dinsdag 22 februari 2011

Genade (4) - Goeie Genade - Jeugddienst (Joh. 3,16)



‘Genade’ het is een woord dat je iedere kerkdienst tenminste twee keer hoort. Als je komt … genade en vrede… en als je gaat De genade van de Heer Jezus Christus.

En toch vond ik het vroeger in de kerk een onbegrijpelijk woord. Een soort kerkelijk dialect, waar je de betekenis niet van begrijpt. Vaak gebruikt, kennelijk heel mooi, maar waar je in feite niets van snapt.
“Genade, barmhartigheid en vrede zij u…” Zo begon de dominee, maar ik eerlijk gezegd begreep ik niet wat hij er mee bedoelde, zo op het hoekje van de bank waar ik zat. “Vrede’?, dat was het toch al. En barmhartigheid? Moeilijk woord! En genade… dan dacht ik aan heel iets anders.

Wat betekent genade eigenlijk, is het iets positiefs? Iets wat je typisch in de levens van christenen ziet? Maar wat is dat dan? Geluk of zo? Laten we eens gaan kijken naar een doorsnee christelijke familie Meursie, Grace, Kees, Trees, Frees en Mees.


Familie Meursie heeft Voorspoed from mark luigjes on Vimeo.

?
Genade? Wat nou genade?
Nou ja, als je het zo presenteert als in het filmpje kun je er nog wel om lachen.
Maar laat het nou eens op je inwerken…, de genade die gelovigen in hun leven meemaken is soms wel onbegrijpelijk, toch? Het kan niet simpel zoiets als voorspoed zijn. Kijk nou eens wat we allemaal meemaken met elkaar. Niet te zuinig. Wat nou genade?

In mijn beleving vroeger was genade niet zo positief Voor mij is het die keer dat ik als kleine jonge bijna geplet werd door een meisje uit de hoogste groep en om ‘meisjesgenade’ moest vragen. Niet leuk! Ik weet niet eens meer of ik het ook gedaan heb. Misschien wel gesist tussen mijn tanden door: ‘meisjesgenade’. Wat een vernedering. Nee, niet leuk, dat is het gevoel dat ik bij genade heb. En jullie? Goed gevoel? Geen gevoel?
Genade, genade, dat roep je toch als je geen kant meer op kunt. Als je helemaal overgeleverd bent aan een ander en alleen nog maar kunt smeken om je leven. Angstig, vernederend en niet leuk.

Waar denken jullie eigenlijk aan als je aan je ‘genade’ denkt?

En dan gaan we hier in de gemeente (volgende week begint het), het Feest van Genade gaan vieren. Veertig dagen lang, elke dag bezig met de genade van God! ‘Feest’ van Genade! Kan genade dan leuk, fijn, zijn? Iets om te vieren? Velen presenteren ons genade als iets zéér positiefs. Wat is het positieve van genade? Wat is goeie genade?

Mee op reis..?
Veel mensen hebben deze week vakantie. Goed idee om op reis te gaan. Vanavond wil ik je uit nodigen met me mee op ontdekkingsreis te gaan. Naar Israël zoals je ziet, het land van de Bijbel. Want de geschiedenis van Israël zit vol met genadeverhalen. Zullen we eens naar een stel van die verhalen luisteren en eens zien wat die goede genade nou eigenlijk is is?

Eerste etappe: genadige slang (Num 21,1-9)
We reizen 3500 jaar terug in de tijd. Het volk Israël reist dan al veertig jaar door de woestijn tussen Egypte en het huidige Israël. Waarom doen ze veertig jaar over een afstand van twee of drie dagreizen? Zo groot is de afstand tussen Egypte en Israël toch niet. ’t Is ook niet gewoon. Het is de prijs die ze moeten betalen voor hun onverwoestbare wantrouwen. Keer op keer vallen ze hun HEER, hun Redder, af. Nadat ze door Hem gered zijn, bekritiseren ze Hem over zo ongeveer alles. En niet zelden weigeren ze daarna nog een stap te zetten. Een paar voorbeelden God vernedert de machtige Farao van Egypte. voor hun ogen. Dat was wat in die tijd, Farao was de koning van de wereld, Mubarak is er niks bij. Ze kunnen vluchten. Ze zijn even blij. Maar daarna klagen ze Hem aan over hun veiligheid als Farao toch met zijn leger achter hen aankomt. ‘We komen allemaal om’ De HEER redt hen opnieuw, spectaculair door een pad door de zee droog te leggen. ’t Hele volk trekt er door naar de woestijn aan de andere kant. Ze zijn weer even blij, maar klagen Hem daarna opnieuw aan: ‘het is veel te heet voor onze kinderen, we hebben te weinig te eten te drinken.’ ‘We gaan hier allemaal kapot, waren we nog maar in Egypte’. God zorgt voor een oase. Ze zijn weer even blij, maar eenmaal weer onderweg klagen ze Hem opnieuw aan: ‘we gaan dood van de dorst, waren we maar weer in Egypte’. ‘Daar hadden we het nog eens goed. God zorgt voor water, voor manna (een soort hemels brood) en zelfs voor vlees (in de vorm van vogels). Ze zijn weer even blij maar daarna komen er weer klachten en dat blijft zo doorgaan, steeds maar weer. 
   Tot ze bij de berg Sinaï zijn. Daar krijgen ze de 10 geboden te horen. Indrukwekkend! Ze stemmen er van harte mee in. Zijn het er helemaal mee eens. Amen, dat geloven we! Geen andere goden, geen godenbeelden… Amen!. Als Mozes naar boven klimt om een persoonlijk door God geschreven afschrift van die wet te halen en het even duurt voordat hij weer terug is, verliezen ze weer hun geduld. Weer wantrouwen: die Mozes komt nooit meer terug en God is er ook niet. We maken wel een eigen beeld van Hem (Geen godenbeelden). Dan wil de Heer niet meer verder. Het is nu wel genoeg geweest… Zoveel wantrouwen kan Hij niet langer van hen verdragen. Gelukkig weet Mozes de HEER nog nèt over te halen om dit wantrouwende volk niet te verstoten. Zo reizen ze toch weer verder. Niet luxe in de woestijn, maar de HEER heeft de dagelijkse zorg voor hen op zich genomen: elke dag te eten (manna) en te drinken (water) Maar toch blijven er problemen: na een tijdje willen ze het manna niet weer en klagen ze. En zo gaat het maar door. Totdat ze bij hun reisdoel komen. Kijk daar ligt nou jullie beloofde land, zegt God. Een prachtland, vruchtbaar en van alle gemakken voorzien. Alles is al aangelegd: , de steden, de wegen, boomgaarden, akkers, wijngaarden, olijfgaarden… en het is allemaal voor jullie. En vruchtbaar! Onvoorstelbaar vruchtbaar Ze hadden nog nooit zoiets gezien.. En toch zeggen wantrouwend: U verwacht toch niet dat we daar naar binnen reizen, hebt u wel gezien hoe sterk die bevolking is. Geoefend en tot de tanden bewapend. Daar beginnen wij toch niks tegen, wat wilt U nou. Dan zegt de HEER. Nou is het echt genoeg geweest, jullie willen niet en nu wil Ik ook niet meer. Jullie kinderen die mogen naar binnen als jullie er niet meer zijn.

En zo reizen ze veertig jaar in de woestijn, totdat de hele eerste generatie gestorven is.
En toch hebben veel van die kinderen in die veertig jaar tijd maar weinig geleerd. Eenmaal volwassen beginnen ze God ook aan te klagen: waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald. Zeker om ons allemaal dood te laten gaan hier in de woestijn, net als onze ouders. We hebben niks, en we kunnen dat ellendige manna niet meer zien. Dan is de grens voor God bereikt. Hij straft hen met hun eigen wantrouwen. Ze worden door slangen gebeten, en ze gáán dood in de woestijn. Precies zoals ze toch al dachten. Velen van hun sterven er…

Maar als zij die gebeten zijn en nog net leven in paniek Mozes smeken om voor hen bidden. Laat God zich opnieuw overhalen. Mozes moet een koperen slang maken en God zegt: ze hoeven alleen maar naar de slang te kijken (eigenlijk, allen maar om hulp te zoeken) en je overleeft het. Sommigen sterven maar… Méér overleven het…
Deze slang wordt gek genoeg het symbool van Gods genade, een genadige slang. De HEER begint aldoor maar weer opnieuw met zijn volk Israël, en zij verdienen dat echt niet omdat ze God blijven wantrouwen. Da’s nou genade. Gered worden terwijl je dat helemaal niet verdiend
Zie je het da’s Genade: is altijd onverdiend. Je hebt het niet verdiend en toch redt God je. Zegt veel over Wie God is 

Tweede etappe: Ongenadige Jona
Kennen jullie het verhaal van Jona? Precies die profeet die er van door ging!
Waar moest hij heen? Naar Ninevé. Inderdaad. Ligt in het huidige Irak. Weet je waarom hij niet wilde? Hij durfde niet? Nee hoor! Hij wilde niet!
2 Hij bad tot de HEER: 'Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. 3 Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.' (Jon 4:2-3 NBV) 
Jona ging niet naar Ninevé, omdat niet hij wilde. Hij voelde het al aankomen. Ga ik helemaal naar Ninevé om ze te waarschuwen, zul je zien dat ze zich bekeren en dan vergeeft de HEER ze natuurlijk. Bah !Want Hij is genadig, liefdevol, geduldig en trouw… Zie je het staan! God is Jona veel te genadig.

Maar dat is toch fijn denk je misschien? Ja Weet je wat Ninevé was. De hoofdstad van een rijk waarvan het leger net zo wreed, genadeloos, onbarmhartig was, als de nazi’s op het hoogtepunt van WOII. Ze verminkten, martelden en vermoorden hun slachtoffers op een afschuwelijke manier. Israël had al heel veel van hen te lijden gehad. Zelfs Joodse babies hadden ze op een afschuwelijke manier vermoord. Verdienen zulke mensen genade? Nee, zei Jona, zij niet!
Hij was de profeet die zeg maar naar het Berlijn van Hitler moest en dat wilde hij niet.

Dat snappen wij toch wel.
Daarom vluchtte Jona weg…, maar God wil dat Jona ook hen waarschuwt zodat ze zich kunnen bekeren. Jona moet en als Jona hun waarschuwt bekeren ze zich ook nog! En Jona vind het vreselijk. Afschuwelijk! Want hoe kan de HEER hun nou zoveel onrecht vergeven. Als je weet wat ze gedaan hebben, is dat zo oneerlijk! Vreselijk, onverdragelijk gewoon!
Leer je weer wat over Gods genade. Het is ontzettend oneerlijk. God vergeeft mensen die het volgen ons echt niet verdienen. Echt niet!

3e Etappe: royale baas
We kunnen niet overal langsgaan onderweg, anders wordt de reis te lang voor vanavond. Maar uit de tijd van het Oude Verbond (OT) zou je nog heel wat andere genade- en ongenadeverhalen kunnen vertellen. Simson die zijn kracht aan het einde van zijn leven toch weer terugkrijgt (onverdiend) en Mefiboset de kreupele zoon van Jonatan die in konings Davids huis opgenomen wordt … Ook uit de tijd van het Nieuwe Verbond (NT) zijn er veel te vertellen. Maria die zich een begenadigde vrouw voelt, omdat ze zwanger is van de Redder van de wereld, De Heer Jezus die een vrouw die vreemd gaat niet veroordeeld (onverdiend). Ook gelijkenissen, verhalen waarin de Heer Jezus iets duidelijk wil maken ademen die vreemde genade: bijna oneerlijk is het dat de vader die jongste zoon feestelijk binnenhaalt in zijn huis. Logisch dat zijn oudste broer kwaad wordt.
Er is nog zo’n gelijkenis waarin genade aan de orde komt: ‘die van de arbeiders in wijngaard’. Ooit van gehoord? Een wijnboer huurt ’s morgens dagloners in. Ze spreken een loon van 1 denarie (een voor die tijd normaal dagloon) af. De wijnboer maakt zich nog al druk met het huren van werknemers. Hij gaat die dag wel vier keer naar de markt en steeds als hij daar nog werkkrachten ziet staan, huurt hij ze in. Zelfs nog –zeg maar- om vijf uur ’s middags. Wat zich dan aanbiedt is niet de beste kwaliteit. Die proberen nog snel een paar grijpsstuivers mee te pakken. Als ze nog maar een uur gewerkt hebben, begint het al donker te worden. De wijnboer laat zijn arbeiders uitbetalen, te beginnen bij degenen die het laatst gekomen zijn. Hij laat 1 denarie betalen. De werknemer die ’s morgens om zes uur begonnen zijn wrijven vergenoegd in de handen. De boer is een royale bui, benieuwd wat wij krijgen. Ook 1 denarie!. Nou zijn ze verontwaardigd: waarom krijgen wij niet meer, wij hebben de hele dag gewerkt. De boer zegt verbaasd:
"Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?" (Mat 20:13-15 NBV). Hij betaalt ze wat ze nog helemaal niet hadden kunnen verdienen! Dat is weer de genade God, want over Hem gaat het natuurlijk.
Goedheid die niet verdienen is! Je krijgt het zomaar, omdat God goed is.
Het maakt dus niet uit hoe lang je voor deze baas werkt. Hij geeft! Punt!

Hij lijkt een beetje op je oma of opa die een klusje voor je bedenken, alleen maar om je wat te kunnen geven. Genade is dus goedheid van God die je niet hebt verdiend, niet kunt verdienen, maar ook niet hoeft verdienen

4e Etappe: onbegrijpelijk vergevingsgezind
Nog één genadeverhaal dat de essentie van genade helemaal duidelijk maakt. Onze Heer Jezus hangt aan het kruis. Een martelwerktuig dat de Romeinen bedacht hebben om hun ergste tegenstanders een afgrijslijke, pijnlijke, langzame, dood te laten sterven. Hij is op de top van zijn lichamelijke lijden. Maar daar komt nog veel meer bovenop. Bij de voet van zijn kruis staan zijn bitterste tegenstanders zich te verkneukelen. Hé Messias komt van dat kruis als je kunt.

Nou Zoon van God, laat eens zien dat je henzelf kunt redden. De geestelijke pijn van de spot voor en tijdens de kruisiging is even verscheurend en vernederend als de lichamelijke. Je zou het begrijpen dat de Heer Jezus hun geen woord meer had waardig gekeurd. Maar van de enkele woorden die Hij nog kan zeggen gebruikt Hij de meeste voor een gebed: 'Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.' (Luk 23:34 NBV). Hij bid hier voor zijn bitterste vijanden om vergeving! Als je wil weten wat genade is, dan is dit het.



De Heer Jezus – God- gelooft in hen, zelfs in die mensen die Hem het liefst kapot willen maken. God blijft geloven in mensen die Hem blijven wantrouwen wat Hij ook doet, Hij gelooft in mensen die anderen – en dus ook Hem- de vreselijke dingen aandoen, Hij blijft geloven in mensen die het allemaal koud laat, Hij gelooft in spotters, Hij gelooft in egoÏsten, in Hitlers en terroristen. Hij gelooft, blijft geloven, in jou en mij. Hij gaat tot het alleruiterste om het goed, zelfs als jij en ik dat eigenlijk helemaal niet willen. Als wij allang afgehaakt zijn, blijft Hij in ons geloven door alles heen. Tegen elke prijs wil Hij ons redden. Hij zal alles voor ons doen wat nodig is. Hij wil één ding niet: ons het verplichten dat van Hem aan te nemen. Dat moet je zelf willen en ook zelf .
Maar wil je snappen wat Gods genade is? Denk dan aan Jezus aan het kruis. Stel je voor dat hij je aankijkt. Dwars door je heen kijkt. Precies weet wie je bent, wat je denkt, wat je voelt, wat je allemaal gedaan hebt. Ja ook die afschuwelijke dingen. En toch blijft Hij zeggen: “Vergeef het hem, want hij weet niet wat hij doet, vergeef het haar want zij weet niet wat ze doet. Vergeef het hun want zijn weten na 2000 jaar nog steeds niet wat ze doen.
God is zo genadig, dat Hij ons blijft geloven. Goeie genade, zeg! Ja Goeie Genade Wil jij ook in Hem gaan geloven?

Amen

vrijdag 11 februari 2011

Zondag 7/Heb 11 - Genade (3): geloven hulp of halter?



Komende zondagavond de derde preek in de serie over genade, als voorbereiding op ons Feest van Genade. Volgende week sluiten we die af met een Jeugddienst over: 'Goede genade"
Deze keer gaat het over geloven. Kun je zeggen dat geloven een middel is om Gods belofte te krijgen? Zodat je als je beter geloofd je méér krijgt?

‘Sportscholen zijn in onze tijd de plaatsen van verlossing’, las ik niet zo heel lang geleden. Veel mensen zitten op zondagmorgen niet langer in de kerk, maar je kunt ze wel vinden op de sportschool. Hier in de Gelderse Vallei misschien iets minder, maar ga eens 10 km naar het westen…
Want het evangelie is veranderd. Heel wat medemensen zoeken niet langer naar de verlossing van hun ziel, maar naar de verlossing van hun lichaam.
Of in iedere geval via de verlossing van hun lichaam naar die van hun ziel, in plaats van omgekeerd.
Het perfecte lichaam is norm, tegenwoordig. Dat zie je al jaren overal om je heen.
Alleen zo hoor je er echt bij, dat is de boodschap die verscholen zit in reclames, showprogramma en films: slank en sixpack. Als je er niet helemaal zo of helemaal niet zo uitziet heb je behoefte aan verlossing. En die vind je op de sportschool. Daar train je jezelf naar je eigen verlossing toe.
Een work-out als verlossing. Bij de juiste discipline, succes gegarandeerd.

Ik moet daaraan denken als ik hoor hoe er tegenwoordig om ons heen over geloven gepraat wordt..
Natuurlijk, het gaat bij gelovigen om heel iets anders dan in de sportschool: niet om het perfecte lichaam. Maar het idee om jezelf naar succes toe trainen hoor je wel. Sterker worden in je geloof zodat je méér van Gods beloften ontvangt. Want wat jij van God ontvangt hangt af van de kracht van jouw geloof. Zo las ik van iemand die de uiterste best wilde doen en met alle macht God wil zoeken en zo te groeien in geloof en kracht om uiteindelijk zoals Jezus te zijn: ‘iedere zieke waarvoor Hij bad genas.”
Gelovig zijn in de sfeer van de sportschool dus: jezelf naar het hoger niveau toe trainen. Kun je zeggen dat de kracht van je geloof, bepaalt hoeveel je ontvangt? Zodat je als je sterker wordt in je geloof en dus beter gelooft je méér ontvangt?
Méér geloof, méér van Gods belofte?

Zondag 7
In onze traditie, de protestantse of beter: de gereformeerde, is al eerder over geloven nagedacht. In de zestiende eeuw gebeurde dit tegen een heel andere achtergrond dan wij dit nu doen. Want men dacht toen dat wat je zoal deed, je daden, meewerkte aan je verlossing, je rechtvaardiging. Veel goede daden legden veel gewicht in de schaal bij God, dacht men toen. Kritische gelovigen van toen, ontdekten in de bijbel opnieuw: ‘alleen wie gelooft wordt als rechtvaardige aangenomen’. Alleen geloof doet er toe. Niet die daden. Dat waren de latere gereformeerden.
De volgende vraag is dan: wat is dan écht geloof? (waar geloof). 

Vraag 21:
Wat is waar geloof? Antwoord: Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus

Een aantal dingen op een rij. Echt geloven is:
  • · Kennis van de Bijbel hebben En dan gaat het er niet om de Bijbel uit je hoofd te leren om alles te weten. God geeft geen so’s en ook geen cijfers. Geloven is vast overtuigd raken van wat Gods bedoeling met ons is en die bedoeling met overtuiging volgen. Daarvoor moet je die ook kennen. En die vind je in de Bijbel. Het gaat er om dat je weet wat je moet weten over zonde, verlossing en eeuwig leven. Over de Vader, de Zoon en de Geest en de kinderen van God. Over het Koninkrijk.
       Natuurlijk weten gelovigen nog niet alles en toch zijn het geen aarzelende zoekers en twijfelaars, die eigenlijk niets zeker weten. Gelovigen zoeken naar het Koninkrijk, maar ze hebben de Heer gevonden. Wat dat betreft hebben ze een vaste overtuiging (Stellig weten).
  •  Een persoonlijke gift van de Heilige Geest… een door Hem aan jou geschonken vertrouwen (ander woord voor geloof). Een vertrouwen dat je zonden je echt vergeven zijn, dat het goed is tussen jou en God, dat je eeuwig met Hem zult leven. 
  • Aanleiding voor nederigheid die weinig ruimte laat voor trots, voldaanheid, arrogantie of gearriveerdheid want het werk van onze Heer Jezus Christus is de enige aanleiding voor al dit goeds. Daar draag je zelf niets aan bij (!). Het is pure genade. 
Als je deze schets van geloven die onze gereformeerde voorouders op basis van de Bijbel maakte, op je in laat werken, dan proef je al dat training van je geloof een vreemd woord is. Geloven wordt nooit onze prestatie. Een prestatie waardoor God zegt: ‘Ik geef jou meer van mijn beloften.’ Geloof is een gift van God dat kun je niet pakken. En daar kun je ook niet méér van pakken. Je kunt je alleen meer verdiepen in de Bijbel en meer ruimte voor de Geest maken en zo meer afhankelijk zijn en meer vertrouwen tonen.
En als geloven een gift van de Geest vanwege het werk van Jezus Christus is, kun je ook nooit gelijk worden aan Jezus Christus. En allen genezen zoals Hij. Want wat is er dan nog te ontvangen als je net zo bent als Hij? Hoogstens ga je meer op Hem lijken, maar dan niet vooral in wat je allemaal kunt, maar veel meer in hoe je bent.

Hebreeën 11
Die indruk wordt nog eens sterker tegen de achtergrond van hét hoofdstuk in het NT waar het over geloven gaat: Heb 11. Het voert te ver om het hele hoofdstuk uit te leggen, maar een aantal hoofdzaken vallen onmiddellijk op. Door de ogen van de schrijver kijken we terug in de tijd naar degene die ons vóór gingen naar het Koninkrijk. Terugkijken dus om vooruit te kunnen zien.
Zij hebben de reis al afgelegd en zijn voorlopig bij de Heer Jezus aangekomen. En wij – de gelovigen van het nieuwe verbond- worden aangespoord om zoals zij nu onze weg te gaan (H12). En dan valt op 
  1. dat de belofte nog vervuld moet worden. Dat het volmaakte leven- in het Koninkrijk, nog door niemand onderweg al ontvangen is. Integendeel de meeste gelovigen leefden en leven in heel moeilijke omstandigheden.
    De hele geschiedenis door zijn er gelovige mensen die de volledige belofte nog niet kunnen zien, niet meer dan glimpen. Toch blijven ze er wel overtuigd van. Hartelijk overtuigd zelfs. 
  2. Geloven houdt gelovigen in moeilijke omstandigheden juist staande. Geloof en hoop worden en blijven gekoppeld. Geloven is naar God kijken en in alles op Hem vertrouwen. Hopen is naar de toekomst kijken. Hier lees je over gelovigen die op God vertrouwen (geloven) als het om de toekomst gaat (hopen). En dat geloven vaste grond is onder de voeten van de mensen. Maar toch is het ook zo dat er is nog weinig triomfantelijks aan is. Rijen bekende gelovigen komen voorbij: Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes…, maar ze maken vrijwel allemaal moeilijke omstandigheden mee, zéér moeilijke zelfs 
  3. Gelovigen weigeren zich te settelen op de aarde zoals die nu is. Het blijven toeristen op onze wereld nu. Mensen die onderweg zijn naar de toekomst van het hemelse Jeruzalem (de stad met de fundamenten 13-16). Zelfs als ze kans hebben (Mozes, Abraham) weigeren ze toe te geven aan de luxe van een werelds leventje. Dat kan het gewoon nog niet zijn. 
  4. Geloven en beproeving horen bij elkaar. Het is de manier waarop God het geloof van zijn mensen sterker wil maken. We zien indrukwekkende voorbeelden van hoe groot het vertrouwen is dat mensen in God hebben (Abraham). Voor God geven ze alles op. En dat is soms heel veel. In de beproeving wordt zichtbaar hoe diep hun liefde voor God is.
       Maar ook brengt de verwachting van de toekomst in het Koninkrijk van God mensen in heel moeilijke omstandigheden. Nog steeds: tot het christelijk geloof bekeerde moslims zitten in Afghanistan in de gevangenis en Asia Bibi vreest in Pakistan nog steeds voor haar leven. Gelovigen maken onvoorstelbaar moeilijke omstandigheden mee (36v) Maar ze hebben het voor hun God over, voor hun Heer
  5. Geloven brengt de toekomst dichterbij. Regelmatig zie je hoe het Koninkrijk van God even opvlamt in wonderlijke gebeurtenissen, omdat gelovigen al leven alsof het er al is. Jakob en Jozef zien de toekomst al voor zich. Abraham en Sara krijgen als bejaarden nog een kind, Mozes en Israël trekken dwars door de zee, Jozua ziet de dikke muren van Jericho instorten. Sommigen hebben zelfs doden weer levend zien worden. En het bracht Henoch (5) zelfs direct bij God, aan het sterven voorbij.
    Maar dat soort wonderen, een weg door het water, instortende muren, de onvoorstelbare kracht van Simson, zieken die genezen en doden die opstaan, het blijven uitzonderingen onderweg. Zij allen stierven –ook die opgestane doden- zonder de belofte in vervulling te zien gaan.
    Daarom geloven we nog. We hopen op wat nog niet gezien kan worden! 
Geloven op de manier van het Tahrirplein
Kun je groeien in je geloof? Jazeker, God zal het regelmatig beproeven om het sterker te maken! Dat betekent dat groeien in geloof –in vertrouwen- niet zelden groeien door je ellende heen is. En nog niet zichtbaar wordt in succes.
Krijg je met een groter geloof méér van Gods belofte? Voorspoed, welvaart, promotie, gezondheid… vul maar in. Nee, dat vertelt de bijbel (de kenniskant van ons geloof ons niet). Integendeel. Lees Heb 11 en 12, Mat 5, Jak 1, en 2 Kor 12.
Inderdaad wie hoopt op God leeft dichter bij het Koninkrijk en loopt een grote kans betrokken te raken bij Gods wonderen. Misschien zelfs wel doden die opstaan! Maar zelfs de opgestane doden zullen eerst weer sterven als Christus niet eerder terugkomt. Je bent getuige van de tekenen van het Koninkrijk, niet van het voltooide Koninkrijk zelf. Geloven blijft hopen op wat nog niet gezien kan worden.

O ja we kunnen zo verlangen naar de toekomst van God dat we zouden willen dat die er al was. Begrijpelijk. Het geluk van het Koninkrijk: gezondheid, wel-zijn, succces. Niet langer je in het zweet werken zonder resultaat (de vloek van Genesis), niet langer de pijn van gebrokenheid, schuldgevoel van de zonde.
Natuurlijk verlangen we dat. Misschien verleidt dat sommige christenen er toe om te leven alsof het Koninkrijk al doorgebroken is. Maar uit de Bijbel – de voornaamste bron van onze geloofskennis!- begrijpen we dat we nog niet vooruit kunnen rennen naar het volmaakte Koninkrijk en vooruitgrijpen op de belofte. Die krijgen we pas op de tijd die bij God vast ligt. We zijn onderweg

Nee, geloven past niet in de sfeer van de sportschool. Van training, van halters en roeien, succes, en gezondheid. Van zelf grijpen naar het geluk. Geloven past meer in sfeer van die Egyptenaren op het Tahrirplein. Mensen die het onrecht moe waren en zo verlangen naar recht, redelijkheid en welzijn. Ze hebben zo’n behoefte aan een beter Egypte, dat ze er niet meer van af te brengen zijn. Ze slapen in rafelige tenten op het plein en strijden voor hun ideaal.
   Zie je het? Zo zijn wij ook. Vergelijk het maar eens met Heb. 11. We leven in onze tentjes op de pleinen van deze wereld. Omdat de wereld ons zo niet kan bekoren. Niet zonder God, niet zonder liefde. We willen ons er maar niet settelen. We verlangen naar de terugkomst van onze Heer en de definitieve komst van het Koninkrijk van God. En we willen daar nu al meer van gaan zien. We verzetten ons tegen ieder die dat van ons af wil pakken. Daarbij krijgen we soms enorm veel ellende te verduren. Het kost sommigen van ons het leven. Maar we geven niet op, we hebben een betere toekomst! We geloven en hopen op het Koninkrijk.
We slapen liever in onze tentjes op het plein, dan in een luxe hotel aan het plein. Want luxe brengt ons niet wat wij graag willen: de vrede van het Koninkrijk.
   En juist door dat te geloven weten we nu al, ervaren we nu al, glimpen van dit Koninkrijk. Glimpen, maar toch wonderlijk en bemoedigend alsof we al zien wat nog niet te zien is. En God stopt onze soms hulpeloze levens vol met gaven voor onderweg. Vult onze lege handen met wat we nodig hebben. Zo groeien we toch, groeien in verlangen, groeien in afhankelijkheid onderweg, groeien in onze rol tekenen van het komende Koninkrijk op te richten. De Heer overtuigt ons van wat we nog niet kunnen zien.

Geloof, hoop, heb lief en ontvang. Amen 


Liturgie avonddienst 13-2-2011
Zingen: B 47 (Daar juicht een toon, daar klinkt een stem)
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen: Ps. 91, 1 en 2 (Heil hem wien God een plaats bereid. Gij zijt mijn schild, mijn toevlucht en mijn veste)
Gebed
Lezen: Heb 11
Zingen: Ps. 115, 1.2 en 5 (Vertrouw op God, gij die de HERE vreest)
Tekst: HC Zondag 7: 'Wat is waar geloof?'
Preek 
Zingen: B 57 'k Heb geloofd en daarom zing ik
Voorbede 
Collecte 
Zingen (Geloofsbelijdenis): B 120 Ik geloof in God de Vader (in wisselzang)
Zegen 
Zingen Gez 456,3 Amen, Amen, Amen

maandag 7 februari 2011

2 Kor 12,1-10 - Genade (2) - Een zwaktebod


Uiterlijk 
Aandacht is intrigerend. Jaren geleden merkte ik dat ook zelf toen ik als rechercheur meedeed aan een vossenjacht. De vermomming was bepaald niet perfect, ik zag er toch duidelijk nep uit. Maar, merkte ik, dat ontgaat sommige mensen volledig. Gek genoeg wel!
Toen ik samen met de andere neprechercheur en al even neppe arrestant hardhandig inrekende, reageerden sommige omstanders bepaald agressief. En toen we even later– in regenjas- plechtig omhoogrezen op de roltrap van een groot warenhuis, zagen we tot ons genoegen hoe de afdelingschef beneden gespannen belde met die van de verdieping daarboven. Het was één en al commotie. Die hele middag veroorzaakte onze verschijning een flink stuk meer opschudding dan wij ooit hadden verwacht. Uiterlijk doet wat! Ook als het nep is!

Sofisten in Paulus tijd
Dat was in Paulus’ tijd niet anders dan tegenwoordig. Hoe het er uitzag was toen erg belangrijk. En vooral de sprekers van die tijd, zogenaamde Sofisten, profiteerden daar van. Want de mensen waren gek op deze sprekers (er was nog geen TV, Boer zoekt vrouw), op interessante verhalen en op bijzondere verschijningen. Wat je vertelde was nog niet eens zo belangrijk, maar hoe je het vertelde, als je het maar overtuigend en interessant deed. Met de goede argumenten en volgens de regels van de spraakkunst. Het ging er niet om of je gelijk had, maar dat je gelijk kreeg. Goede sprekers waren toen ongelooflijk populair. Ze kregen veel aandacht en konden goud verdienen. Dat was de mode van die tijd (en ook weer in onze tijd: hoe het er uit ziet is heel belangrijk).
Ook christenen waren gevoelig voor die mode en het duurde niet lang of je had een aantal uiterst moderne, christelijke sprekers. Ze waren heel populair.
Paulus kon in zijn optreden lang niet tegen hen op. Hij was zeker niet zo’n charismatische spreker in de oren van de mensen als zij dat waren. En daar werd hij op afgerekend. Wat hij zei leek veel minder waard, door de manier waarop hij het zei. Hij liet zich er ook nog eens niet voor betalen en zo leek het nog goedkoper. Zelfs al was hij de man geweest die het grote nieuws van het Koninkrijk van God in de stad Korinthe gebracht had. Hij werd steeds minder serieus genomen. In Korinthe wilden vele christenen eigenlijk niet meer naar hem luisteren. Paulus moet er wel wat over zeggen…

Andere boodschap
Je denkt dan, maar waarom dan? Goede sprekers zijn goed voor de boodschap. Hoe dan ook Christus wordt verkondigd! Ieder zijn gaven! Laat Paulus die sprekers maar weer toerusten.
En natuurlijk is dit op zich zo! Ieder zijn gaven. Maar deze sprekers waren waarschijnlijk niet van plan om naar Paulus te luisteren, want daar vonden ze hem niet charismatisch genoeg voor. Deze goede sprekers, want dat waren ze, lopen een enorm risico. Het risico nl. dat het steeds minder om de boodschap, om de inhoud, en steeds meer om het effect gaat. Hoe houd ik de aandacht vast… Aandacht is verslavend.
Hun boodschap pasten zij langzamerhand bij dit doel aan. En dat krijgt ook gevolgen: de aandacht verschuift stukje bij beetje van God naar henzelf, van redding naar prestatie, van gave naar kwaliteiten, van genade naar glitter. Heel subtiel hoor, maar duidelijk merkbaar. Hun boodschap veranderde geleidelijk in een andere. En een andere boodschap krijgt weer andere gevolgen: de gemeente dreigt uit elkaar te vallen omdat ze verdeeld raakt over die sprekers. Ik hoor bij die, ik hoor bij…En mensen beginnen elkaar de maat te nemen: ‘kun jij zeggen dat je echt gelooft?” ‘Heb jij de Geest wel”, Sommige willen niet meer met anderen omgaan omdat zij in hun ogen niet geestelijk genoeg zijn.
Paulus moet er wel iets over zeggen. Omwille van de boodschap, omwille de rest van de gemeente daar, omwille van de Heer.

Paulus’ boodschap
In de verhalen van de sprekers gaat het steeds vaker om henzelf. Om hun verschijning, om hun populariteit. En het gaat dus ook steeds vaker over hun eigen geestelijke ervaringen. En dus vertelt Paulus voor één keer ook een verhaal over zichzelf. Het moet! En Hij doet dit in hun stijl, maar…
Nou ja, luister maar
Ik moet wel over mijzelf vertellen, begint Paulus (zoals die anderen die ook verhalen over zichzelf vertelden: verhalen als ‘ik heb een engel gezien’, ‘ik heb een visioen gehad’, ‘luister eens naar wat ik ervaren heb’), maar ik kan er geen winst mee maken voor mezelf. Het gaat niet om mij –bedoeld Paulus- maar om de Heer: het zijn visioenen van Hem. Ik ken ze ook hoor, visioenen, maar het maakt mij geen beter mens, zegt Paulus. Die visioenen zijn de verdienste van de Heer. En weet ik wel zeker dat ik als ik over mijn visioenen en ogenbaringen vertel dat ik dat om de Heer doe (1) Of doe ik het toch vanwege mezelf? Het lijkt wel of hij de andere sprekers imiteert. Zij vragen vaak: ‘heb je een getuigenis?’ ‘Wat heb je deze week ervaren?’... Nou, zegt Paulus, veertien jaar geleden... ‘Veertien jaar?’ ‘Paulus kun je niet over iets recenters dan dat vertellen?’
De andere sprekers zouden dan in detail, in geuren en kleuren hebben verteld wat hen overkomen was. Paulus vertelt (2-3): ik weet het eigenlijk niet hoe het precies ging. Ik werd weggevoerd, dat wel, maar hoe? Ik weet het niet. Het kan alleen in mijn geest geweest zijn, maar… Andere sprekers zouden misschien verteld hebben over de geweldige boodschap die ze gekregen hadden bij hun bijzondere ervaring, welke wijsheid hun geopenbaard was…Paulus zegt heel afstandelijk over zichzelf (deze man (3)) alsof hij vooral niet de aandacht op zichzelf wil vestigen, dat hij wel woorden gehoord heeft maar ze niet mag doorgeven. Niemand mag ze nog uitspreken (4). Paulus is heel duidelijk, natuurlijk zijn er visioenen en openbaringen, wonderlijk, verheven… maar ze worden niet aan mensen gegeven om er zelf interessant mee te doen. Dat is het doel niet, vaak dient zo’n visioen alleen een persoonlijk doel. Als ik het over mezelf moet hebben, schrijft Paulus, laat ik het dan maar over mijn zwakte hebben (6). Dat is niet een soort bescheiden taalgebruik, een vrome vermomming. ’t Is echt zo. Paulus is zwak, hij wordt gekweld (7).
Door wat? Een doorn in zijn lichaam. Symbool voor wat? Geen idee! Maar het zit hem meer dan dwars. Persoonlijk en misschien ook wel in zijn werk, de verkondiging van het evangelie. Paulus ervaart het als een rechtstreekse aanval van de boze. Hij noemt die doorn een boodschapper van de satan!. Hij vertelt dat hij de Heer aanhoudend (3x) gebeden heeft om verlossing. Nou, zouden de sprekers zeggen: claim de overwinning van Jezus over de satan en je bent het kwijt. Na de derde keer nam de Heer de doorn zeker weg, toch, Paulus?
Maar de Heer zei: nee! || Nee? Nee! Ja maar? Nee!!

Paulus
De Heer, laat Paulus niet aan zijn lot over, maar hij verlost Hem niet van die ‘doorn in zijn lichaam’. De kwelling blijft, maar toch is Paulus begenadigd.
De Heer geeft hem wel antwoord op zijn gebed en wel een van de meest troostende , bemoedigende, helende en geruststellende antwoorden die we uit de Bijbel kennen. ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig’ Paulus mijn genade krijg je, kracht krijg je en toch blijf je zwak.
Broers en zussen, anders dan sommige christenen zeggen, hoeft Gods genade geen genezing en dus gezondheid te beteken, geen overwinning van de zwakheid. Paulus blijft zwak, hij blijft een gekweld mens, maar hij kan het aan dank zij Gods genade, de kracht van de Heer
Gods genade valt dus niet samen met onze welvaart, onze gezondheid, ons succes.
Op de weg naar de doorbraak van het Koninkrijk zal Paulus een zwakke kerel blijven, vaak beledigd, nog al eens in nood, dikwijls vervolgd en meer dan vertrouwd met diepe ellende. Dat is zijn hele leven zo gebleven. Het laatste dat we van Paulus weten is een doodsbedreiging, jarenlange gevangenschap, een schipbreuk onderweg naar Rome en uit de traditie horen we dat hij uiteindelijk in Rome onthoofd zou zijn.
Was Paulus’ geloof te klein? Is Paulus Gods genade onthouden?
Nee, hij was in al zijn zwakheid en ellende een begenadigd mens.
De geweldige kracht van de Heer hield hem in deze omstandigheden staande. De Heer was Hem in al zijn zwakheid nabij: dat was pure genade.

Broers en zussen, wat voor Paulus geldt, geldt voor ons. Lees Jakobus 1 er maar op na. Veel gelovigen blijven uiterst kwetsbare mensen, soms ziek, soms zelfs zwaar gehandicapt, meestal niet zo succesvol, niet zo populair, niet rijk, nogal eens beledigd om hun geloof, soms zwaar vervolgd. Het is doorgaans nog geen glorie in hun leven. Hebben ze te klein geloof? Nee! We leren over Gods genade een belangrijke les: Gods genade is niet los van Hem verkrijgbaar. M.a.w. Gods genade verandert niet in jouw succes, in jouw gezondheid of in jouw voorspoed. Het blijft van God en door die kracht is Hij je in je omstandigheden nabij.

Vreugde in het dal
Daarom is Paulus zo blij… wat hoe zwakker ik ben, hoe meer ik afhankelijk blijf van de kracht van de Heer, van zijn genade en zijn nabijheid! Ik blijf verlangen naar de kracht van de Heer. Zou Paulus daar ook zo naar verlangen, ook zo blij mee zijn, als hij succesvol, voorspoedig en gezond was geweest?
Of was hij misschien niet over Gods genade maar over zijn succes en voorspoed gaan getuigen?

Je kunt dit vergelijken met de bergen en de dalen. Veel gelovigen leven vaak in een diep dal. Dat is moeilijk, maar niet uitzichtloos. Die dalen kunnen nl gevuld raken met het water van Gods genade en zijn zo heel vruchtbaar: groene, liefelijke dalen gevuld met Gods levenskracht.
Terwijl het op de toppen van de bergen, hoe mooi ze er ook uit kunnen zien, vaak koud en kaal blijft. Er kan niets groeien, want het water van Gods genade bevriest er of loopt naar beneden voordat het in de grond heeft kunnen doordringen. Alleen in de dalen kan Gods genade ontvangen worden

Onze zwakte is vaak voorwaarde voor Gods genade! Hij biedt het aan voor hen die zwak zijn. Genade is een zwaktebod. Zo begreep Paulus het en zo schrijft zijn zeer geestelijke en succesvolle gemeenteleden. Een waarschuwing om je niet te zeer te verheffen met Gods ervaringen, een waarschuwing dat aandacht verslavend is

Het avondmaal is de blijvende herinnering aan onze zwakte... We blijven honger en dorst naar Gods genade houden. Want we blijven nog zwakke en kwetsbare mensen. Gelukkig, want dan kan de Heer ons steeds weer sterk maken. In onze zwakheid zijn we sterk.

Door Christus’ kracht, Amen.

zondag 30 januari 2011

Mat 5, 1-12 Genade (1) Geluk hebben



Geluk hebben
Soms zijn we het niet eens over wat geluk is
Maar meestal wel! Zet een stel van ons bij elkaar en je zult zien dat in ons top tienen van voorbeelden van geluk vaak dezelfde zaken voorkomen: een goede gezondheid, een goed inkomen, succes en goede relaties, leuke vooruitzichten om er maar een aantal te noemen.
Goed ieder heeft ook zo zijn eigen dingen die haar gelukkig maken, maar we delen er veel.
Zou geluk voor een christen nu iets anders zijn, dan voor de anderen?
Dat is een vraag die je kunt stellen: is er iets typisch christelijks aan geluk?
Niet als ik zo lees wat de Singaporese voorganger Joseph Prince daarover schrijft. Ik hoorde dat hij over genade geschreven heeft en toen ik iets van hem las, beschreef hij dat als ‘de goede dingen in het leven’: gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven. Hij noemt dat ‘genade’.
Hij is zelf ook wel een voorbeeld van een begenadigd en gelukkig mens: hij runt een succesvol TV programma, waarmee hij miljoenen mensen in de VS bereikt. Zijn boeken verkopen ook bijzonder goed. Bijzonder voor een niet Amerikaan. En zijn gemeente in Singapore groeide in 13 jaar van 200 naar 20.000 mensen. Hij is ervan overtuigd dat dit door ‘het evangelie van genade komt’. Via dat evangelie ontvangt hij geluk en kunnen wij het ook ontvangen.
Betekent dit dat geluk voor christenen precies hetzelfde is als voor alle andere mensen? Hoe is dit eigenlijk voor jezelf, wij zijn hier als christenen. Ga eens voor jezelf na, ‘wat is voor mij geluk!”! Neem even de tijd voor jezelf om na te gaan wat je het gelukkigst maakt… (hulpvraag: als je de Heer om zegen bidt, waar bidt je dan om?||

Geluk volgens de Bergrede
Wat is geluk volgens de Heer Jezus?
Geluk = een eigen plaats in het Koninkrijk van de hemel hebben (3,10 2x);
Geluk = getroost worden (4)
Geluk = de aarde erven (=het land bezitten) (5);
Geluk = verzadigd raken van recht (6);
Geluk = barmhartig behandeld worden (7);
Geluk = God zien (8);
Geluk = ‘kind van God’ genoemd worden (9);
Geluk = een rijke beloning in de hemel hebben (12)

Vraag: klopt dit nu met je eigen lijst, die je zonet gemaakt had? ||
Is er veel verschil? Past dit bij je eigen voorstelling van geluk? 
Of is het echt héél anders. Ik zou me kunnen voorstellen dat er wel wat verschillen zijn.

Wanneer gelukkig?
Vind je het gek, zal iemand misschien zeggen. Mijn voorstelling van geluk past bij wat er nu op aarde beschikbaar is. En de lijst die de Heer Jezus noemt, is iets wat we voor later mogen verwachten. Zeg maar ‘in de hemel. ’Met recht ‘hemels geluk’. Dat staat nu nog niet tot onze beschikking en komt daarom ook niet zo voor in onze lijstjes. Hoewel, het zit er wel in verpakt. Want je gaat er toch vanuit dat er in het Koninkrijk van de hemel toch echt welvaart zal zijn. Dat je het beter zult hebben dan hier. En dat denken wij toch ook van onze gestorven geliefden. ‘Ze hebben het nu beter’, zeggen we dan.

Broers en zussen, ik denk niet dat de Heer Jezus zijn luisteraars op de berg, probeerde te troosten met een hemels vooruitzicht. Dit is geen troost voor straks, maar een boodschap voor het publiek dat daar op de berg bij Hem is – Jezus’ leerlingen worden ze genoemd.
En dat is inmiddels een massa mensen. Ze komen overal vandaan: uit het hele land, ja zelfs van de overkant van de Jordaan. Heel wat van hen waren op zoek naar genezing gekomen, velen van hen zijn door Jezus genezen, en sommigen zullen dat nog steeds zoeken. Maar ook zij die genezen zijn blijven bij Jezus en volgen Hem, lezen we in hoofdstuk 4.

En Jezus heeft een geweldige boodschap voor ze. Want het gaat vooral om die boodschap, die is nog veel meer dan die genezing. Je bent gelukkig te prijzen, jullie zijn gelukkig te prijzen… Je bent gelukkig. Broers en zussen, dit gaat over nu!.

Wie spreekt de Heer Jezus hier dan aan? Al die mensen die hem gevolgd zijn. Nou Hij benoemt ze nog wel iets preciezer: er komt een hele lijst mensen met bepaalde eigenschappen voorbij. Wie zijn volgens de Heer de gelukkigen?
  • de nederigen van hart (3), armen van Geest, in de oude vertaling. (er  is nogal een discussie over wie hier mee bedoeld worden), ik ga er van uit dat dit de ‘geestelijke bedelaars’ zijn. Zij die bedelen om meer van Gods geest. Dat wordt dan zichtbaar in al de vruchten en gaven van de Geest.
  • de rouwenden (4). Niet alleen zij die een geliefde betreuren, maar denk ik breder zij die elk tekort en gebrokene hier betreuren en verlangen naar heelheid en eenheid. Zeg maar zij die verlangen naar een betere wereld en lijden onder deze.
  • de zachtmoedigen (5). Niet vooral zij die dit karakter hebben, maar zij die een bepaalde stijl van doen hebben omdat ze zo verkiezen te leven: mild en vriendelijk tegenover hun medemensen. 
  • de wereldverbeteraars (6). Onverzadigbaar hongerig en dorstig als het gaat om de liefde voor God en voor mensen, om rechtvaardigheid. Onrecht verteert hen 
  • de warmhartigen (7), laat ik zo die barmhartigen maar noemen. Zij die hun medemensen genade, medelijden en warmte tonen.
  • de oprechten (8), die zuivere bedoelingen hebben en niet huichelen 
  • de vredestichters (9), niet de professionele mediators of politici, maar zij die in hun persoonlijke contacten de vrede proberen te bewaren en als nodig te herstellen. 
  • de vervolgden (10). Uit het verband begrijpen we dat dit mensen zijn waarover onheus gesproken wordt en die zelfs zwart gemaakt worden bij hun medemensen. Waarom? Omdat zij zich op de Heer Jezus Christus en zijn Koninkrijk oriënteren! Volgens mij worden al die mensen hierboven er mee bedoeld. 
Wees blij en juich, jullie mogen een rijke beloning verwachten.
Volgens mij is dit niet zozeer bedoeld als straks een rijke beloning verwachten… ná de leven, maar nu al vanuit de hemel. Juich, jullie zijn gelukkig te prijzen, want juist jullie hebben het goede deel gekozen.

Verwarrende lijst
Wat een vreemde en verwarrende lijst! Ga ze nu eens weer bij langs!
Jullie mogen je gelukkig prijzen. Hij zegt het echt: jullie zijn de gelukkigen
Maar hoe kan dit ooit waar zijn? Als je deze lijst ziet en op je in laat werken, dan zie je eerder de losers van deze wereld voor je (zie de lijst).

De Godzoekers, de mensen die treuren om het lijden van de wereld en de zachtmoedigen, om er maar drie te noemen, zijn toch niet de gelukkigen in onze wereld. Ze worden gezien als de mensen die niet echt mee kunnen komen in het leven. Mensen die niet voor zichzelf op kunnen komen en dus vaak in de hoek zitten waar de klappen vallen. Zij worden daarom wat meewarig bekeken. En de wereldverbeteraars, de barmhartigen en de vredestichters al niet veel anders. Bijzondere figuren die eigenlijk ‘te goed zijn voor deze wereld’.
‘Goed dat ze ons er aan blijven herinneren hoe het zou moeten, maar zo werkt het niet’, hoor je velen bijna denken. Maar toch noemt Jezus hén
Het gekke is dat diegenen die wij als gelukkig zien helemaal niet voorkomen in het lijstje van de Heer Jezus. Geen succesvolle zakenmensen, bekende zanggroepen, goed verkopende auteurs, bekende TV persoonlijkheden, invloedrijke politici, of mensen uit de sjieke buurten. Of in de wereld van die tijd: er staan geen Farizeeën, schriftgeleerden, hogepriesters of mensen uit de koninklijke familie op, maar heel anderen.

Nee, de rijken, invloedrijken en landelijk bekenden, lijken door de Heer Jezus eerder gezien als behorend tot de risicogroepen. Om maar één voorbeeld te noemen, tegen een rijke jonge man zegt hij…het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.' (Mat 19:24 NBV).

M.a.w. wat wij als succes zien, is een risicofactor in het Koninkrijk van God.

Twee werelden
Hoe kan het dat gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven in dit lijstje niet voor komen? En wel je plaats in het Koninkrijk van God, een einde aan het lijden van de wereld, Gods recht op heel de wereld, barmhartigheid, schatten in de hemel hebben en het kinderen van God zijn?

Omdat in deze, laat ik maar zeggen, ‘oude’ wereld: succes, promotie, groei, een overvloedig leven en zelfs onze gezondheid ten koste gaan van anderen. Onze rijkdom betekent armoede voor anderen, promotie van de één degradatie van de ander… denk het maar een door ons: geluk gezien als rijkdom en succes gaat altijd ten koste van iets of iemand. Het is moeilijk succesvol te zijn en tegelijk God en de naaste zonder reserves lief te hebben.

Toen de Heer Jezus kwam, kwam Hij als de Messias, de Koning van de nieuwe wereld: het Koninkrijk. Dát is met Hem op deze wereld gekomen. Toen de Heer Jezus de Bergrede hield brak er een nieuw tijdperk aan. Het tijdperk van het Koninkrijk der hemelen. Waar aarde en hemel samen komen: inderdaad een betere wereld. In dat Koninkrijk staat de liefde voor God en voor de mensen voorop. Zonder dat kan er namelijk geen geluk zijn. Want dan komen én God en mensen tekort. En zo is deze wereld niet bedoeld. Het begin van dat nieuwe Koninkrijk is al zichtbaar en het einde zal zijn dat alleen dit Koninkrijk is nog is. En al het oude opgehouden is te bestaan. Geen liefdeloosheid, geen tekort en gebrokenheid, geen wreedheid en haat, geen kilheid en onbetrokkenheid, geen partijvorming, conflict en oorlog. Maar de diepe vrede van Het Koninkrijk. Dit Koninkrijk gaat overal komen, dit Koninkrijk heeft de toekomst. Een iedereen die nu al zo gaat leven, is geen loser, maar een winner . Dat zijn de gelukkigen, de geestelijke bedelaars, zij die lijden om het lijden, de milde mensen, de wereldverbeteraars, de warmhartigen en de oprechten, al die mensen die het daarom op deze wereld nog zwaar te verduren hebben. Zij hebben het begrepen, zij hebben toekomst, zij zijn de gelukkigen! Zij hebben het goede rijk gekozen. Snappen jullie het: er is een nieuwe wereld aan het komen: de omgekeerde wereld.

Christelijk geluk
Christelijk geluk is dus iets anders dan wat men nu vaak als geluk ziet. Christelijke geluk is God met alle macht liefhebben, je naaste als jezelf, vol zijn van geestelijke gaven en vruchten en zo allemaal samen voorspoed kennen: Gods mensen, op Gods wereld levens in Gods vrede.

Op de oude wereld en in afwachting van de nieuwe valt dit geluk niet altijd samen met gezondheid. En Gods genade niet met gezondheid, succes, promotie, groei en een overvloedig leven, zoals pastor Joseph Prince schrijft. Als Paulus God dringend om gezondheid bidt, zegt God hem: 'Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, (2Co 12:9 NBV). Genade is in Paulus’ geval dus iets anders dan gezondheid. Het nauw met God verbonden zijn is belangrijker: want (Christus’) kracht wordt zichtbaar in zwakheid. (2Co 12:9 NBV), zo gaat de tekst verder Paulus begreep dit. Voor een christen is vrede met God en mensen het grootste succes wat er te behalen is. Toch?       Amen

Liturgie

1. Zingen: Gez. 21, 1, 6 en 7 Alles wat adem heeft love de Here
2. Stil gebed, Votum, Zegengroet
3. Zingen: Ps. 16, 1 en 3
4. Kinderdeel + zang: Albert en GertJan (met de kinderen: Halleluja)
Kinderen naar de bijbelklassen
4. Vermaning: Dubbelgebod + Mat 5,19-21; 25-34
5. Zingen: B 9 Abba Vader, U alleen
 7. Gebed
8. Lezen:  Mat. 5,1-12
9. Zingen Ps. 73, 1 en 10
10. Preek
11. Zingen: B 116 Dank U Heer, voor al wat leeft
12. Gebed
13. Collecte
Kinderen terug uit de Bijbelklassen
14. Zingen: Gez. 473, 1-5 Neem mijn leven, laat het Heer (Gebed van toewijding)
15. Zegen

zondag 23 januari 2011

Esther 4 - Wie spreekt er voor God?

De familie Gans Ik begin vandaag met de trieste verhaal van de familie Gans.
Zij waren de enige Joodse familie in mijn geboortedorp Niezijl (gemeente Grijpskerk). Maar in WOII waren ze zelfs in dat kleine vredige, dorpje niet veilig. Ze werden opgehaald en stierven in de kampen Auschwitz en Sobibor. Ik meen hun namen gevonden te hebben tussen de tienduizenden namen (57.000) op de namenwand in het Nederlandse Paviljoen in het kamp Auschwitz. Zo stierven in die oorlog 100% van de in Niezijl woonachtige Joden.
Namenwand 
Toen ik opgroeide in Niezijl, was er niets meer dat aan hen herinnerde. Ik kwam bijna iedere dag langs hun vroegere huis, zonder een flauw benul te hebben dat zij daar ooit gewoond hadden. Auschwitz en Sobibor hadden in mijn besef niets met Niezijl te maken. Mijn dorpsgenoten konden er in de oorlog niets aan doen en praatten er na de oorlog niet meer over.
Tot een paar jaar geleden, Hein Nauta, van het Blik, Trommel en Oudhedenmuseum in Niezijl me het ‘blikje’ (Gronings voor trommel) van de fam. Gans liet zien.
Het enige dat nog aan hen herinnert. Vader Gans bracht het voor iedere sabbat gevuld met kosher meel naar zijn buurman, de bakker Luchtenburg. Dan kon die er een Challe van bakken, een sabbatsbrood. Dat mochten ze zelf op Sabbat niet. Hij heeft het de laatste keer niet meer kunnen ophalen. En dus bleef het bij bakker Luchtenburg staan. Zo werd het ‘blikje van Gans’ het enige dat aan de Joodse fam. Gans in Niezijl herinnert.
Niezijl staat model voor Nederland: een ongekend hoog percentage (bijna 75%) van de Joodse Nederlanders (!) stierf in de concentratiekampen. Nadat onze medeburgers langzamerhand uit onze samenleving verdreven waren. Andere Nederlanders konden daar niets aan doen of deden daar niets aan . Een enorme ramp, één van de grootste in de geschiedenis van ons volk.
Je zou denken dat we daar wel van geleerd hebben! Nooit meer Auschwitz! Helaas! Rabbijn Evers kan niet rustig met de tram door Amsterdam. Hij loopt het risico uitgescholden te worden. Zijn zoon heeft besloten te emigreren naar Israël. Hij wil niet langer op straat nageroepen worden als hij met zijn keppel op door de stad loopt. Zoals dat nu al jaren het geval is. Bolkenstein heeft gelijk, zegt hij. En Bolkenstein zei dat Joden dát maar het beste kunnen doen: emigreren. Want de Nederlanders hebben een traditie dat ze de andere kant op kijken, zei hij.
En niet alleen in Nederland maar ook in de rest van de wereld loopt het Joodse volk opnieuw gevaar. Nog steeds grootheidswaanzinnige Hamans en niet geïnteresseerde Ahasverossen. De Iraanse president Ahmadinejad ontkent de Holocaust zelfs helemaal. Hoe durft hij! Komende donderdag is het Holocaust Memorial Day. Dat is helaas niet alleen een dag van terugdenken aan vroeger, maar ook een dag waarop we opnieuw moeten proberen van vroeger te leren. Stel je voor dat dit zich gaat herhalen. Wat kunnen wij doen, wat moeten wij doen, broers en zussen? Of laten we het weer gebeuren en staan we er opnieuw naar te kijken? Zoals maar al te veel Nederlanders in WO II deden. Wat deed Mordechai eigenlijk toen hij met de bedreiging van zijn volk geconfronteerd werd? 

De rouw van Mordechai
De rouw van Mordechai is heel opvallend. Hij staat in zak en as – en dat ziet werkelijk heel onfris uit (veel onfrisser dan hier op de foto)- in het centrum van de stad Susa. Zo hoort het eigenlijk niet. Want ben je in rouw dan, dan sluit je je met je gezin op in huis. Je zit in zak en as, slecht verzorgd op de vloer. En trekt je juist terug uit de wereld.
Mordechai niet, hij heeft met zijn openbaar rouwbeklag een bedoeling. Hij trekt de aandacht van koning Ahasveros. Zo dat het bijna een aanklacht is. Daarmee neemt hij best wel een risico. Want zo mocht je absoluut niet naar de koning. En hij trekt niet alleen de aandacht van de koning maar ook van zijn hele stad. En dat wil hij ook. Mordechai laat dit niet zomaar gebeuren.

De reactie van Esther (vs 4,5 en 11)
Esther leidt naast de koning een stralend leven. Ze is de ster (Esther) van haar eigen leven en dat van de koning en van zijn volk. Ze schrikt van de donkere wolk die nu opeens met Mordechai komt aandrijven. Ze wil haar leventje blijven leiden en ze reageert zoals wij dat ook kunnen doen. Ze probeert het eigenlijk weg te duwen (Ach het valt wel mee!). En dat kan maar op één manier en dat is door Mordechai gewone kleren te geven. Want op deze manier trekt hij veel te veel de aandacht. “Trek aan Mordechai, doe niet zo raar!” Iedereen kijkt naar je!
Ze wil het liefst verder met haar eigen leven! Zelfs als ze door Mordechai tot in detail van de vreselijke boodschap op de hoogte is gebracht, is haar eerste reactie. Ja maar, ik dan! Weet je niet hoe gevaarlijk het voor mij is om ongevraagd de aandacht van de koning te vragen. Dat kan mij m’n leven kosten.
Dan kunnen wij gemakkelijk zeggen, Oh die Esther hoe dúrft ze. Wij weten hoe het afloopt. Maar wat doen wij eigenlijk als we zo’n boodschap krijgen? Een boodschap die er erom vraagt dat wij iets gaan doen. Een boodschap die ons rustige leventje verstoord. Ze vallen Joden lastig in Amsterdam, er worden christenen bedreigd in Turkije (waar wij op vakantie zouden), ze dreigen christelijke asielzoekers uit te zetten naar Irak (waar ze gevaar lopen juist vanwege hun christen-zijn). In de trein wordt iemand lastig gevallen, op school wordt er een klasgenoot gepest. “Kan ik daar wat aan doen?” “Moet ik daar wat aan doen?” Straks krijg ik ook nog last? Reageren wij vaak niet precies zo!
En begrijpelijk, want je zou er best eens last mee kunnen krijgen.

Mordechai’s levensvisie
Mordechai was niet met andere ballingen mee terug naar Juda gegaan. Maar in Susa gebleven. Je zou de indruk kunnen krijgen dat hij uit eigenbelang gebleven is. Via zijn nichtje Esther investeert hij in zijn eigen welvaart, denk je dan.
Dat is niet waar! Mordechai heeft een andere kijk op de zin van zijn leven, dan alleen zijn eigen voordeel. Uit zijn antwoord aan Esther kun je die boodschap halen: je leeft maar niet voor jezelf alleen, de Heer heeft een bedoeling met je leven… met dat van mij, dat van Esther en dat van ons. Want wie we zijn, wat we kunnen en wat we hebben, is allemaal van God gekregen. En Hij wil dat we het goed gebruiken. En zo lééft Mordechai ook. Hij neemt ook zelf zijn verantwoordelijkheid door zijn risicovolle openbare optreden op het marktplein. Hij wil dat Esther ook haar verantwoordelijkheid neemt. Esther, Wie heeft jou eigenlijk koningin gemaakt en waarom?
Ze zeggen wel eens dat Gods naam niet voorkomt in het boek Esther. Nou ik denk dat hier naar God verwezen wordt, zonder zijn naam te noemen.
Misschien denken we wel eens: kan ik het leed van de hele wereld op mijn schouders nemen? Je wilt toch ook nog zelf leven? Inderdaad het is wel overweldigend als je alle nood in de wereld ziet. Het kan je verlammen. Waar moet je beginnen?
We kunnen niet alles, maar we hoeven ook niet alles. Hier in het boek Esther, staat hoe het werkt. De Here zorgt voor zijn volk en ook voor zijn wereld, dat hoeven wij niet van Hem over te nemen. Maar Hij doet daarbij óók een beroep op Esther (…op ons). En Hij vraagt ons niet iets onmogelijks te doen, maar juist om dát te doen wat wij wél kunnen doen met de mogelijkheden en de middelen die we wel van God ter beschikking gekregen hebben.
En - dat staat hier ook- Hij zal je ook verantwoordelijk houden als je dat niet hebt gedaan. Ooit vraagt Hij je: ‘wat heb je gedaan met wat Ik je te beschikking gaf: je gezondheid, je tijd, je kwaliteiten, je mogelijkheden. God vraagt niet naar wat je niet hebt, maar wel naar wat je wel hebt gekregen van Hem. (14) Wat heb je er mee gedaan.
Regel: De Heer leidt het leven en beschermt zijn volk, maar houdt ons ook persoonlijk verantwoordelijk. Hij verwacht dat wij voor Hem spreken en met Hem meewerken! Vraag: spreek je regelmatig voor Gods zaak in deze wereld, kom je voor zijn volk op? Kom je op voor de wereld zoals Hij die bedoelt?
Dat is óók onze verantwoordelijkheid

Esthers verantwoordelijkheid en de onze.
Esther begrijpt deze boodschap. En ze néémt haar verantwoordelijkheid. Daarbij neemt ze een groot, persoonlijk, risico. Ze wéét ook dat ze dit niet alleen kan. En ze doet daarom een beroep op God. Ze vast en ze bidt drie dagen en ze vraagt haar volk in Susa hetzelfde te doen. En zij ontdekte, en wij zullen ontdekken dat als je voor Gods zaak met zijn volk en de wereld wil spreken en handelen, je een beroep op Hem mag doen om ook voor jou te spreken en te handelen. Hij liet Esther niet alleen gaan, Hij laat ons niet alleen gaan. Al weet je niet hoe God het voor je wil laten verlopen, je weet wel dat Hij persoonlijk bij je is.
Door te bidden en te vasten vraag je God er zelf bij te zijn. Broers en zussen we mogen niet blijven zwijgen, maar hoeven ook niet alleen te spreken.

De grenzen van ons handelen
En dan? Wat mogen we dan doen? Een knokploeg vormen om de Joodse gemeenschap in Amsterdam te beschermen? Meewerken aan harde acties om Koptische christenen te beschermen? Deelnemen aan gewapende strijd? Soms kon dan niet anders, ik denk aan WO II. En toch denk dat we de grenzen van de wet van God niet over mogen gaan.
Leer van Mordechai en Esther: beiden reageren maar gehoorzaam aan de wet. Mordechai pleegt geen aanslag op Haman. Al was het een schurk, Hij doet wat hij wel mag en protesteert bij de Koning. Esther probeert Haman niet te vergiftigen tijdens de maaltijd of zoiets. Ze vraagt de aandacht van de koning.
En God zegent dat zo wonderlijk dat zij dat ook krijgt. De Here bereidt het zelf nauwkeurig mee voor. Dat is geen toevallige samenloop van omstandigheden.
En zelfs de enorme slachtpartij die er plaats heeft na de wetswijziging door Mordechai, is volgens het door de koning verleende recht.
Een recht dat wij nooit meer zullen krijgen. Want wij leven na Jezus’ komst in afwachting van de komst van het Koninkrijk. En Hij maakt ons duidelijk dat de burgers van dat Koninkrijk –en dat zijn wij- hun vijanden horen lief te hebben en voor hun vervolgers horen te bidden. Daarom schrijft Paulus ook:

Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: 'Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.'
20 Maar 'als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd'.
21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Rom 12:19-21 NBV)
.
-> Wij kunnen alleen hulp bieden in de sfeer van Gods Koninkrijk (NB vijanden liefhebben, bidden voor vervolgers, en de kwetsbaren beschermen(barm sam.). ->
Wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen en tegelijkertijd herkenbaar blijven als kinderen van God!

Mijn Joodse zwager
En dat is ingaan tegen je reflex: haat als antwoord op haat. Moeilijk te onderdrukken. Mijn Joodse zwager is woedend. Woedend om al het onrecht dat zijn volk is aangedaan. Ook in ons land. Hij heeft PVV gestemd.
Want Hij heeft geleerd zijn vijand te haten en Hij kent Jezus nog niet, die zegt dat je de vijand juist moet liefhebben en voor hem moet bidden.
Haat belet hem het licht voor de wereld te zijn, wat zijn opdracht is.
Broers en zussen wij erven de opdracht een licht voor de wereld te zijn
En zijn dus de aangewezen mensen die sommige van onze Joodse neven en nichten moeten herinneren aan hun opdracht en de wereld om ons heen aan Gods wil.
Heel bewust: blijven bidden voor vervolgers, aandacht blijven vragen voor onrecht en de bedreigden niet aan hun lot overlaten
Het christelijke volk van God van nu erft de vervolging van hun Joodse familie... Broers en zussen, komende donderdag is Holocaust Memorial Day. Die dag herinnert ons er aan dat wij op de schouders van Mordechai en Esther staan. Dat de fam Gans misschien niet had hoeven sterven. Omdat wij van God een verantwoordelijkheid hebben gekregen. Hoe gaan wij die nemen? 

Amen.

donderdag 23 december 2010

Kraamtijd


Zijn het niet heel wonderlijke verhalen die er rondom de geboorte van onze Heer Jezus verteld zijn?
Heb je niet veel uit te leggen als je daar nog in gelooft? Wat zegt het eigenlijk over onze Heer en wat betekent het voor ons? Nou, het is 'kraamtijd' zowel van onze Verlosser, als van ons geloof. Wat dit inhoud, kun je op 1e en 2e Kerstdag horen.

Luk 2, 8-14 – preek – 25-12-2010 
Kraamtijd (1) – de geboorte van een Redder
Legende?
In de nacht dat hij wordt geboren verschijnt er een nieuwe ster aan de hemel.
Hoewel hij ver van de hoofdstad van het rijk is geboren, merken de inwoners van de hoofdstad er juist alles van. Op de morgen na zijn geboorte verschijnt er een dubbele regenboog boven de stad. En voor de kust duikt een zeemonster op dat begint te zingen. Uit het hele land komen berichten dat midden in deze strenge winter overal bloemen beginnen te bloeien. ||

Nee, dit is niet het geboorteverhaal van de Heer Jezus, maar dat van de grote leider van Noord-Korea: Kim-Jong-il. Zijn geboorte is daar een legendarisch verhaal, zoals er over zijn verdere hele leven legendes vertelt worden.
Op zijn verjaardag –zegt men- verscheen er ooit een zevenkleurige ring rond de zon, precies boven de berg waar hij geboren werd. Hoe sterker het verhaal, hoe ongeloofwaardiger het in onze oren wordt: tijdens zijn studie schreef hij 1500 boeken (dat is één boek per dag). Hij is een briljant ruiter, piloot en scherpschutter. Uiterst getalenteerd in alle takken van sport: tijdens zijn eerste rondje golf sloeg hij ooit 11 hole in ones (normaal gesproken is onder topgolfers zelfs één al uiterst zeldzaam). Hij heeft in een periode van twee jaar zes opera’s geschreven die beter zijn dat alles wat de mensheid ooit gecreëerd heeft. Nou dan haak je helemaal af!
Geloven ze dat dan in Noord Korea dan wèl? Dat weten we niet echt. Niemand durft hardop te zeggen dat hij het niet gelooft. Dat zou je zeker jaren gevangenkamp, ja misschien zelfs je leven kunnen kosten.
Duidelijk is dat deze verhalen verteld worden om de positie van de grote leider onaantastbaar te maken bij zijn onderdanen.

Geboortelegende?
Is dat nou ook zo bij onze Heer Jezus? De ster, de engelen, de magiërs en de herders? Moet dit bijzondere geboorteverhaal de claim onderstrepen: ‘Jezus is ‘Redder en Heer’? Maar maakt dit het op deze manier nou juist niet net ongeloofwaardig? Net zoals al de legende rondom Kim-Jong Il ongeloofwaardig klinken.
Ik ben bang dat veel van onze landgenoten het wel zo zien.” ’t Is een mythe”kon je de schrijfster Franca Treur horen zeggen. Bijzondere verhaal, zoals sprookjes, leuk voor bij de kerstboom, maar natuurlijk niet echt gebeurd.
Want zulke dingen gebeuren niet. Een maagd die zwanger wordt?! 't Zou wat...
Durf je het Kerstverhaal voor waar te houden voor je collega’s? Tussen je niet gelovige vrienden? In een wereld zoals die van ons wordt het al snel vergeleken met de legende’s over Kim-Jong-il. Cabaretiers kunnen het niet laten om er zo nu en dan zwaar ironische grappen over te maken. Loop jij er uit als ze dat doen? Of zet je de TV uit?

Toch zijn er tussen de geboortelegende van Kim-Jong- il en de geboortegeschiedenis van de Heer Jezus een aantal opmerkelijke verschillen.
Je kunt ze niet zomaar op één hoop vegen al lijken ze op het eerste gezicht op elkaar.

Verschillen (1) De Heer Jezus wil de macht niet houden
De legende’s rondom de geboorte van Kim-Jong-il werden verteld op een moment dat zijn vader, Kim Il Sung, de absolute macht had. Ze moesten er aan meewerken dat zijn opvolger Kim-Jong Il ook stevig in het zadel kwam te zitten. Ze moesten helpen om de macht in de familie te houden. En dat lijkt gelukt te zijn.

De geboortegeschiedenis van de Heer Jezus wordt verteld op een moment dat niemand Hem kent als Redder van de wereld. En ook zijn ouders hebben geen enkele macht, integendeel. En de Heer Jezus zou door deze geschiedenis de macht ook niet krijgen.
De engelen verschijnen namelijk niet in de hoofdstad, Jeruzalem, maar ergens in het verlaten gebied rondom Bethlehem. De engelen tonen zich ook niet aan de machthebbers van die tijd, maar aan herders. Nou wie gelooft nou herders. Die staan niet in hoog aanzien, ’t zijn simpele mensen. Zijn misschien wel een beetje bijgelovig. En als je dan ’s nachts in het donker buiten bij de kudde bent? Logisch dat ze zulke vreemde verhalen vertellen.

Dat kind, Redder van zijn volk, Koning? Hahahaha… Herodus is koning! Nou ja, tenminste een soort koning. De echte koning woonde natuurlijk in Rome: Keizer Augustus. Maar Herodus had al genoeg macht om alles jongetjes in Bethlehem te laten vermoorden.
Maar de echte machthebber is natuurlijk die keizer. En wat voor een keizer. Héél populair bij zijn eigen volk. Hij had van hen de bijnaam Augustus: de verhevene, gekregen. En ze hadden zijn geboortemaand naar hem genoemd. En die heet zo tot op de dag van vandaag. Dat was ook omdat hij zo geliefd was. Want onder zijn regering, had het grote Romeinse Rijk tientallen jaren lang vrede. En dat was weer goed voor de welvaart. Ja zijn tijdgenoten noemden hem wel liefkozend: de Redder van de wereld. Wat dat was hij ook. ’t Ging goed met de economie. Zo dacht men in de tijd dat de Heer Jezus geboren werd over Augustus. Baby Jezus Redder van de wereld, is een uiterst ongeloofwaardige boodschap in die tijd. Ze hadden geen redder nodig.

Verschillen (2) Eerst niet bestemd voor het grote publiek
En stel je dan voor dat er een stel herders in Bethlehem aankomen met het bericht dat boodschappers van God (engelen) hun hebben verteld dat de Redder van de wereld, ‘hier in Bethlehem’ geboren is. Nou, als geboortelegende is zo’n verhaal niet veel waard. De mensen zijn verwondert maar geloven het niet, alleen Maria. De Romeinen, die er van hoorden, zullen er om gegrinnikt hebben: ‘redder van de wereld, zo’n kind. ’t Zou wat. ‘We hébben al een redder!

Keizer Augustus heeft tijdens zijn leven nooit ook iets gehoord van die andere Redder die ergens aan de oostgrens van zijn grote rijk geboren is. Nee. Zo’n geboorteverhaal maakte geen enkele indruk in de wereld van toen. Als propagandastunt zou het helemaal mislukt zijn.

Deze boodschap komt eerst helemaal niet over bij het grote publiek. Hij is eigenlijk in code. Die code wordt eerst alleen door ingewijden begrepen. Zo was dat ook in de WOII. Een Radiozender in Engeland, radio Oranje, zond toen berichten uit naar het bezette Nederland. Goed geïnformeerde verzetsmensen konden daaruit opmaken dat de invasie a.s. was.
Dit is net zo’n boodschap in code, ze maar de Messiascode

Vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. (Luk 2:11 NBV). Dit is geen boodschap voor mensen die alleen geloven wat ze zien. Want ‘de stad van David’, dat was toch ooit Jeruzalem? Maar dát was lang geleden! David had al jaren de macht niet meer.
De stad van David is vergane glorie. Neuh, ’t was nu de stad van Herodes (tempel). Nee, deze boodschap komt alleen aan bij mensen die de belofte van de oude profetieën kénnen en daarin geloven. Bijv. de belofte dat er altijd een koning uit het huis van David zou zijn. Niet een gewone gezalfde zoals David en Salomo (j&m koningen werden toen gezalfd) maar ‘dé Gezalfde, (in het Hebreeuws) dé Messias, in het Grieks (dé Christus).
En die trouwe gelovigen in het land Israël wisten dat die Messias in Bethlehem geboren zou worden. Dat had de profeet Micha gezegd (5,1). En Bethlehem was ook de stad van David. Geen machtige stad, maar wel de stad waar de familie van David vandaan kwam. Waar het voor David allemaal begon.
De mensen die de beloften van de Here nog geloofden. Hoorden deze nacht een codebericht van de engel midden in het door de Romeinen bezette gebied. Vertaald betekent dit:
‘God maakt een nieuwe begin met het Koningshuis van David. Opnieuw is er een koning geboren in Bethlehem. Dé Koning, waarop Israël wacht.Eerst zijn het alléén de gelovigen die dit begrijpen en die er blij mee zijn! –de rest is alleen maar verbaasd-Zou het dan echt zover zijn?
Kraamtijd van onze verlossing
Broers en zussen, we denken misschien wel eens, wow als dit soort dingen in onze tijd gebeurd waren, dán zouden mensen het wel geloven. Nou ik denk het niet. De meesten zouden het nog niet begrepen hebben, net als toen.

En zelfs nu begrijpen ze het niet. Er zijn 2000 jaren verlopen, en toch is Jezus nog geen koning! Het mag dan geen propaganda geweest zijn, dat geboorteverhaal. Is de boodschap eigenlijk wel waar? Waar is die bevrijding dan?
Broers en zussen, dit is de kraamtijd van onze verlossing. Niet alleen van de Redder, ook van de redding. Het begint heel klein en heel teer
Ach, in die eerste jaren wisten nog maar heel weinig mensen ervan. Wat herders, een oud priestersechtpaar, een oude profetes (Hanna), misschien wat dorpsgenoten van Jezus. Maar dat verandert snel
Maar dertig jaar later kent iedereen in Israël Jezus. Het is geen heldenverhaal, in de gebruikelijke betekenis van het Woord. Hij laat geen diepe indruk achter door de macht die Hij liet zien, zoals een keizer Augustus, maar heel anders. Hij maakt indruk omdat Hij zijn macht gebruikt om tot het uiterste te gaan om zo zijn volk te redden! Zelfs als kost Hem dat zijn leven. Dat is een anders soort heldhaftigheid die ook indruk maakt

Nee dit is geen geschiedenis van snelle en gemakkelijke roem. Nog steeds niet! Maar van de langzame opkomst van het Koninkrijk van God. Dat heel anders is dan de Koninkrijken van deze wereld, met de glitter en glorie en macht en rijkdom. Militaire parades zoals in Noord Korea

Nee het is zoals in de droom van Nebukadnezar en van Daniël: een kleine steentje in het begin dat pas aan het eind een grote berg is. Dat kleine begin is het Koninkrijk van God maar dat rolt naar zijn grootse einde toe!
Keizer Augustus heeft nooit van Jezus Christus gehoord, het kind dat ergens aan de oostgrens van zijn rijk geboren is, maar binnen een eeuw hadden zijn opvolgers niet alleen van Hem gehoord, maar deden ze zelfs pogingen om zijn volgelingen uit te roeien, en na nog drie eeuwen bekeerde de eerste Romeinse keizer zich tot het christelijke geloof en werd zelf een volgelingen van Jezus. De boodschap van de engel wijst naar het kleine begin in doeken gewikkeld en de rest van het verhaal van Lukas in het evangelie en Handelingen vertelt hoe Hij zijn koninkrijk verder groeit.
En nu zijn er al 2 miljard volgelingen van deze Koning, waarvan velen vandaag samenkomen om zijn geboorte te vieren. Het groeit nog steeds!

Het grote verschil
Het grote verschil met Kim Jong il is, dat al deze twee miljard als vrije mensen kiezen hun Koning Jezus te volgen. En Hem dienen uit liefde. Er is geen dwang nodig om hun te laten geloven. Zij zijn echt overtuigd dat Hij leeft. Dit is de Redder die het verschil maakt! En die hun leven voor goed verandert. Zelf in Noord Korea, geloven duizenden christenen tegen de verdrukking in dat Jezus de echte Koning is. En zij verwachten van Hem werkelijk heil en dienen Hem vrijwillig en vol vreugde.

We denken vandaag niet terug aan de kraamtijd van een legendarisch jongetje, maar aan de kraamtijd van het Koninkrijk van God. Toen het nog heel klein was. En aan de kraamtijd van alle gelovigen, maar daarover morgen meer.
Onze Koning is geboren bij Bethlehem, Hij leeft, zijn Koninkrijk groeit en wordt steeds groter en volwassener. En langzamerhand wordt zichtbaar wat de engel al zei: jullie Redder is geboren!
Geprezen zij onze Koning. Amen

Liturgie 1e Kerstdag 25-12-2010 10.00 u
Zingen voor de dienst:
- Komt allen tezamen (gezang 138)
- Nu zijt wellekome (gezang 145)
- Komt verwondert hier u mensen (gezang 139)

Welkom 
Aansteken van de kaars door Judith Roozenbeek
Zingen stapellied Zingend gezegend 113: 1-5
Zingen: Hoor de englen zingen d’eer. Gez. 135 door het koor van Jetze Baas
Stil gebed, Votum en Groet
Zingen: Eer zij God in onze dagen. Gez. 134
Gebed
Bijbellezing door Ymke Davelaar. Lukas 2 vers 1-20
Zingen: Stille nacht (GZ 143:1) en Donker de nacht (bundel 153)
Zingen: Kinderliedjes :
Luid klokjes klingelingeling
B 213 Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht
B 249 Wereldnieuws
Tekstlezing (tijdens de preek Lukas 2 vers 8-11
Preek
Zingen: Jubel het uit (opw 525)
Gebed 
Collecte (tijdens de collecte zingt het koor van Jetze Baas De Morgenster)
Peutergroep (lopen na de collecte naar binnen en zingen onder begeleiding van piano het lampionnenlied. Op het podium aangekomen zingen zij het een tweede keer)
Bijdrage bijbelklassen ( korte presentatie en samen met de Schatgravers zingen “Vrolijk kerstfeest iedereen”.)
Zegen 
Zingen: Ere zij God

Na de dienst:
Away in a manger
Oh little town of Bethlehem
We wish you a merry Christmas

Joh. 1, 1-18 – preek – 26-12-2010
Kraamtijd (2) – de geboorte van een familie

Afstand?
In 2002 bezochten we in Bayeux, een stad in Normandië, het wandtapijt van Bayeux. Een enorm lang borduurwerk met daarop de slag bij Hasting in 1066. Meters lang een soort stripverhaal met vreemde ME poppetjes uit een andere tijd in een vreemde wereld.

Stel je voor dat je op één van de schilderijen ineens iemand ontdekt die als twee druppelswater op jou lijkt. Je kijkt nog eens en kunt er niet onderuit: alsof ik dat zelf ben. Ik denk dat die hele vreemde Middeleeuwse wereld dan toch een stuk minder vreemd voor je wordt, nu je het gevoel hebt dat jij daar zelf tussen had kunnen staan. Alsof die 900 jaar niet zolang geleden meer lijken. Je beseft: ik had toen ook kunnen leven.
Dat overkomt Dolf in de film ‘Kruistocht in Spijkerbroek’! Hij raakt via de tijdmachine van zijn moeder verdwaald in de tijd. Zijn moeder vindt hem terug als ze hem ziet verschijnen op oude ME- schilderijen.
Het Kerstverhaal is geen geboortelegende, maar de geschiedenis van de kraamtijd van de Redder. Het kleine begin van het grote Koninkrijk van God. Maar het staat wel ver van af ons hè. Dit is nog eens 1000 jaar ouder. 2000 jaar geleden in een andere tijd en een wereld. ’t Zou mooi zijn om jezelf ook eens terug te zien in het verhaal van toen, zoals Dolf in de film.
Nou in Johannes 1 komen wij zelf ook voor: 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.
Dat ‘Wie’ dat zijn wij! || ‘Wie’ moet je lezen als ‘Wie ook maar…’. Dan staat er dus Iedereen, die Jezus wel accepteert en vertrouwt op zijn reputatie (zijn naam), mogen van Hem kinderen van God worden. Iedereen, dat zijn wij. En wij mogen ons niet alleen kinderen van God noemen. We mogen van Hem kinderen van God worden. Laat dat eens even tot je door dingen||… Wij mogen van de enige Zoon van God, de Heer Jezus Christus, óók kinderen van God worden ||…
De apostel Johannes vindt dit zo belangrijk, dat hij dit al bij de geboorte van de Heer aan ons vertelt. Hij noemt dit ‘kinderen van God’ worden, een geboorte, zoals van dat kind. Mét de Heer Jezus wordt een hele familie, een heel volk geboren!
De manier waarop deze geboorte plaats heeft maakt nog eens duidelijk hoe omvattend dat ‘wie’ is eigenlijk! De tijdgenoten van Johannes werd duidelijk dat je geen Jood hoefde te zijn om bij dit volk te mogen horen. Ons wordt duidelijk dat je niet uit een christelijke familie hoeft te komen. Geloof is niet erfelijk!. Het loopt niet via familiebanden of de juiste kruiwagens. Het is werkelijk: ‘Iedereen die Jezus accepteert, mag kind van God worden zoals Jezus. God is hier op een wonderlijke wijze zelf bij betrokken. Weet dat goed als je hier als gast misschien wat vreemd zit te wezen||. Je bent welkom bij Gods familie… God spreekt de hele wereld aan…
Beste broers en zussen, het Kerstfeest is dus ook het feest van onze bijzondere geboorte als kinderen van God! We horen met huid en haar in het Kerstverhaal thuis.

Méér dan woorden?
Ik kom uit een heel gewone, Groningse, familie. Maar ,dacht ik vroeger, stel je nou eens voor dat we in werkelijkheid van adel zijn. En dat ik straks een adelijke titel erf en een landgoed met een familiekapitaal. Mooie fantasie, maar zolang je daar niets van krijgt, blijven het mooie woorden.
Wat is mijn geboorte als kind van God waard, als ik daar nog niet zoveel van merk?
Je voelt je zo vaak als de voetballer die nooit ontdekt wordt of –als je een meisje bent- de prinses die nooit in haar koninkrijk komt. Een film als The Princess Diaries waarin Mia Thermopolis een echte prinses blijkt te zijn is een sprookje. Een mooie Kerstfilm, net zoals dit verhaal natuurlijk een mooi Kerstverhaal is.

Nou Johannes laat het niet bij de mooie titel: ‘kinderen van God’. Hij beschrijft een belofte. De belofte van een nieuwe schepping. Zo begint hij zijn evangelie zelf: John 1:1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Als je die woorden hoort, dan denk je automatisch terug aan dat allereerste begin, waarin God alles schiep: ‘licht in het donker’, droog land in de zee, geest en leven in mensen. Misschien denk je, ach wat is er van die zo mooi begonnen schepping terecht gekomen! Het is nu vaak weer zo ‘donker’ op deze wereld (jaaroverzichten!). Nou, laat dit dan goed tot je doordringen: de Vader is met Jezus –het Woord- opnieuw begonnen! Want begrijpen we: Jezus is het nieuw geschapen licht in onze wereld dat niet uit te krijgen is. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen

Er is hoop voor de wereld, en dat is heel persoonlijk ook hoop voor ons zelf.
Het is zo en nu en dan wel donker in deze wereld, in ons leven, maar het blijft niet zo. Aan het slot is het niet donker, maar dan is het licht. En daar zorgt dat kleine kind voor.

Want in dat kind, is God de Vader, zelf bij ons gekomen. Hij is niet alleen de regisseur van de film, waar je alleen wat van merkt, maar die je nooit ziet. In Jezus wordt Hij ook de acteur die meespeelt in ons verhaal. Zijn Zoon treedt voor Hem op. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen. Je leert God kennen door Jezus
Jezus’ tijdgenoten konden God zien en leren kennen. Op deze manier kregen ze een beter beeld van Hem, dan ze eerder ooit gehad hadden. Ze maakten God mee!. En via hen maken wij Hem ook mee. Wij lezen hun portret van Jezus en leren niet als hen God kennen. We kennen de verhalen en maken ze mee. Dit is meer dan woorden, dit is een kennismaking met God zelf. En Hij doet ons voor hoe Hij het bedoeld. Hij laat het ons zien. Door er voor ons te zijn! Wij kunnen dat nog steeds via de ogen van de apostelen zien.
Jongens en meisjes als je de God wilt leren kennen, begin dan maar met et lezen van het boek Marcus en daarna de andere evangeliën. Dan maak je Hem persoonlijk mee. Hij laat het je zien wat de bedoeling is.

En dan denk misschien je al snel, Hij kan het wel voordoen, maar ik kan het Hem toch niet nadoen! Maar Jezus doet meer: Hij maakt het je mogelijk om Hem te volgen. Hij baant de weg én geeft ons de kracht –de Geest- om Hem te kunnen volgen. 16 Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17 De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Hij wijst niet alleen weg, Hij baant de weg ook en maakt die begaanbaar waar wij niet kunnen lopen en Hij geeft ook nog alle kracht en mogelijkheden die we nodig hebben om Hem (de kracht en gaven van de Geest) om Hem te kunnen volgen. Daar is Hij niet benepen in. Hij zit vol goedheid en stopt onze handen er ook vol mee. Zodat we ruimschoots hebben wat we nodig hebben voor dat nieuwe leven

Nee, dit is écht méér dan woorden! Dit is een grote belofte!
Concentreer je op Jezus, zowel in Bijbel als in je leven en zult een herboren mens zijn!

Maar?
Als dat allemaal zo is, hoe kan het dan dat we er soms nog niet zoveel van merken? Omdat de duisternis in deze wereld formidabel is. En wij daar allemaal wel op één of andere manier mee verbonden zijn.
Gek genoeg is het ons thuis geworden. En allemaal hebben we de neiging om het duisternis te verkiezen boven het licht. Het is ons gewoon geworden. Griezelig genoeg zijn we ons thuis gaan voelen in zonden. De meeste mensen die Jezus toen meemaakten accepteerden Hem niet als meer dan een kind. Zelfs niet als Hij echt liet zien wie Hij was. En dat waren niet alleen de mensen, die het niet konden weten, die van de ‘wereld’ maar zelfs die van zijn eigen volk toen. En dat is nu nog net zo!
Ook nu zijn er nog steeds eigen mensen die Hem niet accepteren. We hebben het allang gemerkt. Geloven is niet erfelijk, het zit niet in de familie en het donker heeft ook aantrekkingskracht op ons! Ook op ons kerkmensen! ||…
Het vergt van ons een bovenmenselijke stap om weer echte mensen te worden.
Het gaat niet meer zomaar. We hebben God zo nodig!
Nou, lieve broers en zussen, God is er hoor. Dat beschrijft Johannes hier. Nog steeds in Jezus aanwezig deze wereld. Hij wil het zo graag aan je geven: goedheid, waarheid, genade op genade.

Concentreer je op Hem, in je lezen en in je leven, zijn voorbeeld. Om wat je van Hem kunt krijgen: genade op genade. En je zult herboren zijn. Een nieuw mens op weg naar het Koninkrijk van God.

Zet een stap naar Jezus toe, of zet opnieuw een stap naar Jezus toe
Zo zal het Kerstfeest ook je eigen geboortefeest zijn! Amen.

Liturgie 2e Kerstdag 26-12-2010 09.30 u.  
Zingen: B58 Groot is uw trouw o Heer
B 7 Jezus leeft in eeuwigheid
Stil gebed, Votum, Zegengroet
Zingen: Ps 150: 1 en 2
Kinderdeel + zang: B 233 Zie de zon, zie de maan
Bemoediging: Jes. 55: 1-11 Dubbelgebod...
Zingen: Gez. 328: 1-3 (Gezongen gebed!)
Lezen: Joh 1: 1-18
Preek
Zingen: B 68 Heer onze Heer, hoe heerlijk is uw naam
Gebed
Collecte 
Zingen: B 121 Heer u bent mijn leven
Zegen

vrijdag 10 december 2010

Geestelijk Fit! (4. Wat wil je?) Gal. 5, 13-21

Je praat de mensen het geloof niet aan! Geloven is meer dan een hoofdzaak. Zelfs zij die wel beseffen dat God van hen houdt, laten in hun leven soms grote machteloosheid zien. Hoe kan dit nu? Welke factor is nog meer van belang om ook daadwerkelijk verlost te zijn? Zondag vieren we Heilig Avondmaal en voorafgaande daaraan komt deze vraag aan bod

Aantrekkelijk gras
Op het terrein van de universiteit van Oxford (een belangrijke universiteit in Groot Brittannië) staat de Radcliffe Camera. Een prachtig helemaal rond gebouw onder een koepel. ’t Wordt gebruikt als bibliotheek. En zoals wel meer met mooie gebouwen, staat er een hek omheen.
Dat was niet altijd zo. In WOII werd het toen nog veel hogere, ijzeren, hek omgesmolten tot wapentuig. En vanaf die tijd stond er een hele tijd geen hek. Alleen een bordje Please keep off the grass. Tot de jaren zeventig werkte dat ook nog, meestal kwamen de mensen niet op het gazon. Maar vanaf het begin van de jaren zeventig ging het mis. Steeds vaker aten toeristen hun broodje op het gras, probeerden daklozen er wat geld bij elkaar bedelen en werd het een hangplek voor allerlei andere vage figuren. De gebruikers van de bibliotheek kregen last van het lawaai buiten en het eens zo mooi groene gazon zag er niet meer uit.
Reden voor de universiteit om er maar weer een hek omheen te zetten en sindsdien is het gras weer groen en mooi en kun je weer rustig studeren in het gebouw. Gek eigenlijk: het is duidelijk waarvoor dat gebouw is en ook het gras eromheen. De boodschap bij dat gazon was ook duidelijk. Maar toch gebruiken velen de vrijheid niet goed. Zelfs al is dat slecht voor gebruik van het gebouw en voor het gras. De logica regeert hier niet. Naast je hart en je hoofd, is er kennelijk nog een derde in het spel.

De derde speler
Wat is de derde speler? Waarom wilde de jongste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon weg? Zijn vader hield van hem, hij had alles wat hij nodig had. Hij wist waar hij aan toe was en toch gaat hij weg. Hij wilde niet blijven, maar hij wilde vrijheid voor zichzelf.
Wat hij wil geeft hier de doorslag! Niet zijn verstand (het was niet het verstandigste stap) en ook niet zijn hart (hij had gemakkelijk van zo’n vader kunnen houden)
Dat was ook zo bij Eva in het paradijs: dat ze geliefd was en dat ze het goed wist wat God wilde, belette haar toch niet om te eten. Ze wilde anders. Weer haar wil. De wil is de derde speler…

God gaf Eva een plek in de kring van zijn eigen grote schepping: een ereplaats. Maar zij wilde een plek alleen voor zichzelf, net dáár waar God stond. In het midden. Daar wilde ze zelf staan ‘God U staat op mijn plaats.” Dat beloofde op de één of ander manier méér dan wat God haar bood. Ze sloot zich op in haar eigen kleine wereld. Werd het middelpunt van haar eigen schepping, haar eigen koninkrijk. Alles moest om haar gaan draaien en God –haar lieve God- begon ze zelfs te wantrouwen. Waarom toch? De jongste zoon wil ook meer voor zichzelf en sluit zich op zijn eigen wereldje zonder zijn vader. En daar was hijzelf het middelpunt van zijn eigen lust en zijn genot. De koning in zijn eigen cirkel. Helemaal voor jezelf gaan, dat is ook aantrekkelijk voor ons.

Ook als je weet dat God je lief heeft (hart) en ook als je zijn boodschap voor onze wereld en voor jezelf kent (hoofd). Dat is een verlossende boodschap.
Het zou logisch zijn om daar positief op te reageren. Maar we doen het niet vanzelfsprekend.

Ik ken een kerel die verschrikkelijk knap is. Hij heeft veel geleerd en is ook gepromoveerd. Hij doet ingenieus onderzoek. In dat hoofd van hem gaat altijd van alles om. Hij kan goed waarnemen –sommige mensen kunnen dat hè, die zien veel- en kan je dus verrassen met zijn heel bijzondere kijk op dingen. ’t Is alleen daarom al heel leuk om bij hem te zijn. Zo’n 15 jaar geleden verloor hij zijn geloof. Tenminste er kwam een soort mist voor in de plaats. Ondoorzichtig en vaag. In het begin dacht ik: zijn kennis zit hem in de weg bij zijn geloven. Zijn hoofd wil niet mee. Ik wilde daar graag met hem over praten, misschien kon ik hem er mee helpen. Maar als ik een gesprek met hem had, dan bleek aldoor weer dat hij over de meest simpele dingen van geloven vaak heel slecht geïnformeerd was. Vaak zei hij dingen die een karikatuur van God en de kerk zijn. Hij deed er helemaal geen moeite voor om een antwoord op zijn vragen te vinden. Hoe kán dat nou voor een voor de rest zo goed geïnformeerde man. Kwaad wordt je daarvan: hij doet geen recht aan het geloof. Meerdere keren heb ik met hem proberen te praten, maar altijd weer die karikatuur, die cartoon van God. Langzamerhand dringt tot me door dat zijn verstand hem helemaal niet in de weg zit. Hij wil niet meer geloven. Hij wil er ook niet meer echt over nadenken. Hoe belangrijk die wil is!

De boodschap
Dat is de reden van wat Paulus aan de gemeenten in Galatië schrijft. Hij heeft steeds benadrukt: jullie zijn vrij. Maar dat je geliefd en vrij bent en dat ook weet is nog niet genoeg om ook als vrij mens te leven.

Vandaar die oproep: ‘misbruik die vrijheid niet, maar dien elkaar door de liefde” Dat moet je wel willen. En je wil is de schakel tussen dit weten en het ook doen!’ Wat wil je? Dat kun je met cirkels duidelijk maken.

Sluit je jezelf net zo op in eigen cirkel als Eva dat deed , of wil je er nu uitstappen in de  grote kring van Gods Koninkrijk. Daar sta je niet in het middelpunt, daar staat God, maar daar kom je wel tot je recht. En de anderen die daar zijn vullen je aan (zij dienen jou uit liefde), jij vult de anderen aan (dient ze uit liefde). Zij maken jou compleet, jij maakt hen compleet. Dá’s heel anders dan in je eigen koninkrijk alleen de macht willen hebben. Waar als je eerlijk bent de anderen alleen jou moeten dienen. En dat doen ze niet zo maar, dan wordt het weer een gevecht, je moet dat haast roven van ze. En alles wat je van anderen afdwingt, maakt je toch niet compleet.

Wat wil je? 
Wat wil je? Je kunt niet beide tegelijk: in je eigen cirkel leven en in de kring van Gods Koninkrijk. We proberen dat nog veel te veel te combineren. Geloven wordt net zoiets als overdag naar je werk gaan en ’s avond weer thuis komen. In mijn eigen tijd doe ik wat ik zelf wil! Maar zo moet je niet leven (17). Het is of het één, óf het ander. In je eigen cirkel heers je zelf ten koste van anderen, in de kring van het Koninkrijk regeert de Geest van God en dien je de anderen en de anderen jou. Het is óf het één, óf het ander. Maar niet beide tegelijk  (17) Het’ één gaat in tegen het ander! Je eigen karakter en het klimaat van het Koninkrijk strijden met elkaar.

Wat kies je? Eva koos voor zichzelf, de jongste zoon koos voor zichzelf.
Broers en zussen, wij zijn verloste mensen. Dat betekent: we zitten niet vast aan onze zonde. We kunnen allang beginnen ons er van te ontdoen en met een nieuw leven starten. Da’s Gods genade voor ons door Jezus Christus. Wij zijn vrij. Dat wordt je vol liefde aangeboden: vandaag tastbaar. Alsjeblieft mijn hele lichaam voor het jouwe: je bent vrij. We zijn geliefd (hart), we kennen de boodschap! Hoofd). Wat willen we? Da’s net zo belangrijk als ons besef van Gods liefde en onze kennis van de boodschap.

Waar gaan wij staan: weer in onze eigen cirkeltje of in de kring van het Koninkrijk? Waar je gaat staan, dat stempelt je leven. Je Heer geeft je de mogelijkheid om uit die eigen cirkel te stappen in de breedte van zijn Koninkrijk. Waar je je zelf koestert in het klimaat van Vaders liefde en in de aanwezigheid van je broers en zussen. Waar je leven echt betekenis krijgt in het dienen van de anderen?
Je Heer roept je, wat wil je? Je hoeft alleen maar de macht uit handen te geven. Vader uw wil geschiedde, is niet voor niets de derde bede! Als je de macht uit handen geeft dan wordt het langzamerhand vrede in jezelf. Het gevecht tussen jouw lust en Gods wil verstomt. Zijn wil wordt de jouwe. Je vind vrede in jezelf

God heeft je vrijheid, wie wil je over jouw vrijheid laten heersen?
God wil het goed voor je, wil je door zijn Geest uit je eigen cirkel leiden naar de kring van zijn Koninkrijk. Wil je zijn leiding volgen?
(Dat is een vraag voor de wil!)
Kom aan tafel en proef van zijn liefde. Volg dan de Geest op weg naar zijn Koninkrijk.

Amen.

Liturgie morgendienst
1. Adventskaars 
Zingen: Zingend gezegend 113, 1-3
Stil gebed, votum en zegengroet
Zingen:  Gez. 231, 1
Tien geboden
Zingen:
Gez. 481, 1 en 2
Kindermoment: het verhaal van Jezus in de tempel…(Luk. 2, 41-52)
Zingen: B 227 Stap voor stap (wil ik Jezus volgen)
Kinderen naar de bijbelklas
Gebed - Ad de Boer gevraagd naar de Nationale Synode
L/T: Gal 5, 13-21
Preek
Zingen:  Gez. 88, 1-4
Formulier HA
Voorafgaande aan viering: Ps 130, 1 en 3
Ps 4,2 (bij het slot vd tafel) (Tafel 1)
Gez. 90, 1 en 6 (Tafel 2)
B 70  (Tafel 3)
Ps. 86, 4 en 5 (Tafel 4)
Gez. 432, 1 en 2(Tafel 5)
B 4, 1 en 2 (Tafel 6)
B 9, 1 en 2 (reserve)
Gebed
Collecte
Kinderen terug uit bijbelklas; Adventsproject en cadeau
Zingen: Gez. 68, 1 en 2 De lofzang van Simeon 
Zegen