zondag 17 januari 2010

1 Pet. 2,6 – preek – NGK/GKv



Hersteld blijven!

"Het heeft véél te lang geduurd!" Dat was het antwoord dat hij mij gaf op mijn vraag wat hij nou van die gezamenlijke dienst vond: 'Het heeft véél te lang geduurd'. Hij was erbij toen zijn gemeente kapot ging, veertig jaar geleden.
Hij begreep het toen niet, het overkwam hem.
Maar de wens naar die ene gemeente van vroeger bleef wel. En toen het Gereformeerd Appèl (een beweging die naar toenadering tussen o.m. vrijgemaakt en NGK zoekt) in 1992 zijn eerste gebedsavond in Amersfoort belegde, was hij erbij. En hij blééf gaan, jaar op jaar. Maar een paar jaar geleden zei hij een beetje triest tegen me: 'ik zie er steeds minder van ons zitten.' "Ik ga ook maar niet meer geloof ik.". Ja. Ik moest hem toegeven, ik was ook niet gegaan.

Heeft het voor hem zo lang geduurd dat hij er vandaag niet echt meer blij mee kan zijn? Ik wéét dat hij er blij mee is. Misschien is het wel zo dat hij denkt: er is al zoveel beschadigd en zelfs kapot, krijg je dat ooit weer heel? Heel veel kun je nu al niet meer ongedaan maken. Of: "wacht maar, het gaat zo wéér fout, ik heb het eerder meegemaakt!" Eenheid is zo teer –ook die tussen gelovigen - zoals wij. Dat maken we nog steeds mee, ook de laatste jaren nog. Gelovigen laten elkaar nog steeds los. Kun je vandaag dan wel onbekommerd blij zijn? Of vrees je dat dit een uitzondering op de regel is en zit je eigenlijk te wachten op een nieuwe aanleiding die ons weer uit elkaar jaagt? En die kan er zo maar zijn, want er zijn best verschillen van mening tussen ons!
Onze gevoelens zullen heel verschillend zijn, zei mijn collega. En zo is het ook. Jongens en meiden, voor jullie jongeren die het niet hebben meegemaakt dat we uit elkaar gingen, is het vandaag een bijzondere dienst. Wel apart met zoveel mensen bij elkaar. Een tikje lange dienst misschien. Maar waarom niet, denken jullie misschien?
Maar als je zelf bij zoiets betrokken bent geweest als een scheuring, dan draag je voor altijd de verbijstering in je mee. Ik ben er bang van geworden: kan het zo gemakkelijk kapot tussen ons mensen? En al ben je blij met de toenadering van vandaag, echt gerust ben je er niet op!

Jawel, Gods trouw is groot. Net als we de moed opgeven, is er op veel plaatsen in ons land ineens die verrassende toenadering tussen onze kerken. Dat moet het wel het werk van de Heer zijn, denk je dan. Zoveel mensen hadden er al zo lang en zo hard aan getrokken zonder veel zichtbaar resultaat. Maar je weet ook als je dát zegt: 't is ook het werk van ons, want zo gaat de Heer met ons om. Je kunt zijn werk en het onze niet van elkaar losmaken. Hij geeft ons veel eigen verantwoordelijkheid. En zolang wij er in betrokken zijn is het resultaat dus ook weer heel kwetsbaar. Vandaag is er herstel, maar broers en zussen, hoe houden wij dit vast? Het is veel gemakkelijker hersteld te worden, dan hersteld te blijven.

Petrus
Dat brengt me bij deze brief van Petrus en bij de tekst: "In Sion leg Ik een hoeksteen, die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt komt niet bedrogen uit [6].", zegt God! Petrus citeert [Jes. 28,6]! Wij zoeken vaste grond onder onze voeten, maar die ligt er al, schrijft Petrus: onze Heer Jezus Christus.
Ja maar, zegt iemand, die lag er de afgelopen veertig jaar toch ook. En dat is zo hè: da’s ook steeds zo gebleven. Ik heb het zelf ervaren hoe onthutsend klein de verschillen tussen Vrijgemaakt en Nederlands Gereformeerd zijn. Ze zijn er wel, maar niet in het wezenlijke. Niet rondom Jezus Christus. Maar waarom zagen wij dat dan zolang niet? Oftewel meer naar de toekomst toe, hoe blijf je de vaste grond onder je voeten houden?
Petrus beschrijft in dit gedeelte van zijn brief een beweging die je als gelovige moet maken om je bij Christus te voegen en bij Hem te blijven. Want, zo maakt hij ons duidelijk: De nabijheid tot de Heer Jezus Christus gaat aan de nabijheid tot je broers en zussen vooraf


Steen
Ik wil jullie die beweging beschrijven aan de hand van deze steen. Dit is een souvenir van één van mijn bergwandeltochten. Ergens onderweg gevonden, doet hij me, steeds als ik hem nu zie, terugdenken aan die tocht.
Die begint in de loop van de morgen beneden in een dan al weer drukkend Frans dal. Minder idyllisch dan ik hoopte toen ik thuis de foto in de brochure bekeek. Met al het geluid van de fabrieken en het verkeer en het stoffige groen van de bladeren, is het lang zo mooi niet als ik hoopte. Stap voor stap zoek ik nadrukkelijk mijn weg omhoog uit het dal. De zon wordt snel heter en het geluid van de vrachtwagens irriteert me. In de verte klinkt een sirene: schafttijd.
Mijn stappen werpen zoveel stof op, dat ik de aandrang tot niezen voel opkomen, het zweet staat me al wéér op mijn rug. Het wordt opnieuw een lange, hete, stoffige, drukkende en lawaaiïge dag. Doe ik hier goed aan denk ik nog?
Maar wat er dan gebeurt beleef ik als een wonder. Stap voor stap sterft het geluid uit het dal weg. Ik voel me rustiger worden en kan het geruis van de bomen nu weer horen. Een koel briesje waait van tussen heuvels door over mijn gezicht en verfrist me van top tot teen. Ik hoor zowaar krekels. Daar ligt mijn steen, die neem ik mee. En voorbij de laatste bocht ligt daar dan toch de foto uit de vakantiebrochure aan mijn voeten. De bomen ruisen, de wind koelt me, de krekels zingen bijna en alleen als ik mijn uiterste best doe, kan ik heel flauwtjes het geluid van een auto horen en door de bomen een stukje van die fabrieksschoorsteen zien. Maar verder is het een heel ander plaatje. Ik moest vanuit het dal omhoog lopen, om van boven af de rots de wereld vanuit een ander gezichtspunt te kunnen zien.

Precies hetzelfde beschrijft Petrus ons hier.
Broers en zussen in Jezus Christus, hier nu eindelijk weer samen. Wij vinden elkaar alleen bij onze Heer Jezus Christus. Bij Hem alleen is ons herstel ook veilig. Willen we samen grond onder onze voeten houden, dan kan dat alleen als we ons bij onze Heer Jezus Christus willen voegen.
Dat betekent dat we de moeite moeten doen om vanuit het drukke, lawaaiige, stoffige, hete dal van ons samenleven omhoog te lopen naar onze Heer Jezus toe. Dat we moeten erkennen dat we kleine mensen zijn en dat we vanuit ons standpunt lang niet alles kunnen overzien. Daarom moeten we onze kleinheid achter ons te laten in het dal van ons bestaan. Kleinheid die zomaar kan ontaarden in zondige zaken als kwaadsprekerij, ja zelfs bedrog. We moeten ons laten meenemen in de beweging naar het Koninkrijk van God toe door naar Christus toe te klimmen. Op zoek gaan naar zijn grootheid. En vanaf onze rots Christus kunnen we ons samenleven met andere ogen zien, met een frisse blik. Vanuit een ander standpunt: het zijne. Bij Hem ontdek waar het op aankomt. En ook, hoe onbelangrijk veel van onze meningen, gezien door zijn ogen, eigenlijk zijn. Vanaf zijn hoogte kun je heel veel niet eens meer zien.



“Van boven naar beneden, zo geeft de Heer zijn zegen.”, denk ik dan.
De nabijheid aan Christus gaat aan ons samen-zijn vooraf. Is voorwaarde. Alleen dichtbij Christus is dit herstel veilig. Ja maar, hier en daar hebben we als gemeenten fikse meningsverschillen! Ja! We kunnen nu denk ik niet overzien hoe we elkaar daarin zullen vinden.
Maar als wij samen Christus zoeken, vinden wij elkaar bij Hem! Want wie op de Hoeksteen bouwt, wordt ook zelf ingemetseld in zijn geestelijke tempel samen met de anderen. Waarschijnlijk tot onze eigen verbazing. Ook als we nu niet zien hoe we het ooit eens kunnen worden.. Wie op Hem vertrouwt komt niet bedrogen uit, dat is Gods belofte die Petrus voor ons herhaalt.

Het heeft véél te lang geduurd. Ja. Drie dominees uit mijn familie zijn Nederlands Gereformeerd geraakt: mijn opa Jan van Dijk, mijn oom Hans de Vries en mijn oom Jan Houtman. Zij hebben niet zoiets als herstel meegemaakt. Ze zijn al overleden. Een heel aantal broeders en zusters uit onze gemeente en uit die van jullie maken het niet meer mee, vandaag. Ook zij zijn hier niet meer. Echt herstel zou hen, hoewel moeilijk, vast goed gedaan hebben.
Gelukkig is voor onze Heer Jezus Christus niets werkelijk onherstelbaar.
Gelukkig hebben we door Hem nog veel tijd over, immers bij Hem gaat het leven nooit voorbij.
Gelukkig is Hij onze steun en wordt het door Hem mooier dan wij ooit hadden kunnen bedenken:

Zo mooi als mensen die familie zijn
De vrede onderling kunnen bewaren
Zoals de olie uit Aarons baard
Die in zijn kleren druipt en heerlijk ruikt
Zoals de dauw die op de berg ligt bij Jeruzalem


Van boven naar beneden
Zo geeft de Heer zijn zegen
Hier gaat het leven nooit voorbij.


Amen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten