ons zelf laten vertellen! Laten we luisteren naar wat de Bijbel ons daarover vertelt in de geschiedenis van David.
David
David, geweldige kerel. Een man uit één stuk. Maakt diepe indruk op me.
Ook de Here hield van Hem, David was een man naar zijn hart. Indrukwekkend. Ook om wat hij doet hoor, maar zeker ook waarom hij dat doet. Als jongen nog stapt hij zo op de reus Goliath af. Waarom? Omdat hij zo’n bikkel is? Nee, hij is voller van verontwaardiging over wat de Here wordt aangedaan, dan van angst voor Goliath. Hij is zo dicht bij God, dat hem niets meer deren kan. “Met mijn God beklim ik de hoogste muur, zingt hij in Ps 18 (vs. 30). Dat vol zijn van God maakt hem megamoedig, om zo maar eens te zeggen. Maar die grootheid die komt van God. Tegelijk maakt dat vol zijn van God hem ook heel zachtmoedig. Koning Saul is zijn grootste vijand, die niets liever wil dan David doden. Zijn hele leven is erop gericht om David te vermoorden. Hij jaagt overal achter hem aan. Maar als David de kans heeft om zich van zijn ergste vijand te verlossen, kan hij dat niet. Hij is weer voller van God, dan van haat voor Saul. Zou ik de Gezalfde van de Heer iets aan kunnen doen. David is ook megazachtmoedig, ja meer nog: vol ontzag voor God om het zo maar eens te zeggen.
     David is ook meganederig, hij vind het niet erg om in zijn onderbroek voor de ark van de Here uit te dansen. Hij is vol van God. Er is geen ruimte voor schaamte. David is een man uit één stuk! (de Gezalfde van de Here) Als je David ziet, zie je iets van de grootheid van de Here. De Here is zijn trots, zijn doel, zijn grote liefde. Da’s zo mooi! Dat maakt zijn leven zo boeiend. Wie zou niet zo willen zijn? Indrukwekkend!

Je vraagt je af, wat is er toch met David gebeurd? Waarom is de Here die avond op het dak niet sterker dan de lust van David? Hoe kan dat toch! David kent God, kent Gods wet, is vol van God maar valt voor Batseba. Nee, het ging hem niet om Batseba. Hij valt voor zijn eigen lust. Zie je hoeveel macht onze lust, onze begeerte, ineens kan krijgen. Dat is niet alleen seksuele begeerte, dat is begeerte die allerlei vormen kan aannemen. Davids leven leert ons iets over de macht die zonde ineens in ons leven kan krijgen. Zelfs David de gezalfde van de Here. Onderschat je begeerte niet. Het eerste wat je nu leert over de zonde:
1. De zonde is machtig Er bestaan geen heiligen die ongevoelig voor de zonde zijn…
Niemand komt aan de macht van de zonde voorbij. Als zo’n grootheid als David, zó ineens kan vallen. Wat denk je dan van ons. Zelfs als we God hebben leren kennen en zijn Geest in onze harten woont, zijn we nog steeds gevoelig voor de verleiding van de zonde. Net zoals Eva en Adam destijds. En als je dan denkt dat zonde jou niet meer kan raken, omdat je toch verlost bent, dan ga je als het ware ongewapend en argeloos op pad. De duivel is een brullende leeuw en de zonde een bittere vijand en jij bent een gemakkelijke prooi.
Want je bent niet op je hoede, jij let niet op en denk dat de zonde niet kan deren.
Wij blijven kwetsbaar en alleen dicht bij de Heer zijn we sterk. Maar we zijn niet altijd dicht bij de Here en op die momenten moet je op gaan passen. We hoeven niet in paniek te raken, God is met ons, maar mogen onze vijand ook niet gaan onderschatten. Dat wéten we toch… wie voelt hier de aantrekkingskracht van de zonde niet meer?

Uria:
Maar er is meer… David raakt ook helemaal in de ban van de zonde. Hij haalt met die ene zonde een heel legioen binnen in zijn leven. Die ene zonde is zijn paard van Troje. Met zijn lust voor Batseba komt overspel zijn leven binnen. En als zij zwanger blijkt, list en bedrog om de zonde toe te dekken. En als dat niet genoeg is, want die Uriah, een Hethiet NB van heidense komaf, is een zeer rechtvaardig en oprecht mens. Dan heeft hij meer list en bedrog nodig, maar Uriah blijft oprecht en toegewijd zelfs als David hem dronken voert en zo kwetsbaar maakt. En zo komt dan uiteindelijk ook moord Davids leven binnen. Want die moord op Uriah moet zijn eerste zonde definitief smoren
lust -> overspel -> list -> sluwere list -> moord

Zie je het? Zonde is geen misstap, waarbij je enkel verstuikt en wat hinkend verderloop, het is een verkeerde afslag waardoor je al gauw helemaal de weg kwijtraakt. En dan volkomen verdwaalt in een gebied waar ontzettend veel andere zonden op de loer liggen. En in dat terrein, vèr van God, gaat je geloofsconditie hard achteruit. Want zonder God kun je de kracht niet opbrengen om die andere zonden van je af te vechten. Je raakt helemaal verloren in het gebied van de zonde. En als er niets verandert, kom je daar nooit meer vandaan. Dat is niet alleen iets voor het OT maar ook Paulus schrijft er over in Romeinen        
28 En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt:
29 vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid;
30 oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam;
31 onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.
32 Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.
(Rom 1:28-1 NBG)
Dat brengt ons bij het 2e Inzicht: de zonde is drachtig je moet niet gaan experimenteren met zonde, zonde is in principe onbeheersbaar en dreigt je helemaal op te slokken. Het is geen hond die je met een beetje krachtsinspanning aan de riem kunt houden maar een brullende leeuw die zich omdraait en jou met riem en al helemaal verslind als je niet uitkijkt: onbeheersbaar.
Natan
Maar er is nog meer. Zonde verduistert je geweten, het is een ziekte die je geweten wegvreet. Je raakt na verloop van tijd je onderscheidingsvermogen kwijt. Wat je aan overtuigingen, waarden en normen koesterde, begint te verdwijnen. En na verloop van tijd wil je er ook niet meer aan aangesproken worden. Je krijgt de bekende excuses: ik ben toch een gezonde man, nou die is niet ongevoelig voor een mooie vrouw.
Als Natan bij David komt, zijn er zeker negen maanden verstreken. Het kind van David en Batseba is al geboren. En de profeet Natan spreekt David niet rechtstreeks aan. Hij moet een omweg maken? Was hij bang? Ik denk het niet, want even verderop is hij niet bang om David rechtstreeks op zijn gedrag aan te spreken. U bent die man (7). Die omweg is nodig

Nee ik denk dat Natan, David eerst bij zijn geweten terug moet brengen (besef van goed en kwaad) met een verhaal over een ander en pas daarna over zijn eigen zonde kan beginnen. Andersom had misschien niet gewerkt. Misschien had Koning David dan helemaal niet meer naar Natan willen luisteren. Je krijgt de indruk dat de Here hen dit zo zelf voorschrijft.
Derde inzicht: zonde drukt je geweten weg. Je weet al gauw niet meer wat je doet.

De Here
Pas maar op met zonde (drie inzichten), misschien doen we het tegenwoordig wel eens teveel af als een soort kwajongengedrag! Het gaat veel dieper, is veel gevaarlijker dus en je er mee afgeven is onverantwoordelijk. Voor je het weet, weet je niet meer wat je doet,
Maar dat wil ik zeggen tegen iedereen die hier over zijn zonde tobt: de Here staat aan onze kant. Dat is misschien wel het belangrijkste zinnetje uit onze tekst in vs 1, Hij stuurde de profeet Natan naar David toe om hem het volgende te vertellen: (2Sa 12:1 NBV). M.a.w. de Here wil David niet verloren laten gaan. Hij komt hem halen (9 maanden op een zijweg) en stuurt Natan met dit verhaal dat hem weer zijn geweten moet brengen. Zo wil de Heer Davids berouw wekken. En als David onthutst zegt: ‘Ik heb gezondigd tegen de Here, toen vergaf de Here Hem ook onmiddellijk. Maar eerst moest David dat zeggen.
Zonde is niet te vergoelijken, pas na berouw wil de Here het wegdoen. Maar Hij wil wel vreselijk graag dat Hij het bij ons weg kan doen. Daarvoor stuurde Hij zelfs zijn liefste om zijn leven te geven: onze Heer Jezus Christus
Dat is het vierde inzicht van vanmorgen: God is op zoek naar alle zondaren. Niet alleen naar die ene David. Ja denk je misschien, maar David kreeg wel een hoop straf. Ik denk dat dit bij Davids verlossing hoorde. Zo werd voor Davids volk duidelijk dat de Here de zonde niet tolereert en David wordt de rest van zijn leven a.h.w. gescherpt in zijn zondenbesef, nu hij, als slachtoffer deze keer, met dezelfde zonden te maken krijgt, waarmee hij anderen als dader had beschadigt.
En God stuurt ons meer dan Natan! Ken je Hem, onze Natan, letterlijk: diegene die ons gegeven is? Jezus Christus en de Geest. Broers en zussen de Here wil onze zonde weg doen. Die macht die ons kapot maakt, helemaal opvreet, vervreemd van ons geweten en vervreemd van God zelf. Zodat we ver van Hem en zijn Koninkrijk verdwalen en verloren gaan.
Hij wil dat niet! Hij heeft ons lief en wil ons redden. Je mag (moeit!) je dan rotschamen voor wat je deed, er is in deze gemeente toch plaats voor je, de zondaar vol berouw die zijn zonde voor God en mensen belijdt. Als je haar maar loslaat en voor God neerlegt bij het kruis van Christus. Dat zal God je bevrijden en vergeven?

Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw,
al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol. (Jes.1,18).


En waar vergeving is en levens verzoend worden met God, ontstaat nieuw, rijk en bruisend leven.
Maar durf jij in God te geloven, je zonde los te laten en Hem te volgen?

Amen



Liturgie
1. Zingen: Opw 705 Toon mijn liefde
Opw 671 Lof, aanbidding (NB brug vanuit vorige week, hartstocht)
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: B 158 Uit de diepten roep ik U
4. Spiegel: Tien geboden/ Dubbelgebod
5. Zingen: B 66 Vader vol van vrees en schaamte
6. Gebed
7. Kindergedeel + zang: B 258 Als je veel van iemand houdt
Kinderen naar de bijbelklas
8. Lezen: 2 Samuël 12, 1-15
9. Zingen: Ps. 51, 1,2 3 en 4
10. Preek
11. Zingen: Opw 706 Zie hoe Jezus lijdt voor mij
12. Gebed
13. Collecte Kinderen terug uit de Bijbelklas
14. Zingen: B 136 Ik ben zo dankbaar Heer
15. Zegen
16. Zingen: Refrein: zie hoe Jezus daar loopt door Jeruzalem

dinsdag 22 februari 2011

Genade (4) - Goeie Genade - Jeugddienst (Joh. 3,16)



‘Genade’ het is een woord dat je iedere kerkdienst tenminste twee keer hoort. Als je komt … genade en vrede… en als je gaat De genade van de Heer Jezus Christus.

En toch vond ik het vroeger in de kerk een onbegrijpelijk woord. Een soort kerkelijk dialect, waar je de betekenis niet van begrijpt. Vaak gebruikt, kennelijk heel mooi, maar waar je in feite niets van snapt.
“Genade, barmhartigheid en vrede zij u…” Zo begon de dominee, maar ik eerlijk gezegd begreep ik niet wat hij er mee bedoelde, zo op het hoekje van de bank waar ik zat. “Vrede’?, dat was het toch al. En barmhartigheid? Moeilijk woord! En genade… dan dacht ik aan heel iets anders.

Wat betekent genade eigenlijk, is het iets positiefs? Iets wat je typisch in de levens van christenen ziet? Maar wat is dat dan? Geluk of zo? Laten we eens gaan kijken naar een doorsnee christelijke familie Meursie, Grace, Kees, Trees, Frees en Mees.


Familie Meursie heeft Voorspoed from mark luigjes on Vimeo.

?
Genade? Wat nou genade?
Nou ja, als je het zo presenteert als in het filmpje kun je er nog wel om lachen.
Maar laat het nou eens op je inwerken…, de genade die gelovigen in hun leven meemaken is soms wel onbegrijpelijk, toch? Het kan niet simpel zoiets als voorspoed zijn. Kijk nou eens wat we allemaal meemaken met elkaar. Niet te zuinig. Wat nou genade?

In mijn beleving vroeger was genade niet zo positief Voor mij is het die keer dat ik als kleine jonge bijna geplet werd door een meisje uit de hoogste groep en om ‘meisjesgenade’ moest vragen. Niet leuk! Ik weet niet eens meer of ik het ook gedaan heb. Misschien wel gesist tussen mijn tanden door: ‘meisjesgenade’. Wat een vernedering. Nee, niet leuk, dat is het gevoel dat ik bij genade heb. En jullie? Goed gevoel? Geen gevoel?
Genade, genade, dat roep je toch als je geen kant meer op kunt. Als je helemaal overgeleverd bent aan een ander en alleen nog maar kunt smeken om je leven. Angstig, vernederend en niet leuk.

Waar denken jullie eigenlijk aan als je aan je ‘genade’ denkt?

En dan gaan we hier in de gemeente (volgende week begint het), het Feest van Genade gaan vieren. Veertig dagen lang, elke dag bezig met de genade van God! ‘Feest’ van Genade! Kan genade dan leuk, fijn, zijn? Iets om te vieren? Velen presenteren ons genade als iets zéér positiefs. Wat is het positieve van genade? Wat is goeie genade?

Mee op reis..?
Veel mensen hebben deze week vakantie. Goed idee om op reis te gaan. Vanavond wil ik je uit nodigen met me mee op ontdekkingsreis te gaan. Naar Israël zoals je ziet, het land van de Bijbel. Want de geschiedenis van Israël zit vol met genadeverhalen. Zullen we eens naar een stel van die verhalen luisteren en eens zien wat die goede genade nou eigenlijk is is?

Eerste etappe: genadige slang (Num 21,1-9)
We reizen 3500 jaar terug in de tijd. Het volk Israël reist dan al veertig jaar door de woestijn tussen Egypte en het huidige Israël. Waarom doen ze veertig jaar over een afstand van twee of drie dagreizen? Zo groot is de afstand tussen Egypte en Israël toch niet. ’t Is ook niet gewoon. Het is de prijs die ze moeten betalen voor hun onverwoestbare wantrouwen. Keer op keer vallen ze hun HEER, hun Redder, af. Nadat ze door Hem gered zijn, bekritiseren ze Hem over zo ongeveer alles. En niet zelden weigeren ze daarna nog een stap te zetten. Een paar voorbeelden God vernedert de machtige Farao van Egypte. voor hun ogen. Dat was wat in die tijd, Farao was de koning van de wereld, Mubarak is er niks bij. Ze kunnen vluchten. Ze zijn even blij. Maar daarna klagen ze Hem aan over hun veiligheid als Farao toch met zijn leger achter hen aankomt. ‘We komen allemaal om’ De HEER redt hen opnieuw, spectaculair door een pad door de zee droog te leggen. ’t Hele volk trekt er door naar de woestijn aan de andere kant. Ze zijn weer even blij, maar klagen Hem daarna opnieuw aan: ‘het is veel te heet voor onze kinderen, we hebben te weinig te eten te drinken.’ ‘We gaan hier allemaal kapot, waren we nog maar in Egypte’. God zorgt voor een oase. Ze zijn weer even blij, maar eenmaal weer onderweg klagen ze Hem opnieuw aan: ‘we gaan dood van de dorst, waren we maar weer in Egypte’. ‘Daar hadden we het nog eens goed. God zorgt voor water, voor manna (een soort hemels brood) en zelfs voor vlees (in de vorm van vogels). Ze zijn weer even blij maar daarna komen er weer klachten en dat blijft zo doorgaan, steeds maar weer. 
   Tot ze bij de berg Sinaï zijn. Daar krijgen ze de 10 geboden te horen. Indrukwekkend! Ze stemmen er van harte mee in. Zijn het er helemaal mee eens. Amen, dat geloven we! Geen andere goden, geen godenbeelden… Amen!. Als Mozes naar boven klimt om een persoonlijk door God geschreven afschrift van die wet te halen en het even duurt voordat hij weer terug is, verliezen ze weer hun geduld. Weer wantrouwen: die Mozes komt nooit meer terug en God is er ook niet. We maken wel een eigen beeld van Hem (Geen godenbeelden). Dan wil de Heer niet meer verder. Het is nu wel genoeg geweest… Zoveel wantrouwen kan Hij niet langer van hen verdragen. Gelukkig weet Mozes de HEER nog nèt over te halen om dit wantrouwende volk niet te verstoten. Zo reizen ze toch weer verder. Niet luxe in de woestijn, maar de HEER heeft de dagelijkse zorg voor hen op zich genomen: elke dag te eten (manna) en te drinken (water) Maar toch blijven er problemen: na een tijdje willen ze het manna niet weer en klagen ze. En zo gaat het maar door. Totdat ze bij hun reisdoel komen. Kijk daar ligt nou jullie beloofde land, zegt God. Een prachtland, vruchtbaar en van alle gemakken voorzien. Alles is al aangelegd: , de steden, de wegen, boomgaarden, akkers, wijngaarden, olijfgaarden… en het is allemaal voor jullie. En vruchtbaar! Onvoorstelbaar vruchtbaar Ze hadden nog nooit zoiets gezien.. En toch zeggen wantrouwend: U verwacht toch niet dat we daar naar binnen reizen, hebt u wel gezien hoe sterk die bevolking is. Geoefend en tot de tanden bewapend. Daar beginnen wij toch niks tegen, wat wilt U nou. Dan zegt de HEER. Nou is het echt genoeg geweest, jullie willen niet en nu wil Ik ook niet meer. Jullie kinderen die mogen naar binnen als jullie er niet meer zijn.

En zo reizen ze veertig jaar in de woestijn, totdat de hele eerste generatie gestorven is.
En toch hebben veel van die kinderen in die veertig jaar tijd maar weinig geleerd. Eenmaal volwassen beginnen ze God ook aan te klagen: waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald. Zeker om ons allemaal dood te laten gaan hier in de woestijn, net als onze ouders. We hebben niks, en we kunnen dat ellendige manna niet meer zien. Dan is de grens voor God bereikt. Hij straft hen met hun eigen wantrouwen. Ze worden door slangen gebeten, en ze gáán dood in de woestijn. Precies zoals ze toch al dachten. Velen van hun sterven er…

Maar als zij die gebeten zijn en nog net leven in paniek Mozes smeken om voor hen bidden. Laat God zich opnieuw overhalen. Mozes moet een koperen slang maken en God zegt: ze hoeven alleen maar naar de slang te kijken (eigenlijk, allen maar om hulp te zoeken) en je overleeft het. Sommigen sterven maar… Méér overleven het…
Deze slang wordt gek genoeg het symbool van Gods genade, een genadige slang. De HEER begint aldoor maar weer opnieuw met zijn volk Israël, en zij verdienen dat echt niet omdat ze God blijven wantrouwen. Da’s nou genade. Gered worden terwijl je dat helemaal niet verdiend
Zie je het da’s Genade: is altijd onverdiend. Je hebt het niet verdiend en toch redt God je. Zegt veel over Wie God is 

Tweede etappe: Ongenadige Jona
Kennen jullie het verhaal van Jona? Precies die profeet die er van door ging!
Waar moest hij heen? Naar Ninevé. Inderdaad. Ligt in het huidige Irak. Weet je waarom hij niet wilde? Hij durfde niet? Nee hoor! Hij wilde niet!
2 Hij bad tot de HEER: 'Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. 3 Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.' (Jon 4:2-3 NBV) 
Jona ging niet naar Ninevé, omdat niet hij wilde. Hij voelde het al aankomen. Ga ik helemaal naar Ninevé om ze te waarschuwen, zul je zien dat ze zich bekeren en dan vergeeft de HEER ze natuurlijk. Bah !Want Hij is genadig, liefdevol, geduldig en trouw… Zie je het staan! God is Jona veel te genadig.

Maar dat is toch fijn denk je misschien? Ja Weet je wat Ninevé was. De hoofdstad van een rijk waarvan het leger net zo wreed, genadeloos, onbarmhartig was, als de nazi’s op het hoogtepunt van WOII. Ze verminkten, martelden en vermoorden hun slachtoffers op een afschuwelijke manier. Israël had al heel veel van hen te lijden gehad. Zelfs Joodse babies hadden ze op een afschuwelijke manier vermoord. Verdienen zulke mensen genade? Nee, zei Jona, zij niet!
Hij was de profeet die zeg maar naar het Berlijn van Hitler moest en dat wilde hij niet.

Dat snappen wij toch wel.
Daarom vluchtte Jona weg…, maar God wil dat Jona ook hen waarschuwt zodat ze zich kunnen bekeren. Jona moet en als Jona hun waarschuwt bekeren ze zich ook nog! En Jona vind het vreselijk. Afschuwelijk! Want hoe kan de HEER hun nou zoveel onrecht vergeven. Als je weet wat ze gedaan hebben, is dat zo oneerlijk! Vreselijk, onverdragelijk gewoon!
Leer je weer wat over Gods genade. Het is ontzettend oneerlijk. God vergeeft mensen die het volgen ons echt niet verdienen. Echt niet!

3e Etappe: royale baas
We kunnen niet overal langsgaan onderweg, anders wordt de reis te lang voor vanavond. Maar uit de tijd van het Oude Verbond (OT) zou je nog heel wat andere genade- en ongenadeverhalen kunnen vertellen. Simson die zijn kracht aan het einde van zijn leven toch weer terugkrijgt (onverdiend) en Mefiboset de kreupele zoon van Jonatan die in konings Davids huis opgenomen wordt … Ook uit de tijd van het Nieuwe Verbond (NT) zijn er veel te vertellen. Maria die zich een begenadigde vrouw voelt, omdat ze zwanger is van de Redder van de wereld, De Heer Jezus die een vrouw die vreemd gaat niet veroordeeld (onverdiend). Ook gelijkenissen, verhalen waarin de Heer Jezus iets duidelijk wil maken ademen die vreemde genade: bijna oneerlijk is het dat de vader die jongste zoon feestelijk binnenhaalt in zijn huis. Logisch dat zijn oudste broer kwaad wordt.
Er is nog zo’n gelijkenis waarin genade aan de orde komt: ‘die van de arbeiders in wijngaard’. Ooit van gehoord? Een wijnboer huurt ’s morgens dagloners in. Ze spreken een loon van 1 denarie (een voor die tijd normaal dagloon) af. De wijnboer maakt zich nog al druk met het huren van werknemers. Hij gaat die dag wel vier keer naar de markt en steeds als hij daar nog werkkrachten ziet staan, huurt hij ze in. Zelfs nog –zeg maar- om vijf uur ’s middags. Wat zich dan aanbiedt is niet de beste kwaliteit. Die proberen nog snel een paar grijpsstuivers mee te pakken. Als ze nog maar een uur gewerkt hebben, begint het al donker te worden. De wijnboer laat zijn arbeiders uitbetalen, te beginnen bij degenen die het laatst gekomen zijn. Hij laat 1 denarie betalen. De werknemer die ’s morgens om zes uur begonnen zijn wrijven vergenoegd in de handen. De boer is een royale bui, benieuwd wat wij krijgen. Ook 1 denarie!. Nou zijn ze verontwaardigd: waarom krijgen wij niet meer, wij hebben de hele dag gewerkt. De boer zegt verbaasd:
"Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?" (Mat 20:13-15 NBV). Hij betaalt ze wat ze nog helemaal niet hadden kunnen verdienen! Dat is weer de genade God, want over Hem gaat het natuurlijk.
Goedheid die niet verdienen is! Je krijgt het zomaar, omdat God goed is.
Het maakt dus niet uit hoe lang je voor deze baas werkt. Hij geeft! Punt!

Hij lijkt een beetje op je oma of opa die een klusje voor je bedenken, alleen maar om je wat te kunnen geven. Genade is dus goedheid van God die je niet hebt verdiend, niet kunt verdienen, maar ook niet hoeft verdienen

4e Etappe: onbegrijpelijk vergevingsgezind
Nog één genadeverhaal dat de essentie van genade helemaal duidelijk maakt. Onze Heer Jezus hangt aan het kruis. Een martelwerktuig dat de Romeinen bedacht hebben om hun ergste tegenstanders een afgrijslijke, pijnlijke, langzame, dood te laten sterven. Hij is op de top van zijn lichamelijke lijden. Maar daar komt nog veel meer bovenop. Bij de voet van zijn kruis staan zijn bitterste tegenstanders zich te verkneukelen. Hé Messias komt van dat kruis als je kunt.

Nou Zoon van God, laat eens zien dat je henzelf kunt redden. De geestelijke pijn van de spot voor en tijdens de kruisiging is even verscheurend en vernederend als de lichamelijke. Je zou het begrijpen dat de Heer Jezus hun geen woord meer had waardig gekeurd. Maar van de enkele woorden die Hij nog kan zeggen gebruikt Hij de meeste voor een gebed: 'Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.' (Luk 23:34 NBV). Hij bid hier voor zijn bitterste vijanden om vergeving! Als je wil weten wat genade is, dan is dit het.



De Heer Jezus – God- gelooft in hen, zelfs in die mensen die Hem het liefst kapot willen maken. God blijft geloven in mensen die Hem blijven wantrouwen wat Hij ook doet, Hij gelooft in mensen die anderen – en dus ook Hem- de vreselijke dingen aandoen, Hij blijft geloven in mensen die het allemaal koud laat, Hij gelooft in spotters, Hij gelooft in egoÏsten, in Hitlers en terroristen. Hij gelooft, blijft geloven, in jou en mij. Hij gaat tot het alleruiterste om het goed, zelfs als jij en ik dat eigenlijk helemaal niet willen. Als wij allang afgehaakt zijn, blijft Hij in ons geloven door alles heen. Tegen elke prijs wil Hij ons redden. Hij zal alles voor ons doen wat nodig is. Hij wil één ding niet: ons het verplichten dat van Hem aan te nemen. Dat moet je zelf willen en ook zelf .
Maar wil je snappen wat Gods genade is? Denk dan aan Jezus aan het kruis. Stel je voor dat hij je aankijkt. Dwars door je heen kijkt. Precies weet wie je bent, wat je denkt, wat je voelt, wat je allemaal gedaan hebt. Ja ook die afschuwelijke dingen. En toch blijft Hij zeggen: “Vergeef het hem, want hij weet niet wat hij doet, vergeef het haar want zij weet niet wat ze doet. Vergeef het hun want zijn weten na 2000 jaar nog steeds niet wat ze doen.
God is zo genadig, dat Hij ons blijft geloven. Goeie genade, zeg! Ja Goeie Genade Wil jij ook in Hem gaan geloven?

Amen

vrijdag 11 februari 2011

Zondag 7/Heb 11 - Genade (3): geloven hulp of halter?



Komende zondagavond de derde preek in de serie over genade, als voorbereiding op ons Feest van Genade. Volgende week sluiten we die af met een Jeugddienst over: 'Goede genade"
Deze keer gaat het over geloven. Kun je zeggen dat geloven een middel is om Gods belofte te krijgen? Zodat je als je beter geloofd je méér krijgt?

‘Sportscholen zijn in onze tijd de plaatsen van verlossing’, las ik niet zo heel lang geleden. Veel mensen zitten op zondagmorgen niet langer in de kerk, maar je kunt ze wel vinden op de sportschool. Hier in de Gelderse Vallei misschien iets minder, maar ga eens 10 km naar het westen…
Want het evangelie is veranderd. Heel wat medemensen zoeken niet langer naar de verlossing van hun ziel, maar naar de verlossing van hun lichaam.
Of in iedere geval via de verlossing van hun lichaam naar die van hun ziel, in plaats van omgekeerd.
Het perfecte lichaam is norm, tegenwoordig. Dat zie je al jaren overal om je heen.
Alleen zo hoor je er echt bij, dat is de boodschap die verscholen zit in reclames, showprogramma en films: slank en sixpack. Als je er niet helemaal zo of helemaal niet zo uitziet heb je behoefte aan verlossing. En die vind je op de sportschool. Daar train je jezelf naar je eigen verlossing toe.
Een work-out als verlossing. Bij de juiste discipline, succes gegarandeerd.

Ik moet daaraan denken als ik hoor hoe er tegenwoordig om ons heen over geloven gepraat wordt..
Natuurlijk, het gaat bij gelovigen om heel iets anders dan in de sportschool: niet om het perfecte lichaam. Maar het idee om jezelf naar succes toe trainen hoor je wel. Sterker worden in je geloof zodat je méér van Gods beloften ontvangt. Want wat jij van God ontvangt hangt af van de kracht van jouw geloof. Zo las ik van iemand die de uiterste best wilde doen en met alle macht God wil zoeken en zo te groeien in geloof en kracht om uiteindelijk zoals Jezus te zijn: ‘iedere zieke waarvoor Hij bad genas.”
Gelovig zijn in de sfeer van de sportschool dus: jezelf naar het hoger niveau toe trainen. Kun je zeggen dat de kracht van je geloof, bepaalt hoeveel je ontvangt? Zodat je als je sterker wordt in je geloof en dus beter gelooft je méér ontvangt?
Méér geloof, méér van Gods belofte?

Zondag 7
In onze traditie, de protestantse of beter: de gereformeerde, is al eerder over geloven nagedacht. In de zestiende eeuw gebeurde dit tegen een heel andere achtergrond dan wij dit nu doen. Want men dacht toen dat wat je zoal deed, je daden, meewerkte aan je verlossing, je rechtvaardiging. Veel goede daden legden veel gewicht in de schaal bij God, dacht men toen. Kritische gelovigen van toen, ontdekten in de bijbel opnieuw: ‘alleen wie gelooft wordt als rechtvaardige aangenomen’. Alleen geloof doet er toe. Niet die daden. Dat waren de latere gereformeerden.
De volgende vraag is dan: wat is dan écht geloof? (waar geloof). 

Vraag 21:
Wat is waar geloof? Antwoord: Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus

Een aantal dingen op een rij. Echt geloven is:
  • · Kennis van de Bijbel hebben En dan gaat het er niet om de Bijbel uit je hoofd te leren om alles te weten. God geeft geen so’s en ook geen cijfers. Geloven is vast overtuigd raken van wat Gods bedoeling met ons is en die bedoeling met overtuiging volgen. Daarvoor moet je die ook kennen. En die vind je in de Bijbel. Het gaat er om dat je weet wat je moet weten over zonde, verlossing en eeuwig leven. Over de Vader, de Zoon en de Geest en de kinderen van God. Over het Koninkrijk.
       Natuurlijk weten gelovigen nog niet alles en toch zijn het geen aarzelende zoekers en twijfelaars, die eigenlijk niets zeker weten. Gelovigen zoeken naar het Koninkrijk, maar ze hebben de Heer gevonden. Wat dat betreft hebben ze een vaste overtuiging (Stellig weten).
  •  Een persoonlijke gift van de Heilige Geest… een door Hem aan jou geschonken vertrouwen (ander woord voor geloof). Een vertrouwen dat je zonden je echt vergeven zijn, dat het goed is tussen jou en God, dat je eeuwig met Hem zult leven. 
  • Aanleiding voor nederigheid die weinig ruimte laat voor trots, voldaanheid, arrogantie of gearriveerdheid want het werk van onze Heer Jezus Christus is de enige aanleiding voor al dit goeds. Daar draag je zelf niets aan bij (!). Het is pure genade. 
Als je deze schets van geloven die onze gereformeerde voorouders op basis van de Bijbel maakte, op je in laat werken, dan proef je al dat training van je geloof een vreemd woord is. Geloven wordt nooit onze prestatie. Een prestatie waardoor God zegt: ‘Ik geef jou meer van mijn beloften.’ Geloof is een gift van God dat kun je niet pakken. En daar kun je ook niet méér van pakken. Je kunt je alleen meer verdiepen in de Bijbel en meer ruimte voor de Geest maken en zo meer afhankelijk zijn en meer vertrouwen tonen.
En als geloven een gift van de Geest vanwege het werk van Jezus Christus is, kun je ook nooit gelijk worden aan Jezus Christus. En allen genezen zoals Hij. Want wat is er dan nog te ontvangen als je net zo bent als Hij? Hoogstens ga je meer op Hem lijken, maar dan niet vooral in wat je allemaal kunt, maar veel meer in hoe je bent.

Hebreeën 11
Die indruk wordt nog eens sterker tegen de achtergrond van hét hoofdstuk in het NT waar het over geloven gaat: Heb 11. Het voert te ver om het hele hoofdstuk uit te leggen, maar een aantal hoofdzaken vallen onmiddellijk op. Door de ogen van de schrijver kijken we terug in de tijd naar degene die ons vóór gingen naar het Koninkrijk. Terugkijken dus om vooruit te kunnen zien.
Zij hebben de reis al afgelegd en zijn voorlopig bij de Heer Jezus aangekomen. En wij – de gelovigen van het nieuwe verbond- worden aangespoord om zoals zij nu onze weg te gaan (H12). En dan valt op 
  1. dat de belofte nog vervuld moet worden. Dat het volmaakte leven- in het Koninkrijk, nog door niemand onderweg al ontvangen is. Integendeel de meeste gelovigen leefden en leven in heel moeilijke omstandigheden.
    De hele geschiedenis door zijn er gelovige mensen die de volledige belofte nog niet kunnen zien, niet meer dan glimpen. Toch blijven ze er wel overtuigd van. Hartelijk overtuigd zelfs. 
  2. Geloven houdt gelovigen in moeilijke omstandigheden juist staande. Geloof en hoop worden en blijven gekoppeld. Geloven is naar God kijken en in alles op Hem vertrouwen. Hopen is naar de toekomst kijken. Hier lees je over gelovigen die op God vertrouwen (geloven) als het om de toekomst gaat (hopen). En dat geloven vaste grond is onder de voeten van de mensen. Maar toch is het ook zo dat er is nog weinig triomfantelijks aan is. Rijen bekende gelovigen komen voorbij: Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes…, maar ze maken vrijwel allemaal moeilijke omstandigheden mee, zéér moeilijke zelfs 
  3. Gelovigen weigeren zich te settelen op de aarde zoals die nu is. Het blijven toeristen op onze wereld nu. Mensen die onderweg zijn naar de toekomst van het hemelse Jeruzalem (de stad met de fundamenten 13-16). Zelfs als ze kans hebben (Mozes, Abraham) weigeren ze toe te geven aan de luxe van een werelds leventje. Dat kan het gewoon nog niet zijn. 
  4. Geloven en beproeving horen bij elkaar. Het is de manier waarop God het geloof van zijn mensen sterker wil maken. We zien indrukwekkende voorbeelden van hoe groot het vertrouwen is dat mensen in God hebben (Abraham). Voor God geven ze alles op. En dat is soms heel veel. In de beproeving wordt zichtbaar hoe diep hun liefde voor God is.
       Maar ook brengt de verwachting van de toekomst in het Koninkrijk van God mensen in heel moeilijke omstandigheden. Nog steeds: tot het christelijk geloof bekeerde moslims zitten in Afghanistan in de gevangenis en Asia Bibi vreest in Pakistan nog steeds voor haar leven. Gelovigen maken onvoorstelbaar moeilijke omstandigheden mee (36v) Maar ze hebben het voor hun God over, voor hun Heer
  5. Geloven brengt de toekomst dichterbij. Regelmatig zie je hoe het Koninkrijk van God even opvlamt in wonderlijke gebeurtenissen, omdat gelovigen al leven alsof het er al is. Jakob en Jozef zien de toekomst al voor zich. Abraham en Sara krijgen als bejaarden nog een kind, Mozes en Israël trekken dwars door de zee, Jozua ziet de dikke muren van Jericho instorten. Sommigen hebben zelfs doden weer levend zien worden. En het bracht Henoch (5) zelfs direct bij God, aan het sterven voorbij.
    Maar dat soort wonderen, een weg door het water, instortende muren, de onvoorstelbare kracht van Simson, zieken die genezen en doden die opstaan, het blijven uitzonderingen onderweg. Zij allen stierven –ook die opgestane doden- zonder de belofte in vervulling te zien gaan.
    Daarom geloven we nog. We hopen op wat nog niet gezien kan worden! 
Geloven op de manier van het Tahrirplein
Kun je groeien in je geloof? Jazeker, God zal het regelmatig beproeven om het sterker te maken! Dat betekent dat groeien in geloof –in vertrouwen- niet zelden groeien door je ellende heen is. En nog niet zichtbaar wordt in succes.
Krijg je met een groter geloof méér van Gods belofte? Voorspoed, welvaart, promotie, gezondheid… vul maar in. Nee, dat vertelt de bijbel (de kenniskant van ons geloof ons niet). Integendeel. Lees Heb 11 en 12, Mat 5, Jak 1, en 2 Kor 12.
Inderdaad wie hoopt op God leeft dichter bij het Koninkrijk en loopt een grote kans betrokken te raken bij Gods wonderen. Misschien zelfs wel doden die opstaan! Maar zelfs de opgestane doden zullen eerst weer sterven als Christus niet eerder terugkomt. Je bent getuige van de tekenen van het Koninkrijk, niet van het voltooide Koninkrijk zelf. Geloven blijft hopen op wat nog niet gezien kan worden.

O ja we kunnen zo verlangen naar de toekomst van God dat we zouden willen dat die er al was. Begrijpelijk. Het geluk van het Koninkrijk: gezondheid, wel-zijn, succces. Niet langer je in het zweet werken zonder resultaat (de vloek van Genesis), niet langer de pijn van gebrokenheid, schuldgevoel van de zonde.
Natuurlijk verlangen we dat. Misschien verleidt dat sommige christenen er toe om te leven alsof het Koninkrijk al doorgebroken is. Maar uit de Bijbel – de voornaamste bron van onze geloofskennis!- begrijpen we dat we nog niet vooruit kunnen rennen naar het volmaakte Koninkrijk en vooruitgrijpen op de belofte. Die krijgen we pas op de tijd die bij God vast ligt. We zijn onderweg

Nee, geloven past niet in de sfeer van de sportschool. Van training, van halters en roeien, succes, en gezondheid. Van zelf grijpen naar het geluk. Geloven past meer in sfeer van die Egyptenaren op het Tahrirplein. Mensen die het onrecht moe waren en zo verlangen naar recht, redelijkheid en welzijn. Ze hebben zo’n behoefte aan een beter Egypte, dat ze er niet meer van af te brengen zijn. Ze slapen in rafelige tenten op het plein en strijden voor hun ideaal.
   Zie je het? Zo zijn wij ook. Vergelijk het maar eens met Heb. 11. We leven in onze tentjes op de pleinen van deze wereld. Omdat de wereld ons zo niet kan bekoren. Niet zonder God, niet zonder liefde. We willen ons er maar niet settelen. We verlangen naar de terugkomst van onze Heer en de definitieve komst van het Koninkrijk van God. En we willen daar nu al meer van gaan zien. We verzetten ons tegen ieder die dat van ons af wil pakken. Daarbij krijgen we soms enorm veel ellende te verduren. Het kost sommigen van ons het leven. Maar we geven niet op, we hebben een betere toekomst! We geloven en hopen op het Koninkrijk.
We slapen liever in onze tentjes op het plein, dan in een luxe hotel aan het plein. Want luxe brengt ons niet wat wij graag willen: de vrede van het Koninkrijk.
   En juist door dat te geloven weten we nu al, ervaren we nu al, glimpen van dit Koninkrijk. Glimpen, maar toch wonderlijk en bemoedigend alsof we al zien wat nog niet te zien is. En God stopt onze soms hulpeloze levens vol met gaven voor onderweg. Vult onze lege handen met wat we nodig hebben. Zo groeien we toch, groeien in verlangen, groeien in afhankelijkheid onderweg, groeien in onze rol tekenen van het komende Koninkrijk op te richten. De Heer overtuigt ons van wat we nog niet kunnen zien.

Geloof, hoop, heb lief en ontvang. Amen 


Liturgie avonddienst 13-2-2011
Zingen: B 47 (Daar juicht een toon, daar klinkt een stem)
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: Ps. 91, 1 en 2 (Heil hem wien God een plaats bereid. Gij zijt mijn schild, mijn toevlucht en mijn veste)
Gebed
Lezen: Heb 11
Zingen: Ps. 115, 1.2 en 5 (Vertrouw op God, gij die de HERE vreest)
Tekst: HC Zondag 7: 'Wat is waar geloof?'
Preek 
Zingen: B 57 'k Heb geloofd en daarom zing ik
Voorbede 
Collecte 
Zingen (Geloofsbelijdenis): B 120 Ik geloof in God de Vader (in wisselzang)
Zegen 
Zingen Gez 456,3 Amen, Amen, Amen

maandag 7 februari 2011

2 Kor 12,1-10 - Genade (2) - Een zwaktebod


Uiterlijk 
Aandacht is intrigerend. Jaren geleden merkte ik dat ook zelf toen ik als rechercheur meedeed aan een vossenjacht. De vermomming was bepaald niet perfect, ik zag er toch duidelijk nep uit. Maar, merkte ik, dat ontgaat sommige mensen volledig. Gek genoeg wel!
Toen ik samen met de andere neprechercheur en al even neppe arrestant hardhandig inrekende, reageerden sommige omstanders bepaald agressief. En toen we even later– in regenjas- plechtig omhoogrezen op de roltrap van een groot warenhuis, zagen we tot ons genoegen hoe de afdelingschef beneden gespannen belde met die van de verdieping daarboven. Het was één en al commotie. Die hele middag veroorzaakte onze verschijning een flink stuk meer opschudding dan wij ooit hadden verwacht. Uiterlijk doet wat! Ook als het nep is!

Sofisten in Paulus tijd
Dat was in Paulus’ tijd niet anders dan tegenwoordig. Hoe het er uitzag was toen erg belangrijk. En vooral de sprekers van die tijd, zogenaamde Sofisten, profiteerden daar van. Want de mensen waren gek op deze sprekers (er was nog geen TV, Boer zoekt vrouw), op interessante verhalen en op bijzondere verschijningen. Wat je vertelde was nog niet eens zo belangrijk, maar hoe je het vertelde, als je het maar overtuigend en interessant deed. Met de goede argumenten en volgens de regels van de spraakkunst. Het ging er niet om of je gelijk had, maar dat je gelijk kreeg. Goede sprekers waren toen ongelooflijk populair. Ze kregen veel aandacht en konden goud verdienen. Dat was de mode van die tijd (en ook weer in onze tijd: hoe het er uit ziet is heel belangrijk).
Ook christenen waren gevoelig voor die mode en het duurde niet lang of je had een aantal uiterst moderne, christelijke sprekers. Ze waren heel populair.
Paulus kon in zijn optreden lang niet tegen hen op. Hij was zeker niet zo’n charismatische spreker in de oren van de mensen als zij dat waren. En daar werd hij op afgerekend. Wat hij zei leek veel minder waard, door de manier waarop hij het zei. Hij liet zich er ook nog eens niet voor betalen en zo leek het nog goedkoper. Zelfs al was hij de man geweest die het grote nieuws van het Koninkrijk van God in de stad Korinthe gebracht had. Hij werd steeds minder serieus genomen. In Korinthe wilden vele christenen eigenlijk niet meer naar hem luisteren. Paulus moet er wel wat over zeggen…

Andere boodschap
Je denkt dan, maar waarom dan? Goede sprekers zijn goed voor de boodschap. Hoe dan ook Christus wordt verkondigd! Ieder zijn gaven! Laat Paulus die sprekers maar weer toerusten.
En natuurlijk is dit op zich zo! Ieder zijn gaven. Maar deze sprekers waren waarschijnlijk niet van plan om naar Paulus te luisteren, want daar vonden ze hem niet charismatisch genoeg voor. Deze goede sprekers, want dat waren ze, lopen een enorm risico. Het risico nl. dat het steeds minder om de boodschap, om de inhoud, en steeds meer om het effect gaat. Hoe houd ik de aandacht vast… Aandacht is verslavend.
Hun boodschap pasten zij langzamerhand bij dit doel aan. En dat krijgt ook gevolgen: de aandacht verschuift stukje bij beetje van God naar henzelf, van redding naar prestatie, van gave naar kwaliteiten, van genade naar glitter. Heel subtiel hoor, maar duidelijk merkbaar. Hun boodschap veranderde geleidelijk in een andere. En een andere boodschap krijgt weer andere gevolgen: de gemeente dreigt uit elkaar te vallen omdat ze verdeeld raakt over die sprekers. Ik hoor bij die, ik hoor bij…En mensen beginnen elkaar de maat te nemen: ‘kun jij zeggen dat je echt gelooft?” ‘Heb jij de Geest wel”, Sommige willen niet meer met anderen omgaan omdat zij in hun ogen niet geestelijk genoeg zijn.
Paulus moet er wel iets over zeggen. Omwille van de boodschap, omwille de rest van de gemeente daar, omwille van de Heer.

Paulus’ boodschap
In de verhalen van de sprekers gaat het steeds vaker om henzelf. Om hun verschijning, om hun populariteit. En het gaat dus ook steeds vaker over hun eigen geestelijke ervaringen. En dus vertelt Paulus voor één keer ook een verhaal over zichzelf. Het moet! En Hij doet dit in hun stijl, maar…
Nou ja, luister maar
Ik moet wel over mijzelf vertellen, begint Paulus (zoals die anderen die ook verhalen over zichzelf vertelden: verhalen als ‘ik heb een engel gezien’, ‘ik heb een visioen gehad’, ‘luister eens naar wat ik ervaren heb’), maar ik kan er geen winst mee maken voor mezelf. Het gaat niet om mij –bedoeld Paulus- maar om de Heer: het zijn visioenen van Hem. Ik ken ze ook hoor, visioenen, maar het maakt mij geen beter mens, zegt Paulus. Die visioenen zijn de verdienste van de Heer. En weet ik wel zeker dat ik als ik over mijn visioenen en ogenbaringen vertel dat ik dat om de Heer doe (1) Of doe ik het toch vanwege mezelf? Het lijkt wel of hij de andere sprekers imiteert. Zij vragen vaak: ‘heb je een getuigenis?’ ‘Wat heb je deze week ervaren?’... Nou, zegt Paulus, veertien jaar geleden... ‘Veertien jaar?’ ‘Paulus kun je niet over iets recenters dan dat vertellen?’
De andere sprekers zouden dan in detail, in geuren en kleuren hebben verteld wat hen overkomen was. Paulus vertelt (2-3): ik weet het eigenlijk niet hoe het precies ging. Ik werd weggevoerd, dat wel, maar hoe? Ik weet het niet. Het kan alleen in mijn geest geweest zijn, maar… Andere sprekers zouden misschien verteld hebben over de geweldige boodschap die ze gekregen hadden bij hun bijzondere ervaring, welke wijsheid hun geopenbaard was…Paulus zegt heel afstandelijk over zichzelf (deze man (3)) alsof hij vooral niet de aandacht op zichzelf wil vestigen, dat hij wel woorden gehoord heeft maar ze niet mag doorgeven. Niemand mag ze nog uitspreken (4). Paulus is heel duidelijk, natuurlijk zijn er visioenen en openbaringen, wonderlijk, verheven… maar ze worden niet aan mensen gegeven om er zelf interessant mee te doen. Dat is het doel niet, vaak dient zo’n visioen alleen een persoonlijk doel. Als ik het over mezelf moet hebben, schrijft Paulus, laat ik het dan maar over mijn zwakte hebben (6). Dat is niet een soort bescheiden taalgebruik, een vrome vermomming. ’t Is echt zo. Paulus is zwak, hij wordt gekweld (7).
Door wat? Een doorn in zijn lichaam. Symbool voor wat? Geen idee! Maar het zit hem meer dan dwars. Persoonlijk en misschien ook wel in zijn werk, de verkondiging van het evangelie. Paulus ervaart het als een rechtstreekse aanval van de boze. Hij noemt die doorn een boodschapper van de satan!. Hij vertelt dat hij de Heer aanhoudend (3x) gebeden heeft om verlossing. Nou, zouden de sprekers zeggen: claim de overwinning van Jezus over de satan en je bent het kwijt. Na de derde keer nam de Heer de doorn zeker weg, toch, Paulus?
Maar de Heer zei: nee! || Nee? Nee! Ja maar? Nee!!

Paulus
De Heer, laat Paulus niet aan zijn lot over, maar hij verlost Hem niet van die ‘doorn in zijn lichaam’. De kwelling blijft, maar toch is Paulus begenadigd.
De Heer geeft hem wel antwoord op zijn gebed en wel een van de meest troostende , bemoedigende, helende en geruststellende antwoorden die we uit de Bijbel kennen. ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig’ Paulus mijn genade krijg je, kracht krijg je en toch blijf je zwak.
Broers en zussen, anders dan sommige christenen zeggen, hoeft Gods genade geen genezing en dus gezondheid te beteken, geen overwinning van de zwakheid. Paulus blijft zwak, hij blijft een gekweld mens, maar hij kan het aan dank zij Gods genade, de kracht van de Heer
Gods genade valt dus niet samen met onze welvaart, onze gezondheid, ons succes.
Op de weg naar de doorbraak van het Koninkrijk zal Paulus een zwakke kerel blijven, vaak beledigd, nog al eens in nood, dikwijls vervolgd en meer dan vertrouwd met diepe ellende. Dat is zijn hele leven zo gebleven. Het laatste dat we van Paulus weten is een doodsbedreiging, jarenlange gevangenschap, een schipbreuk onderweg naar Rome en uit de traditie horen we dat hij uiteindelijk in Rome onthoofd zou zijn.
Was Paulus’ geloof te klein? Is Paulus Gods genade onthouden?
Nee, hij was in al zijn zwakheid en ellende een begenadigd mens.
De geweldige kracht van de Heer hield hem in deze omstandigheden staande. De Heer was Hem in al zijn zwakheid nabij: dat was pure genade.

Broers en zussen, wat voor Paulus geldt, geldt voor ons. Lees Jakobus 1 er maar op na. Veel gelovigen blijven uiterst kwetsbare mensen, soms ziek, soms zelfs zwaar gehandicapt, meestal niet zo succesvol, niet zo populair, niet rijk, nogal eens beledigd om hun geloof, soms zwaar vervolgd. Het is doorgaans nog geen glorie in hun leven. Hebben ze te klein geloof? Nee! We leren over Gods genade een belangrijke les: Gods genade is niet los van Hem verkrijgbaar. M.a.w. Gods genade verandert niet in jouw succes, in jouw gezondheid of in jouw voorspoed. Het blijft van God en door die kracht is Hij je in je omstandigheden nabij.

Vreugde in het dal
Daarom is Paulus zo blij… wat hoe zwakker ik ben, hoe meer ik afhankelijk blijf van de kracht van de Heer, van zijn genade en zijn nabijheid! Ik blijf verlangen naar de kracht van de Heer. Zou Paulus daar ook zo naar verlangen, ook zo blij mee zijn, als hij succesvol, voorspoedig en gezond was geweest?
Of was hij misschien niet over Gods genade maar over zijn succes en voorspoed gaan getuigen?

Je kunt dit vergelijken met de bergen en de dalen. Veel gelovigen leven vaak in een diep dal. Dat is moeilijk, maar niet uitzichtloos. Die dalen kunnen nl gevuld raken met het water van Gods genade en zijn zo heel vruchtbaar: groene, liefelijke dalen gevuld met Gods levenskracht.
Terwijl het op de toppen van de bergen, hoe mooi ze er ook uit kunnen zien, vaak koud en kaal blijft. Er kan niets groeien, want het water van Gods genade bevriest er of loopt naar beneden voordat het in de grond heeft kunnen doordringen. Alleen in de dalen kan Gods genade ontvangen worden

Onze zwakte is vaak voorwaarde voor Gods genade! Hij biedt het aan voor hen die zwak zijn. Genade is een zwaktebod. Zo begreep Paulus het en zo schrijft zijn zeer geestelijke en succesvolle gemeenteleden. Een waarschuwing om je niet te zeer te verheffen met Gods ervaringen, een waarschuwing dat aandacht verslavend is

Het avondmaal is de blijvende herinnering aan onze zwakte... We blijven honger en dorst naar Gods genade houden. Want we blijven nog zwakke en kwetsbare mensen. Gelukkig, want dan kan de Heer ons steeds weer sterk maken. In onze zwakheid zijn we sterk.

Door Christus’ kracht, Amen.

zondag 30 januari 2011

Mat 5, 1-12 Genade (1) Geluk hebben



Geluk hebben
Soms zijn we het niet eens over wat geluk is
Maar meestal wel! Zet een stel van ons bij elkaar en je zult zien dat in ons top tienen van voorbeelden van geluk vaak dezelfde zaken voorkomen: een goede gezondheid, een goed inkomen, succes en goede relaties, leuke vooruitzichten om er maar een aantal te noemen.
Goed ieder heeft ook zo zijn eigen dingen die haar gelukkig maken, maar we delen er veel.
Zou geluk voor een christen nu iets anders zijn, dan voor de anderen?
Dat is een vraag die je kunt stellen: is er iets typisch christelijks aan geluk?
Niet als ik zo lees wat de Singaporese voorganger Joseph Prince daarover schrijft. Ik hoorde dat hij over genade geschreven heeft en toen ik iets van hem las, beschreef hij dat als ‘de goede dingen in het leven’: gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven. Hij noemt dat ‘genade’.
Hij is zelf ook wel een voorbeeld van een begenadigd en gelukkig mens: hij runt een succesvol TV programma, waarmee hij miljoenen mensen in de VS bereikt. Zijn boeken verkopen ook bijzonder goed. Bijzonder voor een niet Amerikaan. En zijn gemeente in Singapore groeide in 13 jaar van 200 naar 20.000 mensen. Hij is ervan overtuigd dat dit door ‘het evangelie van genade komt’. Via dat evangelie ontvangt hij geluk en kunnen wij het ook ontvangen.
Betekent dit dat geluk voor christenen precies hetzelfde is als voor alle andere mensen? Hoe is dit eigenlijk voor jezelf, wij zijn hier als christenen. Ga eens voor jezelf na, ‘wat is voor mij geluk!”! Neem even de tijd voor jezelf om na te gaan wat je het gelukkigst maakt… (hulpvraag: als je de Heer om zegen bidt, waar bidt je dan om?||

Geluk volgens de Bergrede
Wat is geluk volgens de Heer Jezus?
Geluk = een eigen plaats in het Koninkrijk van de hemel hebben (3,10 2x);
Geluk = getroost worden (4)
Geluk = de aarde erven (=het land bezitten) (5);
Geluk = verzadigd raken van recht (6);
Geluk = barmhartig behandeld worden (7);
Geluk = God zien (8);
Geluk = ‘kind van God’ genoemd worden (9);
Geluk = een rijke beloning in de hemel hebben (12)

Vraag: klopt dit nu met je eigen lijst, die je zonet gemaakt had? ||
Is er veel verschil? Past dit bij je eigen voorstelling van geluk? 
Of is het echt héél anders. Ik zou me kunnen voorstellen dat er wel wat verschillen zijn.

Wanneer gelukkig?
Vind je het gek, zal iemand misschien zeggen. Mijn voorstelling van geluk past bij wat er nu op aarde beschikbaar is. En de lijst die de Heer Jezus noemt, is iets wat we voor later mogen verwachten. Zeg maar ‘in de hemel. ’Met recht ‘hemels geluk’. Dat staat nu nog niet tot onze beschikking en komt daarom ook niet zo voor in onze lijstjes. Hoewel, het zit er wel in verpakt. Want je gaat er toch vanuit dat er in het Koninkrijk van de hemel toch echt welvaart zal zijn. Dat je het beter zult hebben dan hier. En dat denken wij toch ook van onze gestorven geliefden. ‘Ze hebben het nu beter’, zeggen we dan.

Broers en zussen, ik denk niet dat de Heer Jezus zijn luisteraars op de berg, probeerde te troosten met een hemels vooruitzicht. Dit is geen troost voor straks, maar een boodschap voor het publiek dat daar op de berg bij Hem is – Jezus’ leerlingen worden ze genoemd.
En dat is inmiddels een massa mensen. Ze komen overal vandaan: uit het hele land, ja zelfs van de overkant van de Jordaan. Heel wat van hen waren op zoek naar genezing gekomen, velen van hen zijn door Jezus genezen, en sommigen zullen dat nog steeds zoeken. Maar ook zij die genezen zijn blijven bij Jezus en volgen Hem, lezen we in hoofdstuk 4.

En Jezus heeft een geweldige boodschap voor ze. Want het gaat vooral om die boodschap, die is nog veel meer dan die genezing. Je bent gelukkig te prijzen, jullie zijn gelukkig te prijzen… Je bent gelukkig. Broers en zussen, dit gaat over nu!.

Wie spreekt de Heer Jezus hier dan aan? Al die mensen die hem gevolgd zijn. Nou Hij benoemt ze nog wel iets preciezer: er komt een hele lijst mensen met bepaalde eigenschappen voorbij. Wie zijn volgens de Heer de gelukkigen?
  • de nederigen van hart (3), armen van Geest, in de oude vertaling. (er  is nogal een discussie over wie hier mee bedoeld worden), ik ga er van uit dat dit de ‘geestelijke bedelaars’ zijn. Zij die bedelen om meer van Gods geest. Dat wordt dan zichtbaar in al de vruchten en gaven van de Geest.
  • de rouwenden (4). Niet alleen zij die een geliefde betreuren, maar denk ik breder zij die elk tekort en gebrokene hier betreuren en verlangen naar heelheid en eenheid. Zeg maar zij die verlangen naar een betere wereld en lijden onder deze.
  • de zachtmoedigen (5). Niet vooral zij die dit karakter hebben, maar zij die een bepaalde stijl van doen hebben omdat ze zo verkiezen te leven: mild en vriendelijk tegenover hun medemensen. 
  • de wereldverbeteraars (6). Onverzadigbaar hongerig en dorstig als het gaat om de liefde voor God en voor mensen, om rechtvaardigheid. Onrecht verteert hen 
  • de warmhartigen (7), laat ik zo die barmhartigen maar noemen. Zij die hun medemensen genade, medelijden en warmte tonen.
  • de oprechten (8), die zuivere bedoelingen hebben en niet huichelen 
  • de vredestichters (9), niet de professionele mediators of politici, maar zij die in hun persoonlijke contacten de vrede proberen te bewaren en als nodig te herstellen. 
  • de vervolgden (10). Uit het verband begrijpen we dat dit mensen zijn waarover onheus gesproken wordt en die zelfs zwart gemaakt worden bij hun medemensen. Waarom? Omdat zij zich op de Heer Jezus Christus en zijn Koninkrijk oriënteren! Volgens mij worden al die mensen hierboven er mee bedoeld. 
Wees blij en juich, jullie mogen een rijke beloning verwachten.
Volgens mij is dit niet zozeer bedoeld als straks een rijke beloning verwachten… ná de leven, maar nu al vanuit de hemel. Juich, jullie zijn gelukkig te prijzen, want juist jullie hebben het goede deel gekozen.

Verwarrende lijst
Wat een vreemde en verwarrende lijst! Ga ze nu eens weer bij langs!
Jullie mogen je gelukkig prijzen. Hij zegt het echt: jullie zijn de gelukkigen
Maar hoe kan dit ooit waar zijn? Als je deze lijst ziet en op je in laat werken, dan zie je eerder de losers van deze wereld voor je (zie de lijst).

De Godzoekers, de mensen die treuren om het lijden van de wereld en de zachtmoedigen, om er maar drie te noemen, zijn toch niet de gelukkigen in onze wereld. Ze worden gezien als de mensen die niet echt mee kunnen komen in het leven. Mensen die niet voor zichzelf op kunnen komen en dus vaak in de hoek zitten waar de klappen vallen. Zij worden daarom wat meewarig bekeken. En de wereldverbeteraars, de barmhartigen en de vredestichters al niet veel anders. Bijzondere figuren die eigenlijk ‘te goed zijn voor deze wereld’.
‘Goed dat ze ons er aan blijven herinneren hoe het zou moeten, maar zo werkt het niet’, hoor je velen bijna denken. Maar toch noemt Jezus hén
Het gekke is dat diegenen die wij als gelukkig zien helemaal niet voorkomen in het lijstje van de Heer Jezus. Geen succesvolle zakenmensen, bekende zanggroepen, goed verkopende auteurs, bekende TV persoonlijkheden, invloedrijke politici, of mensen uit de sjieke buurten. Of in de wereld van die tijd: er staan geen Farizeeën, schriftgeleerden, hogepriesters of mensen uit de koninklijke familie op, maar heel anderen.

Nee, de rijken, invloedrijken en landelijk bekenden, lijken door de Heer Jezus eerder gezien als behorend tot de risicogroepen. Om maar één voorbeeld te noemen, tegen een rijke jonge man zegt hij…het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.' (Mat 19:24 NBV).

M.a.w. wat wij als succes zien, is een risicofactor in het Koninkrijk van God.

Twee werelden
Hoe kan het dat gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven in dit lijstje niet voor komen? En wel je plaats in het Koninkrijk van God, een einde aan het lijden van de wereld, Gods recht op heel de wereld, barmhartigheid, schatten in de hemel hebben en het kinderen van God zijn?

Omdat in deze, laat ik maar zeggen, ‘oude’ wereld: succes, promotie, groei, een overvloedig leven en zelfs onze gezondheid ten koste gaan van anderen. Onze rijkdom betekent armoede voor anderen, promotie van de één degradatie van de ander… denk het maar een door ons: geluk gezien als rijkdom en succes gaat altijd ten koste van iets of iemand. Het is moeilijk succesvol te zijn en tegelijk God en de naaste zonder reserves lief te hebben.

Toen de Heer Jezus kwam, kwam Hij als de Messias, de Koning van de nieuwe wereld: het Koninkrijk. Dát is met Hem op deze wereld gekomen. Toen de Heer Jezus de Bergrede hield brak er een nieuw tijdperk aan. Het tijdperk van het Koninkrijk der hemelen. Waar aarde en hemel samen komen: inderdaad een betere wereld. In dat Koninkrijk staat de liefde voor God en voor de mensen voorop. Zonder dat kan er namelijk geen geluk zijn. Want dan komen én God en mensen tekort. En zo is deze wereld niet bedoeld. Het begin van dat nieuwe Koninkrijk is al zichtbaar en het einde zal zijn dat alleen dit Koninkrijk is nog is. En al het oude opgehouden is te bestaan. Geen liefdeloosheid, geen tekort en gebrokenheid, geen wreedheid en haat, geen kilheid en onbetrokkenheid, geen partijvorming, conflict en oorlog. Maar de diepe vrede van Het Koninkrijk. Dit Koninkrijk gaat overal komen, dit Koninkrijk heeft de toekomst. Een iedereen die nu al zo gaat leven, is geen loser, maar een winner . Dat zijn de gelukkigen, de geestelijke bedelaars, zij die lijden om het lijden, de milde mensen, de wereldverbeteraars, de warmhartigen en de oprechten, al die mensen die het daarom op deze wereld nog zwaar te verduren hebben. Zij hebben het begrepen, zij hebben toekomst, zij zijn de gelukkigen! Zij hebben het goede rijk gekozen. Snappen jullie het: er is een nieuwe wereld aan het komen: de omgekeerde wereld.

Christelijk geluk
Christelijk geluk is dus iets anders dan wat men nu vaak als geluk ziet. Christelijke geluk is God met alle macht liefhebben, je naaste als jezelf, vol zijn van geestelijke gaven en vruchten en zo allemaal samen voorspoed kennen: Gods mensen, op Gods wereld levens in Gods vrede.

Op de oude wereld en in afwachting van de nieuwe valt dit geluk niet altijd samen met gezondheid. En Gods genade niet met gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven, zoals pastor Joseph Prince schrijft. Als Paulus God dringend om gezondheid bidt, zegt God hem: 'Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, (2Co 12:9 NBV). Genade is in Paulus’ geval dus iets anders dan gezondheid. Het nauw met God verbonden zijn is belangrijker: want (Christus’) kracht wordt zichtbaar in zwakheid. (2Co 12:9 NBV), zo gaat de tekst verder Paulus begreep dit. Voor een christen is vrede met God en mensen het grootste succes wat er te behalen is. Toch?       Amen

Liturgie

1. Zingen: Gez. 21, 1, 6 en 7 Alles wat adem heeft love de Here
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: Ps. 16, 1 en 3
4. Kinderdeel + zang: Albert en GertJan (met de kinderen: Halleluja)
Kinderen naar de bijbelklassen
4. Vermaning: Dubbelgebod + Mat 5,19-21; 25-34
5. Zingen: B 9 Abba Vader, U alleen
 7. Gebed
8. Lezen:  Mat. 5,1-12
9. Zingen Ps. 73, 1 en 10
10. Preek
11. Zingen: B 116 Dank U Heer, voor al wat leeft
12. Gebed
13. Collecte
Kinderen terug uit de Bijbelklassen
14. Zingen: Gez. 473, 1-5 Neem mijn leven, laat het Heer (Gebed van toewijding)
15. Zegen

zondag 23 januari 2011

Esther 4 - Wie spreekt er voor God?

De familie Gans Ik begin vandaag met de trieste verhaal van de familie Gans.
Zij waren de enige Joodse familie in mijn geboortedorp Niezijl (gemeente Grijpskerk). Maar in WOII waren ze zelfs in dat kleine vredige, dorpje niet veilig. Ze werden opgehaald en stierven in de kampen Auschwitz en Sobibor. Ik meen hun namen gevonden te hebben tussen de tienduizenden namen (57.000) op de namenwand in het Nederlandse Paviljoen in het kamp Auschwitz. Zo stierven in die oorlog 100% van de in Niezijl woonachtige Joden.
Namenwand 
Toen ik opgroeide in Niezijl, was er niets meer dat aan hen herinnerde. Ik kwam bijna iedere dag langs hun vroegere huis, zonder een flauw benul te hebben dat zij daar ooit gewoond hadden. Auschwitz en Sobibor hadden in mijn besef niets met Niezijl te maken. Mijn dorpsgenoten konden er in de oorlog niets aan doen en praatten er na de oorlog niet meer over.
Tot een paar jaar geleden, Hein Nauta, van het Blik, Trommel en Oudhedenmuseum in Niezijl me het ‘blikje’ (Gronings voor trommel) van de fam. Gans liet zien.
Het enige dat nog aan hen herinnert. Vader Gans bracht het voor iedere sabbat gevuld met kosher meel naar zijn buurman, de bakker Luchtenburg. Dan kon die er een Challe van bakken, een sabbatsbrood. Dat mochten ze zelf op Sabbat niet. Hij heeft het de laatste keer niet meer kunnen ophalen. En dus bleef het bij bakker Luchtenburg staan. Zo werd het ‘blikje van Gans’ het enige dat aan de Joodse fam. Gans in Niezijl herinnert.
Niezijl staat model voor Nederland: een ongekend hoog percentage (bijna 75%) van de Joodse Nederlanders (!) stierf in de concentratiekampen. Nadat onze medeburgers langzamerhand uit onze samenleving verdreven waren. Andere Nederlanders konden daar niets aan doen of deden daar niets aan . Een enorme ramp, één van de grootste in de geschiedenis van ons volk.
Je zou denken dat we daar wel van geleerd hebben! Nooit meer Auschwitz! Helaas! Rabbijn Evers kan niet rustig met de tram door Amsterdam. Hij loopt het risico uitgescholden te worden. Zijn zoon heeft besloten te emigreren naar Israël. Hij wil niet langer op straat nageroepen worden als hij met zijn keppel op door de stad loopt. Zoals dat nu al jaren het geval is. Bolkenstein heeft gelijk, zegt hij. En Bolkenstein zei dat Joden dát maar het beste kunnen doen: emigreren. Want de Nederlanders hebben een traditie dat ze de andere kant op kijken, zei hij.
En niet alleen in Nederland maar ook in de rest van de wereld loopt het Joodse volk opnieuw gevaar. Nog steeds grootheidswaanzinnige Hamans en niet geïnteresseerde Ahasverossen. De Iraanse president Ahmadinejad ontkent de Holocaust zelfs helemaal. Hoe durft hij! Komende donderdag is het Holocaust Memorial Day. Dat is helaas niet alleen een dag van terugdenken aan vroeger, maar ook een dag waarop we opnieuw moeten proberen van vroeger te leren. Stel je voor dat dit zich gaat herhalen. Wat kunnen wij doen, wat moeten wij doen, broers en zussen? Of laten we het weer gebeuren en staan we er opnieuw naar te kijken? Zoals maar al te veel Nederlanders in WO II deden. Wat deed Mordechai eigenlijk toen hij met de bedreiging van zijn volk geconfronteerd werd? 

De rouw van Mordechai
De rouw van Mordechai is heel opvallend. Hij staat in zak en as – en dat ziet werkelijk heel onfris uit (veel onfrisser dan hier op de foto)- in het centrum van de stad Susa. Zo hoort het eigenlijk niet. Want ben je in rouw dan, dan sluit je je met je gezin op in huis. Je zit in zak en as, slecht verzorgd op de vloer. En trekt je juist terug uit de wereld.
Mordechai niet, hij heeft met zijn openbaar rouwbeklag een bedoeling. Hij trekt de aandacht van koning Ahasveros. Zo dat het bijna een aanklacht is. Daarmee neemt hij best wel een risico. Want zo mocht je absoluut niet naar de koning. En hij trekt niet alleen de aandacht van de koning maar ook van zijn hele stad. En dat wil hij ook. Mordechai laat dit niet zomaar gebeuren.

De reactie van Esther (vs 4,5 en 11)
Esther leidt naast de koning een stralend leven. Ze is de ster (Esther) van haar eigen leven en dat van de koning en van zijn volk. Ze schrikt van de donkere wolk die nu opeens met Mordechai komt aandrijven. Ze wil haar leventje blijven leiden en ze reageert zoals wij dat ook kunnen doen. Ze probeert het eigenlijk weg te duwen (Ach het valt wel mee!). En dat kan maar op één manier en dat is door Mordechai gewone kleren te geven. Want op deze manier trekt hij veel te veel de aandacht. “Trek aan Mordechai, doe niet zo raar!” Iedereen kijkt naar je!
Ze wil het liefst verder met haar eigen leven! Zelfs als ze door Mordechai tot in detail van de vreselijke boodschap op de hoogte is gebracht, is haar eerste reactie. Ja maar, ik dan! Weet je niet hoe gevaarlijk het voor mij is om ongevraagd de aandacht van de koning te vragen. Dat kan mij m’n leven kosten.
Dan kunnen wij gemakkelijk zeggen, Oh die Esther hoe dúrft ze. Wij weten hoe het afloopt. Maar wat doen wij eigenlijk als we zo’n boodschap krijgen? Een boodschap die er erom vraagt dat wij iets gaan doen. Een boodschap die ons rustige leventje verstoord. Ze vallen Joden lastig in Amsterdam, er worden christenen bedreigd in Turkije (waar wij op vakantie zouden), ze dreigen christelijke asielzoekers uit te zetten naar Irak (waar ze gevaar lopen juist vanwege hun christen-zijn). In de trein wordt iemand lastig gevallen, op school wordt er een klasgenoot gepest. “Kan ik daar wat aan doen?” “Moet ik daar wat aan doen?” Straks krijg ik ook nog last? Reageren wij vaak niet precies zo!
En begrijpelijk, want je zou er best eens last mee kunnen krijgen.

Mordechai’s levensvisie
Mordechai was niet met andere ballingen mee terug naar Juda gegaan. Maar in Susa gebleven. Je zou de indruk kunnen krijgen dat hij uit eigenbelang gebleven is. Via zijn nichtje Esther investeert hij in zijn eigen welvaart, denk je dan.
Dat is niet waar! Mordechai heeft een andere kijk op de zin van zijn leven, dan alleen zijn eigen voordeel. Uit zijn antwoord aan Esther kun je die boodschap halen: je leeft maar niet voor jezelf alleen, de Heer heeft een bedoeling met je leven… met dat van mij, dat van Esther en dat van ons. Want wie we zijn, wat we kunnen en wat we hebben, is allemaal van God gekregen. En Hij wil dat we het goed gebruiken. En zo lééft Mordechai ook. Hij neemt ook zelf zijn verantwoordelijkheid door zijn risicovolle openbare optreden op het marktplein. Hij wil dat Esther ook haar verantwoordelijkheid neemt. Esther, Wie heeft jou eigenlijk koningin gemaakt en waarom?
Ze zeggen wel eens dat Gods naam niet voorkomt in het boek Esther. Nou ik denk dat hier naar God verwezen wordt, zonder zijn naam te noemen.
Misschien denken we wel eens: kan ik het leed van de hele wereld op mijn schouders nemen? Je wilt toch ook nog zelf leven? Inderdaad het is wel overweldigend als je alle nood in de wereld ziet. Het kan je verlammen. Waar moet je beginnen?
We kunnen niet alles, maar we hoeven ook niet alles. Hier in het boek Esther, staat hoe het werkt. De Here zorgt voor zijn volk en ook voor zijn wereld, dat hoeven wij niet van Hem over te nemen. Maar Hij doet daarbij óók een beroep op Esther (…op ons). En Hij vraagt ons niet iets onmogelijks te doen, maar juist om dát te doen wat wij wél kunnen doen met de mogelijkheden en de middelen die we wel van God ter beschikking gekregen hebben.
En - dat staat hier ook- Hij zal je ook verantwoordelijk houden als je dat niet hebt gedaan. Ooit vraagt Hij je: ‘wat heb je gedaan met wat Ik je te beschikking gaf: je gezondheid, je tijd, je kwaliteiten, je mogelijkheden. God vraagt niet naar wat je niet hebt, maar wel naar wat je wel hebt gekregen van Hem. (14) Wat heb je er mee gedaan.
Regel: De Heer leidt het leven en beschermt zijn volk, maar houdt ons ook persoonlijk verantwoordelijk. Hij verwacht dat wij voor Hem spreken en met Hem meewerken! Vraag: spreek je regelmatig voor Gods zaak in deze wereld, kom je voor zijn volk op? Kom je op voor de wereld zoals Hij die bedoelt?
Dat is óók onze verantwoordelijkheid

Esthers verantwoordelijkheid en de onze.
Esther begrijpt deze boodschap. En ze néémt haar verantwoordelijkheid. Daarbij neemt ze een groot, persoonlijk, risico. Ze wéét ook dat ze dit niet alleen kan. En ze doet daarom een beroep op God. Ze vast en ze bidt drie dagen en ze vraagt haar volk in Susa hetzelfde te doen. En zij ontdekte, en wij zullen ontdekken dat als je voor Gods zaak met zijn volk en de wereld wil spreken en handelen, je een beroep op Hem mag doen om ook voor jou te spreken en te handelen. Hij liet Esther niet alleen gaan, Hij laat ons niet alleen gaan. Al weet je niet hoe God het voor je wil laten verlopen, je weet wel dat Hij persoonlijk bij je is.
Door te bidden en te vasten vraag je God er zelf bij te zijn. Broers en zussen we mogen niet blijven zwijgen, maar hoeven ook niet alleen te spreken.

De grenzen van ons handelen
En dan? Wat mogen we dan doen? Een knokploeg vormen om de Joodse gemeenschap in Amsterdam te beschermen? Meewerken aan harde acties om Koptische christenen te beschermen? Deelnemen aan gewapende strijd? Soms kon dan niet anders, ik denk aan WO II. En toch denk dat we de grenzen van de wet van God niet over mogen gaan.
Leer van Mordechai en Esther: beiden reageren maar gehoorzaam aan de wet. Mordechai pleegt geen aanslag op Haman. Al was het een schurk, Hij doet wat hij wel mag en protesteert bij de Koning. Esther probeert Haman niet te vergiftigen tijdens de maaltijd of zoiets. Ze vraagt de aandacht van de koning.
En God zegent dat zo wonderlijk dat zij dat ook krijgt. De Here bereidt het zelf nauwkeurig mee voor. Dat is geen toevallige samenloop van omstandigheden.
En zelfs de enorme slachtpartij die er plaats heeft na de wetswijziging door Mordechai, is volgens het door de koning verleende recht.
Een recht dat wij nooit meer zullen krijgen. Want wij leven na Jezus’ komst in afwachting van de komst van het Koninkrijk. En Hij maakt ons duidelijk dat de burgers van dat Koninkrijk –en dat zijn wij- hun vijanden horen lief te hebben en voor hun vervolgers horen te bidden. Daarom schrijft Paulus ook:

Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: 'Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.'
20 Maar 'als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd'.
21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Rom 12:19-21 NBV)
.
-> Wij kunnen alleen hulp bieden in de sfeer van Gods Koninkrijk (NB vijanden liefhebben, bidden voor vervolgers, en de kwetsbaren beschermen(barm sam.). ->
Wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen en tegelijkertijd herkenbaar blijven als kinderen van God!

Mijn Joodse zwager
En dat is ingaan tegen je reflex: haat als antwoord op haat. Moeilijk te onderdrukken. Mijn Joodse zwager is woedend. Woedend om al het onrecht dat zijn volk is aangedaan. Ook in ons land. Hij heeft PVV gestemd.
Want Hij heeft geleerd zijn vijand te haten en Hij kent Jezus nog niet, die zegt dat je de vijand juist moet liefhebben en voor hem moet bidden.
Haat belet hem het licht voor de wereld te zijn, wat zijn opdracht is.
Broers en zussen wij erven de opdracht een licht voor de wereld te zijn
En zijn dus de aangewezen mensen die sommige van onze Joodse neven en nichten moeten herinneren aan hun opdracht en de wereld om ons heen aan Gods wil.
Heel bewust: blijven bidden voor vervolgers, aandacht blijven vragen voor onrecht en de bedreigden niet aan hun lot overlaten
Het christelijke volk van God van nu erft de vervolging van hun Joodse familie... Broers en zussen, komende donderdag is Holocaust Memorial Day. Die dag herinnert ons er aan dat wij op de schouders van Mordechai en Esther staan. Dat de fam Gans misschien niet had hoeven sterven. Omdat wij van God een verantwoordelijkheid hebben gekregen. Hoe gaan wij die nemen? 

Amen.